Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
IT, IE & Privacy

Lindsay Lohan klaagt makers GTA aan: misbruik van recht?

IT, IE & Privacy

Natascha van Duuren

28 augustus 2014 - 4 minuten leestijd

Zangeres, actrice en model Lindsay Lohan maakte afgelopen december bekend de makers van GTA-V aan te klagen. Het personage ‘Lacey Jonas’ in het populaire computerspel is volgens Lohan  op haar geënt. Zo moet Lacey in het spel onder meer paparazzi ontwijken, hetgeen kennelijk ook Lohan’s dagelijkse bezigheid is. De makers van GTA wijzen er echter fijntjes op dat Lohan niet de enige blonde dame is die door paparazzi wordt lastiggevallen.

Inbreuk op haar ‘image’
Volgens Lohan bestaan echter meer overeenkomsten tussen het karakter ‘Lacey Jonas’ en haarzelf. Zo speelt een deel van de verhaallijn zich af in en om een hotel dat grote gelijkenis vertoont met het Chateau Marmont in Hollywood, waar Lindsay in het verleden heeft gewoond.

In de documenten die de advocaat van Lohan bij de rechtbank in New York heeft ingediend, staat onder meer dat inbreuk wordt gemaakt op Lohan’s “image” (beeltenis c.q. portretrechten), haar stemgeluid en haar eigen kledinglijn. Lohan stelt dat haar gelijkenis zonder haar toestemming is gebruikt om Grand Theft Auto 5 te promoten. De makers van GTA hebben in reactie op de beschuldigingen van Lohan de rechter gevraagd de beschuldigingen te verwerpen en Lohan bovendien te veroordelen tot betaling van een boete wegens het indien van een kansloze claim (“for filing a frivolous claim”, naar Nederlands recht “misbruik van recht”). Volgens de advocaten van de makers van GTA is de claim van Lohan namelijk volstrekt kansloos. Lohan zou dit weten, maar zou de claim desondanks doorzetten, met als enige doel om aandacht voor haar persoon te genereren.

Pitbull
Vorig jaar stond Lohan ook al voor de rechter en ook toen werd een schadevergoeding geëist wegens misbruik van recht. Lohan had namelijk rapper Pitbull aangeklaagd omdat deze haar naam had genoemd in een liedje. In “Give me Everything” zong Pitbull namelijk: “I got it locked up like Lindsay Lohan”. De rechter maakte korte metten met deze beschuldigingen en oordeelde dat het ging om een “work of art”, waarvoor naar Amerikaans recht andere (lees: minder strenge) regels gelden ten aanzien van het gebruik van iemand beeltenis of gelijkenis. Het feit dat Pitbull (veel) geld verdient met zijn muziek, maakt dit niet anders. De rechter wees de boete wegens misbruik van recht van de hand, aangezien Lohan op basis van de reeds bestaande jurisprudentie niet kon weten dat haar claim zou worden afgewezen. De advocaat van Lohan kreeg overigens nog wel een veeg uit de pan en werd veroordeeld tot betaling van een som geld aan de rechtbank, omdat zijn schriftelijke stukken vol stonden met plagiaat: hij had zonder toestemming stukken overgenomen uit kranten, juridische artikelen en educatieve websites.

Only in America?
Naar Nederlands recht zou één en ander waarschijnlijk anders gelopen zijn. Als aangenomen wordt dat het GTA karakter ‘Lacey Jonas’ inderdaad Lindsay Lohan moet voorstellen, zou Lohan naar Nederlands recht onder meer een beroep kunnen doen op haar portretrechten (art. 20 en/of 21 Auteurswet), haar privacyrecht (op basis van onder meer de Wet bescherming persoonsgegevens) en haar auteursrecht op haar kledinglijn (op basis van de Auteurswet). Voor zover het gaat om het noemen van haar naam (in het liedje van Pitbull), zou Lohan ook een beroep kunnen doen op haar merkenrecht. De naam “Lindsay Lohan” is namelijk in de VS als merk gedeponeerd.

Ook naar Nederlands recht is het echter maar zeer de vraag of Lohan in het gelijk zou worden gesteld. Zo geldt in het kader van de Auteurswet een parodie-exceptie. Art. 18b van de Auteurswet bepaalt: “Als inbreuk op het auteursrecht op een werk van letterkunde, wetenschap of kunst wordt niet beschouwd de openbaarmaking of verveelvoudiging ervan in het kader van een karikatuur, parodie of pastiche mits het gebruik in overeenstemming is met hetgeen naar de regels van het maatschappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd is.” Ook zou mogelijk een beroep gedaan kunnen worden op het citaatrecht (zie hier voor meer informatie).

Misbruik van (IE-)recht
Het leerstuk met betrekking tot misbruik van recht is in Nederland geregeld in art. 3:13 BW, welk artikel luidt: “Degene aan wie een bevoegdheid toekomt, kan haar niet inroepen, voor zover hij haar misbruikt.” Het tweede lid van art. 3:13 BW voegt hieraan toe: “Een bevoegdheid kan onder meer worden misbruikt door haar uit te oefenen met geen ander doel dan een ander te schaden of met een ander doel dan waarvoor zij is verleend of in geval men, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening en het belang dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen.” Een beschuldiging van misbruik van recht zal naar Nederlands recht niet snel doel treffen. Alleen in “extreme gevallen” zal een rechter oordelen dat sprake is van misbruik van recht.

In de IE-rechtspraak zijn enkele voorbeelden van misbruik van recht te vinden. Zo oordeelde het Hof van Justitie van de EG (nu: EU) in de Magill-zaak (HvJ EG 6 april 1995) dat uitoefening van het auteursrecht in de praktijk in specifieke gevallen kan leiden tot misbruik van recht. In onderhavige zaak weigerde de monopolistische auteursrechthebbende op programmagegevens een licentie te geven aan een nieuwkomer op de markt, terwijl er wel een marktbehoefte was aan het nieuwe product van deze nieuwkomer. Dit werd door het Hof gezien als het misbruik maken van een machtspositie.

Ook in een aantal zaken waarin Buma/Stemra partij was, werd geoordeeld dat sprake was van misbruik van machtspositie. Zo werd misbruik aangenomen door het Hof Arnhem (29 maart 1961, Buma/Wolff) en door de Rb. Leeuwarden (14 april 2000, Buma/Hotel Centraal). In deze gevallen zette Buma/Stemra haar auteursrecht in om een boete en openstaande schuld geïnd te krijgen. Dit werd door respectievelijk het Hof en de Rechtbank Leeuwarden betiteld als misbruik van recht.

Hoewel nog enkele voorbeelden van een succesvol beroep op misbruik van recht bestaan (zie bijv. ook Vzr. Rb. Den Haag 28 februari 2003), blijkt een dergelijk beroep in veel gevallen vruchteloos te zijn. Nederlandse rechters zijn zeer terughoudend misbruik van recht aan te nemen. En niet geheel onterecht, aangezien toegang tot rechterlijke instanties een grondrecht is, dat onder meer in art. 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) is vastgelegd.

Als Lindsay Lohan haar zaak voor de Nederlandse rechter had aangespannen had ze dus misschien geen gelijk gekregen, maar had Lohan in ieder geval ook geen boete opgelegd gekregen wegens misbruik van recht.

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?