Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
IT, IE & Privacy

HEKSENKAAS vs WITTE WIEVENKAAS – Merkinbreuk?

IT, IE & Privacy

Teun Pouw

7 maart 2017 - 3 minuten leestijd

De houder van een merk heeft het uitsluitende recht om zijn merk te gebruiken. Als een ander een teken gebruikt dat dusdanige gelijkenissen vertoont met het merk en die ander dat teken gebruikt voor dezelfde of soortgelijke waren of diensten, dan kan de merkhouder de ander het gebruik van het teken in het economische verkeer verbieden. Hierbij is het wel van belang dat er bij het publiek verwarring kan ontstaan tussen het ene en het andere merk.

Op 28 februari jl. heeft het Gerechtshof Den Haag geoordeeld dat er voldoende gelijkenis is tussen de merken van HEKSENKAAS en WITTE WIEVENKAAS om gevaar voor verwarring aan te nemen. Hoewel de gelijkenis niet direct zichtbaar is, is deze er volgens het Gerechtshof gelet op de overeenstemmende betekenis van de termen ‘Heksen’ en ‘Witte Wieven’ wel.

 

Bij het beoordelen of er sprake is van verwarringsgevaar tussen twee merken, moeten de criteria uit het Puma/Sabel-arrest gebruikt worden. In dit arrest heeft het Europese Hof van Justitie bepaald dat er moet worden gekeken naar de totaalindruk die wordt opgeroepen, waarbij gekeken moet worden naar de visuele, auditieve of begripsmatige gelijkenissen. Daarbij moet rekening worden gehouden met de onderscheidende en dominerende bestanddelen van de merken. Een beslissende rol bij de beoordeling van verwarringsgevaar speelt de indruk die de merken bij een gemiddeld consument van de betrokken soort waren of diensten achterlaten.

 

In de zaak tussen HEKSENKAAS en WITTE WIEVENKAAS oordeelde het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom eerder dat er geen sprake was van verwarringsgevaar. Visueel en auditief zijn de twee merken niet overeenstemmend. Begripsmatig is dit ook niet het geval, oordeelt het Bureau. Bij de beoordeling van dit criterium wordt het woordelement ‘kaas’ achterwege gelaten omdat deze beschrijvend is voor de waren in kwestie. De elementen ‘heksen’ en ‘witte wieven’ staan qua betekenis te ver van elkaar. Aan de hand van het Groot Woorden van de Nederlandse Taal komt het Bureau tot de volgende betekenis van het woord heks:

 

“Iemand die kan toveren, iemand die in staat is (met behulp van de duivel) anderen onheil te berokkenen, een meisje dat bijdehand of schalks is, of iemand die werkt met magische krachten in de natuur.”

 

Eveneens uit het Groot Woorden van de Nederlandse Taal haalt het Bureau deze betekenis voor de term witte wieven:

 

“(Germ. myth.) witte wijven of wieven, luchtgeesten, vaak als boosaardig beschouwd, ook als wijze vrouwen, bewoonsters van holen en andere schuilhoeken, die zij nu en dan verlaten om geluk, ongeluk of toekomstige gebeurtenissen te voorspellen en aanwijzingen te geven waar zich ontvreemde of verloren goederen bevinden, witte juffers.”

 

Twee verschillende begrippen aldus. Daarbovenop oordeelt het Bureau dat iemand die weet wat witte wieven betekent het niet gelijk zal stellen aan heksen en dat iemand die het begrip niet kent er ook geen betekenis aan toe zal kennen. Van visuele, auditieve en begripsmatige gelijkenissen is zodoende geen sprake, waardoor de totaalindruk van de twee merken geen verwarringsgevaar op zal leveren.

 

Echter, in beroep komt het Gerechtshof Den Haag tot de conclusie dat de twee merken (wel) te veel gelijkenissen vertonen en dat er sprake is van verwarringsgevaar. Het Gerechtshof concludeert namelijk dat witte wieven en heksen wel dezelfde betekenis hebben. De betekenis die het Hof aan het woord heks toekent is deze:

 

“Vrouwelijke magische wezens die toverkracht bezitten, die zij hoofdzakelijk aanwenden voor kwaadaardige doeleinden, die angst inboezemen en veelal geïsoleerd leven.”

 

Uit onder andere in het geding gebrachte volksverhalen en een Wikipedia-omschrijving leidt het Hof af dat door een deel van het publiek dezelfde betekenis aan witte wieven gegeven wordt. De betekenis die het Groot Woordenboek van de Nederlandse Taal aan de term witte wieven toekent, ligt volgens het Gerechtshof zo dicht bij de betekenis die aan het woord heks wordt toegekend, dat zowel heksen als witte wieven voor het publiek aan te merken zijn als:

 

“bovennatuurlijke magische vrouwelijke verschijningen met een negatieve connotatie.”

 

Het Gerechtshof concludeert aldus dat er sprake is van begripsmatige overeenstemming tussen de twee merken. Mede gelet op de constatering dat de merken HEKSENKAAS en WITTE WIEVENKAAS zien op gelijke dan wel soortgelijke waren, komt het Gerechtshof tot het oordeel dat de begripsmatige overeenstemming van dusdanige aard is dat er wel sprake is van verwarringsgevaar.

 

Conclusie

Gelet op de in deze procedure gevoerde discussie, kan men zich afvragen of er in dit geval niet sprake is van ‘verwarring over de betekenis’ in plaats van ‘door de betekenis’ van beide merken. Voor het Gerechtshof is het echter helder: er is sprake van begripsmatige overeenstemming en dus van gevaar voor verwarring. Zoveel (kaas)smaken, zoveel meningen.

 

 

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?