Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
IT, IE & Privacy

Creatieve computers: Artificial Intelligence en auteursrecht

Teun Pouw

27 juni 2019 - 3 minuten leestijd

We vinden ze fascinerend, maar tegelijkertijd ook beangstigend: slimme computers die langzamerhand onze dagelijkse taken overnemen. Van zelfrijdende auto’s en robotstofzuigers, tot operatierobots en zelfs robotrechters. Dit zijn welbekende voorbeelden van artificial intelligence, een onderwerp dat recentelijk een hot topic is geworden en niet meer valt weg te denken uit het (toekomstig) straatbeeld. Minder bekend zijn we met intelligente systemen die zelf kunstwerken maken, zonder tussenkomst van een mens. Momenteel bestaan systemen die gedichten schrijven[1], muziek componeren[2] en schilderijen maken[3]. Door de komst van deze kunstzinnige systemen rijzen onder andere vragen die verband houden met intellectuele eigendom, bijvoorbeeld de vraag wie de auteursrechthebbende is van deze creaties: de maker van het AI-systeem, het AI-systeem zelf, of toch helemaal niemand?

Traditioneel bezien is het de gewoonte om creaties enkel en alleen toe te schrijven aan mensen. De ‘scheppingsdaad’ van creatieve werken wordt algemeen beschouwd als iets waartoe alleen mensen in staat zijn. Echter, zoals de voorbeelden hierboven laten zien, zijn ontwikkelingen op het gebied van artificial intelligence een uitdaging voor deze grondgedachte. De moderne kunstmatig intelligente computer is immers veel meer dan alleen maar een technisch hulpmiddel voor de mens bij de creatie van werken. Deze slimme systemen zijn in staat handelingen uit te voeren zoals een mens, of kunnen wellicht zelfs superieur zijn aan de mens.

Auteursrechtelijke bescherming

In de rechtspraak is bepaald dat een werk een eigen, oorspronkelijk karakter dient te hebben en de persoonlijke stempel van de maker moet dragen, wil er auteursrecht op rusten.[4] Daarbij moet het werk het resultaat zijn van scheppende menselijke arbeid en creatieve keuzes, ook wel een voortbrengsel van de menselijke geest.[5] Eerder blogde ik al over de zwartkuifmakaak Naruto die een selfie maakte met de camera van de Britse natuurfotograaf David Slater, maar volgens de Amerikaanse rechter geen auteursrechthebbende kon zijn, onder andere omdat dieren geen rechtssubjecten zijn en c.q. geen auteursrechten kunnen claimen.[6] Hetzelfde valt te zeggen over AI-systemen, die vooralsnog geen rechtspersoonlijkheid hebben en voorlopig ook niet zullen krijgen. De vraag of een AI-systeem auteursrechthebbende zou kunnen zijn, kan dus ontkennend beantwoord worden.

En de mens achter het systeem dan? Aangezien het auteursrecht voor de mens is “bedacht”, lijkt dit wel zo logisch. Nu en in de toekomst zullen kunstzinnige systemen echter veelal zelf beslissingen maken, waar geen mens aan te pas komt. Natuurlijk is aan het beginproces sprake van menselijke input. Echter, vanwege het feit dat zogeheten deep learning-systemen (in potentie) onafhankelijk van een mens toewerken naar een resultaat dat niet specifiek op voorhand is bepaald kan de vraag worden gesteld in hoeverre de mens dan nog het “creatieve brein” is van het betreffende werk (en dus ook of hem bescherming toekomt). Het werk kan immers zelfstandig, op basis van eigen creatieve keuzes van het systeem, worden gecreëerd. In dat geval valt te betogen dat de maker van het AI-systeem geen auteursrechthebbende hoort te zijn, omdat het systeem en niet de maker vrijwel volledig het heft in handen neemt bij het maken van een kunstzinnig werk. Wellicht zijn er echter ook AI-systemen voorstelbaar waarbij de mens wél voldoende invloed behoudt op het eindresultaat en het oordeel moet zijn dat de auteursrechten (op het door het AI-systeem bedachte/geproduceerde werk) toch bij betreffende maker van het AI-systeem rusten. Het zal uiteindelijk aan de rechter zijn (al dan niet aan de hand van aanvullende regelgeving) om hierover een oordeel te vellen.

Het publieke domein

Als noch het AI-systeem, noch de maker daarvan auteursrechthebbende zijn, aan wie behoort het recht dan toe? Betoogd kan worden dat werken van creatieve computers aan niemand toebehoren, en daarmee ook aan iedereen. De werken zouden dan in het publieke domein vallen en voor iedereen toegankelijk zijn. Of dit erg is kan men zich afvragen. Zo wordt immers niet direct “het brood” van de auteur afgepakt als een werk van een robot wordt nagemaakt (al kun je ook juist vinden dat de maker van het AI-systeem op gelijke wijze beschermd moet worden).

Conclusie

In het huidig juridisch kader bestaat nog geen draagvlak om AI-systemen als auteursrechthebbende aan te merken. Wellicht dat deze systemen in de toekomst rechtssubjectiviteit zullen genieten, om zo binnen de bestaande juridische kaders als auteursrechthebbende te kunnen worden gezien. Of wellicht wordt anderszins bescherming voor de menselijke programmeur ingevoerd, waardoor het aantrekkelijk is/blijft om AI-systemen te ontwikkelen. Hoe dan ook roept de opmars van kunstmatige intelligentie vragen op die een (maatschappelijke) discussie verdienen, ook op het gebied van intellectuele eigendom. De technologie wacht immers op niemand. Ook niet op ons rechtssysteem.

Teun Pouw

Advocaat IT-/IE-recht en BMM-merkengemachtigde

(met dank aan student-stagiaire Ge’ez Engidashet)

[1] https://www.newscientist.com/article/2140014-neural-network-poetry-is-so-bad-we-think-its-written-by-humans/
[2] https://www.youtube.com/watch?v=lcGYEXJqun8
[3] http://graphics.uni-konstanz.de/eDavid/
[4] HR 04-01-1991, NJ 1991, 608 (Van Dale/Romme)
[5] HR 30-05-2008, NJ 2008, 556  (Endstra-tapes)
[6] https://cases.justia.com/federal/district-courts/california/candce/3:2015cv04324/291324/45/0.pdf?ts=1454149106
Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?