Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
FranchiserechtOndernemingsrecht

Ik wil nu mijn spulletjes terug!

Jan-Willem Kolenbrander

29 januari 2019 - 3 minuten leestijd

In het kader van een franchise samenwerking zal een franchisegever soms spullen ter beschikking stellen aan de franchisenemer. Spullen die de franchisenemer weliswaar mag gebruiken tijdens de franchise, maar daarna weer moet inleveren bij de franchisegever. Soms heeft de franchisenemer echter een zogenaamd retentierecht en kan hij de afgifte van de spullen aan de franchisegever opschorten. Maar wat is nou precies een retentierecht?

Recht van retentie

Doorgaans zal een franchisegever gedurende de franchise samenwerking een handboek ter beschikking stellen aan de franchisenemer. Dat handboek wordt dan niet het eigendom van de franchisenemer, maar is slechts aan hem uitgeleend. Komt de samenwerking te eindigen dan is de franchisenemer gehouden om dit handboek – en eventuele andere uitgeleende spulletjes – weer terug te geven aan de franchisegever. De franchiseovereenkomst zal daar vaak ook regelingen over bevatten.

Het is natuurlijk mogelijk dat de franchisenemer, op het moment dat hij de uitgeleende spulletjes moet teruggeven, zelf ook een vordering heeft op de franchisegever. Bijvoorbeeld uit hoofde van niet-betaalde bonussen of op basis van een vordering tot schadevergoeding. Heeft de franchisenemer een terechte opeisbare vordering op de franchisegever én zit er voldoende samenhang tussen zijn vordering en die van de franchisegever om een retentie te rechtvaardigen, dan kan de franchisenemer de afgifte van de spullen opschorten. En wel tot het moment dat de franchisegever aan haar verplichtingen jegens de franchisenemer heeft voldaan. Dat is in een notendop het retentierecht.

Voertuigen

Nu hoor ik u denken – wat maakt het de franchisegever uit dat zij het franchise handboek niet terugkrijgt als een franchisenemer zich op een retentierecht beroept? Mogelijk niet veel, maar het wordt natuurlijk een ander verhaal op het moment dat de spullen die de franchisegever eerder ter beschikking heeft gesteld niet alleen een franchise handboek betreft, maar ook een vijftiental voertuigen, een pick-up truck en een aanhanger met een totale waarde van € 200.000.

En dat is wat er onlangs speelde bij de rechtbank Gelderland (ECLI:NL:RBGEL:2018:5727 – klik hier voor het volledige vonnis). De franchisegever in die kwestie had diverse (kostbare) voertuigen aan de franchisenemer ter beschikking gesteld. Toen de samenwerking tussen partijen eindigde, verzocht de franchisegever de ex-franchisenemer om afgifte van de voertuigen, maar de franchisenemer was daartoe niet bereid. In het kort geding dat de franchisegever vervolgens aanhangig maakte, verweerde de ex-franchisenemer zich tegen de vordering tot afgifte van de voertuigen met een beroep op een vermeend retentierecht.

Aldus de rechter is er echter geen sprake van een opeisbare vordering van de ex-franchisenemer op de franchisegever. De ex-franchisenemer stelt zich weliswaar op dat standpunt, maar daarvan is tijdens de procedure onvoldoende gebleken volgens de rechter. Evenmin vindt de rechter dat het beroep op opschorting gerechtvaardigd is gezien het beperkte belang van de (vermeende) vordering van de ex-franchisenemer en de aanzienlijke waarde van de voertuigen. Onder die omstandigheden kan de ex-franchisenemer zich niet beroepen op een retentierecht en wordt hij veroordeeld tot afgifte van de voertuigen onder verbeurte van een dwangsom van € 1.000 per dag als hij daaraan niet tijdig voldoet.

Kortom

Een retentierecht kan een effectief middel zijn voor een franchisenemer om een franchisegever ertoe te bewegen zijn vordering alsnog te voldoen. Daarvoor dient uiteraard wel voldaan te zijn aan alle wettelijke vereisten. Is daaraan niet voldaan, dan kan er door de franchisenemer dus geen beroep worden gedaan op een retentierecht. Ook pleegt de franchisenemer in dat geval wanprestatie omdat hij onterecht zijn verplichtingen jegens de franchisegever niet nakomt. De franchisenemer zal dan ook schadeplichtig kunnen worden jegens de franchisegever. De schadepost aan de zijde van de franchisegever zal in het geval van het niet-afgeven van een franchise handboek waarschijnlijk overzichtelijk zijn, maar kan fors oplopen in andere gevallen, zoals bijvoorbeeld in voornoemd geval waarbij diverse (kostbare) voertuigen zijn betrokken. Voorzichtigheid bij het inroepen van een retentierecht is dan ook troef!

Jan-Willem Kolenbrander, advocaat franchise recht

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?