Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Ondernemingsrecht

Besluit ondernemersvereniging NVM in strijd met kartelverbod

Sacha Krekel

6 februari 2014 - 2 minuten leestijd

In een arrest van 24 januari 2014 (ECLI:NL:HR:2014:149) heeft de Hoge Raad geoordeeld over het kartelverbod in relatie tot een besluit van ondernemersvereniging NVM. In dit arrest heeft de Hoge Raad bevestigd dat voor de toepasselijkheid van het kartelverbod niet is vereist dat het besluit van een ondernemersvereniging betrekking heeft op de markt waarop haar leden actief zijn.

Kort gezegd was de casus als volgt: HPC was een bedrijf dat een softwarepakket had ontwikkeld voor de uitwisseling van informatie over onroerend goedobjecten alsmede voor de kantoorautomatisering van makelaarskantoren. Het softwaresysteem van HPC werd door een groot aantal NVM-leden gebruikt. NVM ontwikkelde vervolgens een eigen landelijk objectuitwisselingsystem inclusief functionaliteiten voor de kantoorautomatisering. NVM verplichtte haar leden het systeem van NVM af te nemen en (later) om hiervan tenminste één licentie af te nemen. HPC is uiteindelijk failliet gegaan en de curator voert in rechte aan dat NVM onrechtmatig jegens HPC heeft gehandeld, onder meer door in strijd met kartelverbod uit artikel 6 lid 1 Mededingingswet (Mw) te handelen. Het hof achtte het besluit van NVM haar leden te verplichten haar eigen systeem af te nemen en later hiervan tenminste één licentie af te nemen, in strijd met art. 6 Mw. De Hoge Raad bevestigt dit.

Het kartelverbod zoals vervat in artikel 6 Mw geldt voor ondernemingen en ondernemersverenigingen. Een ondernemersvereniging is een entiteit die ondernemingen verenigt, zoals bijvoorbeeld een branchevereniging. Artikel 6 lid 1 Mw verbiedt besluiten van ondernemingsverenigingen die ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan wordt verhinderd, beperkt of vervalst. Een advies van een ondernemersvereniging kan eveneens een besluit zijn. Voor de toepasselijkheid van artikel 6 Mw is niet vereist dat de wil van de ondernemersvereniging is gericht op het coördineren van het handelen van haar leden met als strekking of gevolg de beperking van de mededinging.

In bovengenoemd arrest heeft de Hoge Raad bevestigd dat evenmin is vereist dat het besluit van een ondernemersvereniging betrekking heeft op de markt waarop haar leden actief zijn. Artikel 6 Mw is geënt op (het huidige) artikel 101 VWEU. In rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU was reeds uitgemaakt dat een besluit van een ondernemersvereniging niet alleen op de markt waarop de leden actief zijn de mededinging kan verhinderen, beperken of vervalsen, maar ook op een andere markt waarop deze vereniging zelf een economische activiteit uitoefent. De Hoge Raad heeft nu bepaald dat hetzelfde geldt voor het Nederlandse kartelverbod zoals opgenomen in artikel 6 Mw.

Marjolein van Ravenzwaaij-Mars, advocaat ondernemingsrecht

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?