Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Arbeid, Medezeggenschap & Pensioen

Payrolling door kantonrechter Almelo kritisch onder de loep genomen

12 april 2013 - 2 minuten leestijd

De kantonrechter te Almelo heeft onlangs een belangrijke uitspraak gedaan op het gebied van payrolling. Deze uitspraak kan, wanneer zij door andere rechters wordt nagevolgd, ingrijpende gevolgen hebben voor zowel ondernemingen die gebruik maken van payrollbedrijven, als voor werknemers die via een payrollbedijf te werk worden gesteld, als ook voor de  payrollbedrijven zelf.

De kantonrechter te Almelo verklaarde een payrollonderneming niet ontvankelijk in haar ontbindingsverzoeken, omdat er tussen deze payrollonderneming en de betreffende werknemers geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. De inlener, de gemeente Enschede, is de materiële werkgever.

Bij de beoordeling van de vraag of sprake was van een arbeidsovereenkomst tussen het payrollbedrijf en de werknemers, achtte de kantonrechter het van belang dat (i) het payrollbedrijf op geen enkele wijze gezag uitoefende; het instructierecht lag volledig bij de inlener, (ii) de inlener de werknemers had geselecteerd en geworven en hij deze vervolgens heeft aangereikt bij het payrollbedrijf, (iii) de werknemers door de payrollonderneming exclusief ter beschikking zijn gesteld aan de inlener, (iv) de werknemers beoordeeld werden door de inlener, en (v) het ook de inlener was die met de werknemers afspraken maakte over hun vakantiedagen en ook (vi) uitsluitend de inlener afspraken maakte over te volgen opleidingen en wisselingen van werkplek.

De kantonrechter oordeelde dat niet is gebleken, dat de payrollconstructie niet uitsluitend is bedoeld om de ontslagbescherming van de werknemers te ontlopen. Het feit dat het loon werd betaald door het payrollbedrijf maakte dat niet anders, aangezien het geld voor dat loon afkomstig was van de inlener en ook in de detacheringsovereenkomst was overeengekomen, dat de inlener alle kosten die voortvloeien uit (de beëindiging van) de arbeidsovereenkomst voor rekening van de inlener zouden komen. De kantonrechter kwam dan ook tot de conclusie dat er geen sprake was van een arbeidsovereenkomst tussen de payroller en de werknemers en hij heeft de payrollonderneming daarom in zijn ontbindingsverzoeken niet ontvankelijk verklaard.

De kantonrechter heeft partijen overigens in de gelegenheid gesteld om zich over deze beslissing uit te laten, alvorens een definitieve beslissing te geven, aangezien de kantonrechter een “verrassingsuitspraak” wil voorkomen. De zaak wordt daarom aangehouden.

Conclusie

De (voorlopige) uitspraak kan, wanneer zij wordt nagevolgd, zeer ingrijpende gevolgen hebben. Wanneer een payrollonderneming niet meer als (formeel) werkgever wordt beschouwd, zal dat het  bestaansrecht van de constructie payrolling uithollen. Voor ondernemingen die gebruik maken van payrollers, zal het ook ingrijpende gevolgen hebben, zowel bij beëindiging van de arbeidsrelatie, als tijdens deze arbeidsrelatie. Zo zullen pensioenfondsen wellicht afdracht van pensioenpremies vorderen wegens verplichte deelname aan de pensioenregeling.
In het sociaal akkoord wordt door de regering aangegeven dat zij (o.a.) het fenomeen payrolling wil tegengaan. De uitspraak van de kantonrechter te Almelo lijkt al een stap in die richting te zijn. Wij houden de ontwikkelingen in de gaten en zullen u dan uiteraard berichten.

Boudewijn Smits, advocaat arbeidsrecht

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?