Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Overzicht Delen
Arbeid, Medezeggenschap & Pensioen

De i-grond: het ontslagrecht toch versoepeld!?

Janka Sintemaartensdijk

4 maart 2021 - 3 minuten leestijd

Vanaf de introductie van de i-grond als aanvulling op  de bestaande ontslaggronden wordt in de literatuur en rechtspraak verschillend gedacht over de vraag of er bij een beroep op de i-grond al dan niet sprake moet zijn van één of meer bijna voldragen ontslaggronden, of dat volstaan kan worden met een “gewone” mix van ontslaggronden. Duidelijk is dat, overigens net als bij de andere ontslaggronden, de lat hoog ligt en er niet snel voldaan is aan deze cumulatiegrond.

De i-grond/cumulatiegrond

Om tot beëindiging van een arbeidsovereenkomst over te kunnen gaan moest een werkgever tot 1 januari 2020, een redelijke wettelijke ontslaggrond aanvoeren. Daarbij moest aantoonbaar sprake zijn van een zogenaamde voldragen ontslaggrond, zoals bijvoorbeeld disfunctioneren(art. 7:669 lid 3 BW). Het was expliciet niet de bedoeling dat  een combinatie van verschillende (onvoldragen) ontslaggronden ook zou kunnen leiden tot ontbinding. In de praktijk werd dit systeem echter als te rigide ervaren en bestond er behoeft aan verruiming van de ontslagmogelijkheden. Met de inwerkingtreding van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) is i-grond, ook wel cumulatiegrond genoemd, aan de reeds bestaande ontslaggronden toegevoegd. Op grond van deze cumulatiegrond kan een werkgever ook ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzoeken als sprake is van een combinatie van twee of meer ‘niet voldragen’ ontslaggronden.

Eén bijna voldragen ontslaggrond vereist…

Pas in juli 2020 wees de rechtbank Midden-Nederland het eerste verzoek op de i-grond toe (ECLI:NL:RMBNE:2020:2705). In ons blog “Ontbinding arbeidsovereenkomst op de i-grond; Driemaal is scheepsrecht?” hebben wij  aan de hand van een drietal uitspraken toegelicht dat  dat voor een succesvol beroep op de i-grond sprake moet zijn van ten minste één bijna voldragen ontslaggrond. En als deze bijna voldragen ontslaggrond vervolgens wordt gecombineerd met een andere ontslaggrond, is sprake van een voldragen i-grond, op grond waarvan een arbeidsovereenkomst kan worden ontbonden.

Dat voor een succesvol beroep op cumulatiegrond sprake moet zijn van ten minste één bijna voldragen ontslaggrond, is echter niet expliciet benoemd in de wetsgeschiedenis. Samen met de zogenoemde  ‘cumulatievergoeding’  (maximaal de helft van de transitievergoeding, art. 7:671b lid 8 BW),  als compensatie voor het feit dat de ontbinding is gebaseerd op meerdere (onvoldragen) ontslaggronden, draagt dit bij aan  het beoogde maatwerk en de versoepeling van het ontslagrecht. Daar staat tegenover dat het juist niet de bedoeling van de wetgever was om arbeidsovereenkomsten te beëindigen op grond van verschillende onvoldoende onderbouwde ontslaggronden bij elkaar.

…of toch niet?

Ook de kantonrechter Haarlem wijst er in een recente beschikking van 5 januari 2021 (ECLI:NL:RBNHO:2021:158) op dat uit de wet en de wetsgeschiedenis blijkt dat niet vereist is dat één of meer van de ontslaggronden bijna voldragen moeten zijn. Volgens deze kantonrechter is de  cumulatiegrond bedoeld voor die gevallen waarin de werkgever een ontbindingsverzoek niet kan baseren op omstandigheden uit één enkelvoudige ontslaggrond, maar dit  wel kan motiveren en onderbouwen met feiten en omstandigheden die onder verschillende ontslaggronden vallen en tezamen een redelijke grond vormen voor een ontbinding van de arbeidsovereenkomst  uit meerdere ontslaggronden samen. Een gewone mix van ontslaggronden kan dus voldoende zijn voor een ontbinding van de arbeidsovereenkomst, mits voldoende onderbouwd.

Conclusie

De i-grond is net als de andere ontslaggronden een volwaardige grond die ook als zodanig moet worden beschouwd en onderbouwd. Een goede motivering van deze grond is dus essentieel. Zo achtte het Gerechtshof Den Haag in een arrest van februari 2021 (ECLI:NL:GHDHA:2021:170) de onderbouwing van de twee door de werkgever aangevoerde ontbindingsgronden (d en g) onvoldoende om te kunnen oordelen dat sprake was van een combinatie van omstandigheden dat van de werkgever in redelijkheid niet kon worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. En daarmee werd de beschikking van de kantonrechter waarin de ontbinding, op de i-grond, werd afgewezen, bevestigd.

Janka Sintemaartensdijk advocaat Team Arbeid, Medezeggenschap & Pensioen

Barbara van Dam-Keuken paralegal Team Arbeid, Medezeggenschap & Pensioen

Ook interessant?