Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Arbeid, Medezeggenschap & PensioenOnderwijsrecht

Zwangerschapsverlof is geen vakantie, ook niet in het onderwijs

Renée Huijsmans

31 januari 2020 - 3 minuten leestijd

Zwangerschapsverlof is geen vakantie, ook niet in het onderwijs, zo oordeelde de rechtbank Midden-Nederland recent. In de cao VO is opgenomen dat zwangerschaps- en bevallingsverlof dat samenvalt met de zomervakantie gecompenseerd moet worden. De kantonrechter te Utrecht heeft geoordeeld dat dit ook dient te gelden voor samenloop met andere schoolvakanties.

Een vrouwelijke werknemer van een middelbare school geniet zwangerschapsverlof van 8 september 2017 tot 12 januari 2018. Deze periode van zwangerschapsverlof overlapt de herfstvakantie en de kerstvakantie. De werknemer verzoekt haar school om compensatie van deze vakanties. De school weigert dit op grond van artikel 15.1 lid 7 cao VO:

De vrouwelijke werknemer behoudt ten minste aanspraak op het vakantieverlof dat samenvalt met de zomervakantie en het tijdvak van het zwangerschaps- en bevallingsverlof dat samenvalt met de zomervakantie en het tijdvak van het zwangerschaps- en bevallingsverlof. Dit vakantieverlof wordt aansluitend op het zwangerschaps- en bevallingsverlof, dan wel de zomervakantie, genoten, tenzij werkgever en werknemer anders overeenkomen. (…) Samenloop van andere schoolvakanties en de vijf extra dagen vakantieverlof zoals bedoeld in lid 1 onder a met zwangerschaps- en bevallingsverlof wordt niet gecompenseerd.

De werknemer stelt zich op het standpunt:

  1. dat de woorden ‘ten minste’ niet uitsluiten dat ook recht bestaat op compensatie als het zwangerschapsverlof samenvalt met andere schoolvakanties;
  2. dat het niet compenseren van zwangerschapsverlof leidt tot ongeoorloofd onderscheid op grond van geslacht;
  • dat deze bepaling in strijd is met dwingend recht, namelijk artikel 3:4 Wet arbeid en zorg (WAZO).

De school verweert zich met de stelling ─ en verwijzing naar diverse arresten van de Hoge Raad ─ dat er geen recht bestaat op compensatie zolang de betrokken werknemer de wettelijke minimumaanspraken van 20 werkdagen per jaar heeft kunnen genieten.

De kantonrechter is van oordeel dat het beroep van de school op deze arresten faalt omdat er, inmiddels, geen sprake meer is van een sekseneutrale formulering van voorgaand artikel in de cao VO. Daarmee is er sprake van direct onderscheid op grond van geslacht (onderscheid op grond van zwangerschap, bevalling en moederschap).

Daarnaast heeft het HvJ EG in de zaak Gómez reeds bepaald dat een werkneemster haar jaarlijkse vakantie in een andere periode moet kunnen opnemen dan gedurende haar zwangerschapsverlof, ook wanneer het zwangerschapsverlof samenvalt met de periode van de jaarlijkse vakantie die algemeen bij bedrijfsakkoord is vastgesteld voor het gehele personeel (een situatie die vergelijkbaar is met de vakantieregeling in de cao) en dat dit ook geldt met betrekking tot een jaarlijkse vakantie die langer is dan het bepaalde minimum van vier weken. Bij de uitoefening van de rechten die aan vrouwen worden toegekend door bepalingen die vrouwen dienen te beschermen met betrekking tot zwangerschap en moederschap, mogen vrouwen niet minder gunstig worden behandeld in arbeidsvoorwaarden. Het recht op jaarlijkse vakantie heeft namelijk een ander doel dan het recht op zwangerschapsverlof, aldus de kantonrechter.

Bovendien is de uitsluiting van het recht op compensatie van zwangerschapsverlof dat samenvalt met de schoolvakantie in strijd met artikel 3:4 WAZO. Omdat schoolvakanties als vakantiedagen gelden, kunnen de dagen waarop een werkneemster zwangerschapsverlof geniet, op grond van dit artikel, niet worden aangemerkt als vakantie. Hierbij is niet van belang dat een leerkracht meer vakantiedagen heeft dan het wettelijk minimum. Beide verloven dienen immers een ander doel.

De VO-raad kan zich niet vinden in deze uitspraak van de kantonrechter. Zij is van oordeel dat de systematiek voor vakantie binnen het onderwijs aanzienlijk anders is dan in andere sectoren, omdat de periodes waarin geen onderwijs wordt gegeven niet één op één als vakantie te beschouwen zijn. De betreffende werkgever beraadt zich over een mogelijk hoger beroep.

In mijn optiek is deze uitspraak van de kantonrechter – gezien EG-jurisprudentie – correct. De cao VO-bepaling levert direct onderscheid op grond van geslacht op. En in alle realiteit, zwangerschapsverlof en vakantie dienen niet eenzelfde doel. Dit laat onverlet dat het handhaven hiervan problemen op kan leveren binnen een sector die reeds te kampen heeft met personeelstekort. En dan hebben we het nog niet gehad over de (nog niet vervallen) vakantieaanspraken van werknemers in het onderwijs…

Heeft u vragen over de samenloop van vakantie en zwangerschapsverlof, neemt u dan contact met ons op.

Renée Huijsmans, advocaat team Arbeid, Medezeggenschap & Pensioen

 

Ook interessant?