Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
FranchiserechtOndernemingsrecht

Wet franchise en precontractuele fase: wat is er veranderd?

Jan-Willem Kolenbrander

2 maart 2021 - 2 minuten leestijd

Sinds 1 januari 2021 is de Wet franchise van kracht geworden. Het doel van deze wet is om de positie van franchisenemers te versterken in de precontractuele fase en gedurende de looptijd van de franchise. Maar wat is er nu precies veranderd voor franchisegevers en franchisenemers door deze wet? In deze blogreeks Franchise worden kort enkele noemenswaardige veranderingen onder de loep genomen. In deze aflevering: de precontractuele fase.

De periode voorafgaand aan het tekenen van een franchiseovereenkomst wordt de ‘precontractuele fase’ genoemd. In deze fase onderhandelen de franchisegever en de kandidaat-franchisenemer met elkaar en praten zij met elkaar over de toekomstige samenwerking. Als alle neuzen vervolgens dezelfde kant opstaan wordt de franchiseovereenkomst getekend.

Per 1 januari 2021 gelden er concrete wettelijke regels voor de precontractuele fase met betrekking tot franchiseovereenkomsten. Zo moet een franchisegever op grond van artikel 7:913 van het Burgerlijk Wetboek (‘BW’) in ieder geval de navolgende informatie verstrekken aan een kandidaat-franchisenemer:

  • Het concept van de franchiseovereenkomst, inclusief bijlagen;
  • Een weergave van de inhoud en de strekking van de voorschriften betreffende door de franchisenemer te betalen vergoedingen, opslagen of andere financiële bijdragen of de van hem verlangde investeringen. Denk daarbij aan franchise fees en andere bijdragen;
  • Informatie over de wijze waarop en de frequentie waarmee het overleg tussen de franchisegever en de franchisenemers plaatsvindt;
  • De contactgegevens van het vertegenwoordigende orgaan van de franchisenemers, zoals een franchiseraad of een vereniging van franchisenemers;
  • Informatie over de mate waarin en de wijze waarop de franchisegever, al dan niet via een afgeleide formule, in concurrentie kan treden met de franchisenemer. Denk daarbij aan een webshop van de franchisegever of eigen winkels van de franchisegever;
  • Informatie over de mate waarin, de frequentie waarmee en de wijze waarop de franchisenemer kennis kan nemen van omzetgerelateerde gegevens die de franchisenemer betreffen of voor zijn bedrijfsvoering van belang zijn;
  • Informatie over de financiële van de franchisegever;
  • Financiële gegevens met betrekking tot de beoogde locatie van de franchiseonderneming, of, als dat er niet is, financiële gegevens van (een of meer) door de franchisegever vergelijkbaar geachte onderneming of ondernemingen. In dat laatste geval moet de franchisegever ook duidelijk maken op welke gronden hij deze vergelijkbaar zinvol acht, zodat de kandidaat-franchisenemer de waarde van die informatie kan beoordelen.

Op grond van artikel 7:914 BW dient voornoemde informatie ten minste vier weken voor het sluiten van de franchiseovereenkomst aan de kandidaat-franchisenemer te worden gestuurd. Deze periode wordt ook de ‘standstill’-periode genoemd. Gedurende de standstill­ – periode mag de franchisegever niet het concept van de franchiseovereenkomst ten nadele van de kandidaat wijzigen, dan wel de franchiseovereenkomst of een daarmee verbonden overeenkomst sluiten, dan wel de kandidaat aanzetten tot het doen van betalingen of investeringen.

Sluit een franchisegever in strijd met de Wet franchise bijvoorbeeld toch in de standstill – periode een franchiseovereenkomst met een kandidaat, dan is de sanctie daarop (zie artikel 7:922 BW) dat de kandidaat deze rechtshandeling kan worden vernietigd.

Nu er wettelijk is vastgelegd welke concrete informatie er door de franchisegever in de precontractuele fase verstrekt moet worden aan een kandidaat-franchisenemer (en op welke moment) dient een franchisegever uiteraard zijn precontractuele proces nog zorgvuldiger vorm te geven om juridische ongelukken te voorkomen.

Jan-Willem Kolenbrander, advocaat franchise recht

Ook interessant?