Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Overzicht Delen
IT, IE & Privacy

Een nieuwe Lego-uitspraak: modelrecht toch geldig volgens het Europese Gerecht

9 april 2021 - 3 minuten leestijd

Tegen onderstaand model voor een Legoblokje werd eerder een vordering tot nietigheid ingesteld bij het Europese Bureau voor Intellectueel Eigendom (EUIPO). Eisers waren van mening dat alle uiterlijke kenmerken van het blokje “uitsluitend worden bepaald door de technische functie ervan“, oftewel dat het blokje alleen maar haar specifieke vorm heeft vanwege de technische noodzaak om het gewenste doel te bereiken (het stapelen van blokjes). Een ontwerp kan dan niet als een model worden beschouwd. Het EUIPO ging hier in mee en het modelrecht werd dan ook nietig verklaard.

 Het Europese Gerecht greep op 24 maart 2021 in en concludeerde dat het EUIPO de bepalingen van de Gemeenschapsmodellenverordening niet juist had toegepast. Er is door het EUIPO onvoldoende naar de kenmerken van het blokje gekeken, die mogelijk niet slechts functioneel van aard zijn. In deze blog zal deze uitspraak nader worden toegelicht, onder andere in het licht van eerdere Lego-gerelateerde uitspraken.

Het modelrecht

Een modelrecht is een intellectueel eigendomsrecht en strekt zich uit tot de bescherming van een model. Onder een model wordt verstaan: “de verschijningsvorm van een voortbrengsel of een deel ervan, die wordt afgeleid uit de kenmerken van met name de lijnen, de omtrek, de kleuren, de vorm, de textuur en/of de materialen van het voortbrengsel zelf en/of de versiering ervan.”[1] Een geregistreerd model geeft (maximaal) 25 jaar bescherming.[2] Een model kan zowel voor de Benelux als voor de EU worden aangevraagd en beschermd. In de onderhavige zaak ging het om een Europees model.

Niet alle ontwerpen kunnen bescherming genieten van het modelrecht. Het modelrecht geldt bijvoorbeeld niet voor een model waarbij alle uiterlijke kenmerken van een voortbrengsel uitsluitend door de technische functie worden bepaald.[3] Een dergelijk kenmerk is bijvoorbeeld het gebruik van stijve baleinen in een stormparaplu, om deze sterk en windbestendig te maken. De ratio achter deze regel is dat het modelrecht niet mag worden ingezet om een bepaald technisch effect te monopoliseren en anderen zo te verhinderen gebruik te maken van die technologie.[4] Voor een technische (uit)vinding kan eventueel een octrooirecht worden aangevraagd, maar geen modelrecht.

Eerdere Lego-uitspraken

Er zijn in de loop der jaren meerdere belangrijke uitspraken gedaan over Lego-artikelen. Twee hiervan worden hieronder kort besproken. Let wel dat het in deze twee uitspraken om merkenrecht ging en niet om modellenrecht.

Deze merkenzaken hielden verband met een oud octrooi van Lego op haar steentjes. Dit octrooi verliep in 1978. Lego heeft daarna in 2010 geprobeerd een merkenrecht te deponeren ten behoeve van de vorm van haar steentjes (door middel van een zogenaamd “vormmerk”), om zo alsnog haar steentjes te kunnen beschermen.[5] Het ging hier om de bekende vierkante en rechthoekige steentjes met nopjes bovenop. Op basis van een arrest van het Europese Hof van Justitie bleef dit depot niet in stand, aangezien geoordeeld werd dat het deponeren van een dergelijk vormmerk met een technische uitkomst, namelijk het kunnen aaneenkoppelen van steentjes, een onderneming een eeuwigdurend monopolie op een technologie zou geven. Dit is onwenselijk, onder andere omdat derden dan voor altijd belet wordt dezelfde techniek te gebruiken en dit dan innovatie in de weg staat.

In 2015 kwamen de legopoppetjes aan de beurt.[6] Het Europese Gerecht gaf Lego in deze zaak wél gelijk en oordeelde dat haar poppetjes niet louter technische functies hebben zoals het aaneenkoppelen met passende bouwstenen. De poppetjes stellen een personage voor en kunnen door kinderen in een passende speelcontext worden gebruikt. Lego kon dus wel een vormmerk deponeren voor haar poppetjes.

De onderhavige uitspraak

De uitspraak van het Europese Gerecht van 24 maart 2021 draagt hoe dan ook weer haar (Lego)steentje bij aan de lijn van jurisprudentie van dergelijke modellen. Het Gerecht spreekt in haar uitspraak het EUIPO streng toe.

Het EUIPO heeft nagelaten alle uiterlijke kenmerken van het bestreden model mee te nemen in haar uiteindelijke oordeel of het blokje een louter technische functie had. Dat is wel belangrijk, aangezien een ontwerp alleen een dergelijke functie kan hebben als alle uiterlijke kenmerken slechts een technische functie hebben. Het  steentje in kwestie heeft een glad oppervlakte aan weerskanten van de rij nopjes. Alhoewel dit een onmiskenbaar uiterlijk kenmerk is van het steentje, is dit kenmerk niet meegenomen in het eindoordeel. Dientengevolge heeft de EUIPO volgens het Gerecht niet volledig kunnen vaststellen dat het blokje slechts een technische functie heeft.

Conclusie

Vooralsnog beschikt Lego dus wel over ten minste één geldig model. Tegen de uitspraak van het Europese Gerecht staat nog hoger beroep open bij het Europese Hof van Justitie. Indien hier gebruik van wordt gemaakt, komt er uiteraard nog een (Lego-)blogje.

Teun Pouw

Advocaat IT-/IE-recht en BMM-merkengemachtigde

met dank aan student-stagiaire Thessa Bennis

 

[1] Artikel 3 Verordening 6/2002 inzake Gemeenschapsmodellen.

[2] Artikel 12 Verordening 6/2002 inzake Gemeenschapsmodellen.

[3] Artikel 8 lid 1 Verordening 6/2002 inzake Gemeenschapsmodellen.

[4] Gerechtshof Den Haag 29 maart 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:928, r.o. 12.

[5] HvJEU 14 september 2010, C-48-09P (Lego Juris/BHIM).

[6] Gerecht van de Europese Unie 16 juni 2015, T-395/14 en T-396/14 (Best Lock (Europe) Ltd./BHIM-Lego Juris).

Ook interessant?