Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Arbeid, Medezeggenschap & Pensioen

Kleine(re) ondernemingen en pensioen: grotere rol medezeggenschap!

Arbeid, Medezeggenschap & Pensioen

Ernst van Win

19 januari 2018 - 4 minuten leestijd

Op 1 januari 2018 is de wettelijke pensioenleeftijd verhoogd naar 68 jaar. Op de werkgever rust vervolgens de verantwoordelijkheid om de pensioenregelingen aan te passen en de medewerkers daarover goed te informeren. Daarbij mag de medezeggenschap niet worden vergeten! De ondernemingsraad heeft immers een vergaand instemmingsrecht ten aanzien van deze zo belangrijke arbeidsvoorwaarde. Bij grote ondernemingen is men zich daar van bewust maar hoe is de medezeggenschap ten aanzien van pensioen geregeld bij kleine(re) ondernemingen die geen OR hebben?

De rechten van een Personeelsvertegenwoordiging (PVT) en Personeelsvergadering (PV) zijn minder vergaand dan die van een OR. Minister Koolmees (SZW) heeft de Tweede Kamer dan ook onlangs bericht dat hij de rechten van de PVT en PV wat betreft pensioen bij kleine(re) ondernemingen wil versterken. In deze blog zetten wij nog even voor u op een rijtje hoe de medezeggenschap ten aanzien van pensioen nu is geregeld en welke aanvullingen daarop de minister heeft voorgesteld.

De medezeggenschaprechten van de OR bij pensioen

 

Het instemmingsrecht (art. 27 lid 1 WOR )

Uitgangspunt is dat de OR alleen een instemmingsrecht heeft als de werkgever kan besluiten over de pensioenregeling, of onderdelen. Kan de werkgever dat niet, omdat sprake is van een verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds of een cao die het pensioen inhoudelijk heeft geregeld of een regeling van arbeidsvoorwaarden vastgesteld door een publiekrechtelijk orgaan, dan heeft ook de OR niets te zeggen.

De ondernemingsraad heeft een instemmingsrecht over:

  • elk voorgenomen besluit tot vaststelling, wijziging of intrekking van een regeling met betrekking tot een pensioenovereenkomst, ongeacht of de pensioenuitvoerder een pensioenfonds, een pensioenverzekeraar, een premiepensioeninstelling of een buitenlandse uitvoerder is;
  • de uitvoeringsovereenkomst. Het begrip ‘regeling met betrekking tot een pensioenovereenkomst’ moet ruim worden uitgelegd. Hieronder vallen ook de arbeidsvoorwaardelijke aspecten van de uitvoeringsovereenkomst of een uitvoeringsreglement. Dit geldt in ieder geval voor regelingen die zien op de wijze waarop de premie wordt vastgesteld of een regeling over toeslagverlening; en
  • het voornemen van de ondernemer om de pensioenovereenkomst onder te brengen bij een pensioenuitvoerder in een andere lidstaat.
Het informatierecht (art. 31 lid f WOR)

Daarnaast rust op de werkgever een vergaande informatieplicht . Zo is de werkgever verplicht de OR schriftelijk te informeren over elke voorgenomen vaststelling, wijziging of intrekking van de uitvoeringsovereenkomst of het uitvoeringsreglement.

Let op! Ook een kleine wijziging van de regeling is instemmingsplichtig, denk bijvoorbeeld aan een verdere versobering door verhoging van de AOW-leeftijd.

Recht om deskundigen te raadplegen

De OR heeft het recht om deskundigen te raadplegen op kosten van de werkgever, mits de OR de ondernemer vooraf heeft geïnformeerd over de kosten die hij denkt te gaan maken. De toestemming van de ondernemer is niet vereist. Als de ondernemer echter weigert de kosten te betalen, dan kan de OR zich eventueel wenden tot de kantonrechter. De OR zal dan moeten aantonen dat het inschakelen van de deskundige noodzakelijk is voor het verrichten van zijn taken en dat de kosten van de in te huren deskundige redelijk zijn.

Het beroepsrecht (art. 26 WOR)

Verbonden aan het instemmingsrecht van de OR is een beroepsrecht. Dit betekent dat als de ondernemer een voorgenomen besluit in de zin van art. 27 WOR uitvoert zonder de toestemming van de OR, de OR de nietigheid van het besluit kan inroepen om vervolgens eventueel in een kort geding procedure de kantonrechter te verzoeken de ondernemer te verbieden het besluit uit te voeren.

De medezeggenschaprechten van de PVT bij pensioen

 

Wanneer een PVT?

In kleine ondernemingen (minder dan 50 personen) hoeft geen OR te worden ingesteld.

Als binnen de organisatie tussen de 10 en 50 medewerkers werkzaam zijn moet de ondernemer een PVT instellen als een meerderheid van de medewerkers dit verzoekt. Doet de ondernemer dat niet, dan kunnen belanghebbenden (dus ook de werknemers) zich tot de kantonrechter wenden en instelling van een PVT afdwingen.

Zijn in de regel minder dan 10 personen werkzaam in de onderneming, dan kan de ondernemer op eigen initiatief een personeelsvertegenwoordiging (PVT) instellen (art. 35b en art. 35d WOR). Dat is hij niet verplicht, ook niet als een meerderheid van zijn medewerkers daarom verzoekt.

Adviesrecht

Anders dan een OR, die ten aanzien van pensioen een vergaand instemmingsrecht heeft, heeft de PVT slechts een adviesrecht ten aanzien van veranderingen in de pensioenregeling, als deze ten minste 25% van de werknemers raken.

Informatierecht

De werkgever heeft een vergaande informatieplicht. Zo geldt voor de PVT dat de werkgever de PVT de informatie die hij nodig heeft om tot een advies te komen (mondeling of schriftelijk) moet verstrekken.

Recht om deskundigen te raadplegen

De PVT heeft het recht om deskundigen te raadplegen op kosten van de werkgever, mits de werkgever hiermee heeft ingestemd.

De medezeggenschaprechten van de PV bij pensioen

 

Wanneer een PV?

Als er binnen de organisatie tussen de 10 en 50 medewerkers werkzaam zijn en er geen OR of personeelsvertegenwoordiging is ingesteld, is de ondernemer verplicht ten minste twee keer per jaar met de medewerkers een personeelsvergadering te beleggen (art. 35b WOR). Ook moet de ondernemer een vergadering beleggen als tenminste een vierde van de werknemers daarom (gemotiveerd) verzoekt.

Adviesrecht

Net als de PVT heeft de PV een adviesrecht ten aanzien van veranderingen in de pensioenregeling, als deze ten minste 25% van de werknemers raken.

Het voorstel van de minister

Naar aanleiding van het advies van de SER wil de minister het informatie- en initiatiefrecht met betrekking tot de arbeidsvoorwaarde pensioen op de volgende twee punten versterken:

  • De werkgever moet de PVT en PV tijdig schriftelijk informatie verstrekken, indien deze schriftelijk beschikbaar is en redelijkerwijs nodig is voor het vervullen van de medezeggenschapstaak. Aan een PVT mag deze informatie vooralsnog ook mondeling worden verstrekt.
  • De PVT en PV krijgen ditzelfde informatierecht bij het vaststellen, wijzigen of intrekken van een uitvoeringsovereenkomst;
  • Het initiatiefrecht wordt in die zin versterkt, dat ook de PVT, net als de PV, het onderwerp pensioen eigenstandig kan agenderen.

De minister heeft bewust  niet gekozen voor het invoeren van een instemmingsrecht, beroepsrecht of het uitbreiden van bevoegdheden om deskundigen te raadplegen omdat de vrees bestaat dat kleine werkgevers vanwege de administratieve lasten zullen besluiten helemaal geen pensioenregeling aan te bieden.

Conclusie 

De effecten van deze voorgestelde wijziging zullen naar verwachting positief zijn. Medewerkers zullen minder snel weigeren met een wijziging van de pensioenregeling in te stemmen, zodat individuele procedures bij de kantonrechter zullen worden voorkomen. Werkgevers van kleine(re) ondernemingen zullen zo geen argumenten meer hebben om hun medewerkers een pensioenregeling aan te bieden.

Let op!

Ten aanzien van pensioen heeft elke werkgever, groot of klein, ook een vergaande informatieplicht richting de medewerkers! Ook bestuurders van kleine(re) ondernemingen moeten zich goed realiseren dat zij steeds bijzonder zorgvuldig moeten communiceren over de wijziging van pensioenregelingen. Doen zij dat niet, dan kan dat leiden tot aansprakelijkheid van de werkgever. Meer informatie over dit onderwerp kunt u vinden in mijn eerdere blog “Slechte communicatie over pensioen leidt tot aansprakelijkheid werkgever”.

Ernst van Win, advocaat/partner  en Barbara van Dam-Keuken paralegal medezeggenschap

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?