Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Arbeid, Medezeggenschap & Pensioen

Deliveroo en de werknemers in loondienst

Joost Kokje

16 januari 2019 - 2 minuten leestijd

De rechtbank Amsterdam heeft in twee individuele zaken (een en twee), aangespannen door het FNV, geoordeeld dat koeriers van de maaltijdbezorgingsdienst Deliveroo recht hebben op een arbeidsovereenkomst. Het is opmerkelijk dat de rechtbank tot deze uitspraak komt nu dezelfde rechtbank in juli 2018 nog tot het oordeel kwam dat een Deliveroo-bezorger geen schijnzelfstandige was en daarom geen recht had op een arbeidsovereenkomst. Over deze zaak heb ik eerder een blog geschreven.

Waarom is de kantonrechter tot dit andere oordeel gekomen?

Per februari 2018 heeft Deliveroo besloten om de arbeidsovereenkomsten van de koeriers niet meer te verlengen. Bezorgers konden alleen nog in dienst treden middels een overeenkomst van opdracht, een zogenoemde ‘partnerovereenkomst’. De vraag was of die partnerovereenkomst niet feitelijk een arbeidsovereenkomst was. De enige manier om dat na te gaan is om de wettelijke voorwaarden van een arbeidsovereenkomst naast de partnerovereenkomst én de feitelijke uitvoering daarvan te leggen. De kantonrechter kwam tot het volgende oordeel:

  • Arbeid: de wijze waarop koeriers de Deliveroo app kunnen gebruiken geeft de koeriers weinig ruimte om te weigeren. Deze ruimte is volgens de kantonrechter beperkter dan de partnerovereenkomst suggereert. Hier besteedt de kantonrechter in het bijzonder aandacht aan de prestatiecriteria. Wanneer een koerier namelijk goed presteert krijgt hij een bepaalde voorrangspositie bij het inloggen op bepaalde (gewilde) sessies. Hieruit volgt een verplichting om arbeid te verrichten.
  • Loon: Ondanks dat de vergoeding die koeriers krijgen in de partnerovereenkomst hoger ligt dan het minimumloon en dat deze vergoeding wisselt per concrete prestatie, is er nog steeds sprake van loon, zo meent de kantonrechter. Met name speelde mee dat de vergoeding niet dusdanig hoger lag dan het minimumloon, dat daarmee een opdrachtovereenkomst zou kunnen worden aangenomen. Het loon is daarnaast een vastgesteld tarief waarover niet kan worden onderhandeld.
  • Gezagsverhouding: In de partnerovereenkomst is op verschillende plaatsen de nadruk gelegd op de zelfstandigheid van de koerier. Deze rechten en plichten wijzen echter niet op een zelfstandig ondernemerschap, zo meent de kantonrechter. Zo moeten de koeriers voldoen aan verschillende veiligheids- en hygiënevereisten. Het gebruik van de Deliveroo maaltijdbox en kleding is inmiddels optioneel, maar wel tegen een bepaalde korting te bestellen bij Deliveroo. Dit werkt het gebruik van Deliveroo materiaal in de hand. Bovendien is de koerier nog steeds naar buiten herkenbaar door de klant, doordat de bestelling door Deliveroo plaatsvindt. Van een gezagsverhouding is dus nog steeds sprake.
  • Gedurende een zekere tijd: De kantonrechter acht het wel denkbaar dat een gering aantal bezorgingen wordt uitgevoerd en zodoende niet voldaan wordt aan het verrichten van arbeid gedurende een zekere tijd. Bovendien is het aannemelijk dat koeriers het werk om gaan zetten in bedrijfsuitoefening, waardoor het karakter van de arbeidsovereenkomst steeds meer op de achtergrond verdwijnt. Aangezien dit uitzonderingsgevallen betreffen wijst de kantonrechter deze argumenten in de kwesties waarover moest worden geoordeeld van de hand. Deliveroo wordt zodoende in het ongelijk gesteld.

Over dit oordeel van de kantonrechter kunnen we flink discussiëren. Zo ook over de eerdere ‘Deliveroo-zaak’ waarover een kantonrechter van dezelfde rechtbank anders oordeelde. Het hangt elke keer weer af van de omstandigheden van het geval en de argumenten die worden aangedragen wie het recht aan zijn zijde krijgt. Ik herhaal het nog maar eens; is een rechtsvorm tussen de opdrachtovereenkomst en arbeidsovereenkomst niet een uitkomst?

Joost Kokje, advocaat team Arbeid, Medezeggenschap & Pensioen

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?