Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Aanbestedingsrecht

Inschrijvers fuseren na inschrijving

Ondernemingsrecht

Menno de Wijs

5 januari 2018 - 2 minuten leestijd

De rechtbank Den Haag heeft op 27 december 2017 een uitspraak gewezen over de (on)geldigheid van inschrijvingen van aan elkaar gelieerde inschrijvers (klik). Het betrof een aanbesteding van het Mobiliteitsbureau Noordoost Fryslân voor personenvervoer.

De feiten

De opdracht was in 24 percelen, verdeeld over 4 perceeltypen, in de markt gezet.  Twee inschrijvers – die op verschillende percelen hadden ingeschreven, maar ook ieder op eenzelfde perceel – fuseerde na indiening van hun inschrijvingen.

De eisers in het kort geding vorderde dat de inschrijvingen op de verschillende percelen allen ongeldig zouden worden verklaard. In de aanbestedingsstukken staat namelijk dat inschrijvers slechts op één perceel mogen inschrijven. Echter, eisers stellen dat bij schending van deze spelregel, alle inschrijvingen – dus ook die op verschillende percelen – ter zijde moeten worden gelegd. De mededinging zou in het geding komen vanwege de nauwe verwevenheid van de gefuseerde inschrijvers.

Beoordeling rechtbank

Niet ter discussie staat dat de inschrijvingen met betrekking tot hetzelfde perceel ongeldig zijn. Dit betekent echter niet dat de inschrijvingen op de overige percelen (waar niet door beide op ingeschreven is) ongeldig zijn, aldus de Haagse voorzieningenrechter. De percelen worden namelijk onafhankelijk van elkaar beoordeeld en gegund door de aanbestedende dienst.

Als sprake is van onderlinge afstemming kan dat echter de mededinging schaden. De gefuseerde inschrijvers stellen echter dat er geen afstemming is geweest bij het opstellen van de inschrijvingen. Het Mobiliteitsbureau stelt geen reden te hebben gehad om te twijfelen aan de juistheid van die verklaringen. De inhoud en vorm van de inschrijvingen van de gefuseerde inschrijvers geven hier ook geen aanleiding toe. De rechtbank oordeelt dat het onvoldoende aannemelijk is dat sprake is geweest van onderlinge afstemming was bij de inschrijvingen.

Slot

Nu de ongeldigheid van de inschrijving op hetzelfde perceel, inschrijvingen op andere percelen niet raakt en van afstemming tussen de inschrijvers niet gebleken is, worden de vorderingen van eisers afgewezen. Het is goed voor te stellen dat inschrijvers (zoals eisers) het gevoel krijgen dat inschrijvingen van aan elkaar gelieerde inschrijvers in strijd zijn met de mededinging. Deze uitspraak bewijst maar weer dat de juridische werkelijkheid daarmee niet overeen hoeft te komen.

  Menno de Wijs en Per van der Kooi, Advocaten Aanbestedingsrecht en Dylan Helmich, juridisch medewerker

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?