Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Arbeid, Medezeggenschap & PensioenZorg

WMCZ deel IV: Toezicht en Handhaving

Renate Vink-Dijkstra

30 september 2019 - 3 minuten leestijd

In deel I, II en III van onze Wmcz-reeks hebben wij toegelicht welke belangrijke wijzigingen de Wet medezeggenschap clienten zorginstellingen 2018 (Wmcz 2018) heeft. In dit deel staan wij stil bij de handhaving en het toezicht. Voldoende ‘checks and balances’, kritische medezeggenschap en inspraak van cliënten en hun belangenbehartigers zijn belangrijke voorwaarden voor goed bestuur. Een goed evenwicht tussen bestuur, toezicht en professionals is nodig om gezamenlijk de kwaliteit van de zorg te kunnen bewaken. De Wmcz 2018 biedt daarvoor goede mogelijkheden. Het is dan wel belangrijk dat ook voldoende handvatten bestaan om de naleving van deze wettelijke regeling te kunnen borgen. In dit blog zal worden toegelicht hoe dit is geregeld in de Wmcz 2018.

Intern toezicht

Ook zorginstellingen zijn verplicht te beschikken over een toezichthoudend orgaan. De Wmcz 2018 reguleert dat de cliëntenraad tenminste 1 persoon mag voordragen ter benoeming als lid van de Raad van Toezicht. Dit is belangrijk voor het goed functioneren van het toezichthoudend orgaan. De Raad van Toezicht is gebaat bij goed en regelmatig overleg met de cliëntenraad en daartoe zelfs verplicht op basis van de Governance Code Zorg. Een voordrachtslid kan daaraan bijdragen, zodat steeds rekening wordt gehouden met alle betrokken belangen: die van de client, de vertegenwoordigers, de medewerkers en anderen.

Extern toezicht en handhaving

Naast het interne toezichthoudend orgaan, houdt de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) toezicht op de naleving van de wettelijke verplichtingen die volgen uit de WMCZ 2018. Dit betekent dat de IGJ toezicht houdt op de naleving van belangrijke randvoorwaarden als:

  • de verplichting tot het bieden van inspraak;
  • het instellen van een cliëntenraad;
  • in de statuten een n bindende voordrachtsmogelijkheid opnemen voor ten minste één toezichthouder; en
  • het instellen dan wel wijzigen van een commissie van vertrouwenslieden.
  • De keuze om aan de IGJ deze bevoegdheden toe te kennen, ligt voor de hand. De IGJ kan snel en daadkrachtig optreden en bovendien aansluiting zoeken bij andere aspecten rond de kwaliteit van de zorg. De IGJ is bij uitstek het orgaan dat daarvoor de benodigde specialistische kennis heeft.

Als de IGJ constateert dat de WMCZ 2018 niet wordt nageleefd kan hij, afhankelijk van de ernst van de klacht en de geconstateerde gebreken, met de zorginstelling het gesprek aangaan en zo nodig handhavend optreden. Als handhavingsmiddel kan de IGJ gebruik maken van bijvoorbeeld een last onder bestuursdwang (het opleggen van verplichtingen) of een dwangsom (het opleggen van forse boetes).

De IGJ toetst daarmee de formele naleving van de WMCZ 2018. De IGJ toetst niet de effectiviteit van de medezeggenschap en/of inspraak. Ook zal de IGJ niet zelf actief op zoek gaan naar zorginstellingen die niet aan de gestelde wettelijke verplichtingen voldoen. De IGJ komt in actie als bij een regulier bezoek wordt geconstateerd dat de wet niet voldoende wordt nageleefd of klachten, dan wel meldingen ontvangt van cliënten of hun vertegenwoordigers die daartoe aanleiding geven.

Rechtsmiddelen

In de WMCZ 2018 zijn ook een aantal rechtsmiddelen opgenomen waarvan de cliëntenraad gebruik kan maken als hij meent dat niet voldoende aan de WMCZ 2018 wordt voldaan en/of de medezeggenschap niet op de juiste wijze zijn werk kan doen.

Allereerst kunnen geschillen die ontstaan bij toepassing van de WMCZ 2018 worden voorgelegd aan de Commissie van Vertrouwenslieden. Deze commissie heeft tot taak te bemiddelen tussen de zorginstelling en de cliëntenraad en zo nodig een uitspraak te doen. Tegen een dergelijke uitspraak kan beroep worden ingesteld bij de Ondernemingskamer. De ervaring leert dat aan een uitspraak of beslissing van de commissie al veel waarde wordt gehecht. Overigens kunnen ook de bemiddelingspogingen van deze commissie in de praktijk succesvol zijn.

Daarnaast wordt aan cliëntenraden het zogenaamde recht van enquête toegekend. Dit is een ultimum remedium waarvan de cliëntenraad alleen gebruik zou moeten maken als sprake is van gegronde redenen om aan het beleid en/of de gang van zaken van de zorginstelling te twijfelen. Dit is een omvangrijke procedure bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam die ertoe kan leiden dat er een ingrijpend intern onderzoek wordt uitgevoerd. Dergelijke onderzoeken komen vaak in de publiciteit en kunnen dan ook grote gevolgen hebben voor de zorginstelling. Dit is niet altijd in het belang van de zorginstelling. Daarom is terughoudendheid geboden bij dit rechtsmiddel.

Praktische tips:

  • Maak steeds afspraken met elkaar over de toepassing van de medezeggenschap, de werkwijze en de wederzijdse verwachtingen.
  • Wees duidelijk en overleg regelmatig met elkaar, zo kun je formele procedures voorkomen.
  • Dreigt er toch een geschil te ontstaan, probeer dit dan met elkaar op te lossen of met behulp van mediation of bemiddeling bij de commissie van vertrouwenslieden.
  • Maak alleen gebruik van formele procedures als dat echt nodig is en het een belangrijk onderwerp betreft.
  • Maak altijd eerst een zorgvuldige belangenafweging, wat zijn de gevolgen voor de zorginstelling, de cliënten en hun vertegenwoordigers en de medewerkers?

Voor vragen over de WMCZ en andere vragen ten aanzien van de governance in de zorg kunt u natuurlijk ook altijd contact opnemen.

Renate Vink-Dijkstra, advocaat Arbeid, Medezeggenschap & Pensioen

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?

De oudere werknemer

14 oktober 2019 De oudere werknemer