Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu

Zowel de OR als de ondernemer kunnen zich tot de kantonrechter wenden. Dit kan op basis van artikel 27 WOR bij een instemmingtraject en op basis van de algemene geschillenregeling in artikel 36 WOR.

Wanneer de OR niet heeft ingestemd met een voorgenomen besluit in de zin van artikel 27 WOR, dan kunnen er zich drie situaties voordoen:

In de eerste situatie is er niets aan de hand. Als de OR echter niet heeft ingestemd en de ondernemer zijn besluit wil handhaven, kan hij – al dan niet na bemiddeling door de bedrijfscommissie – aan de kantonrechter om vervangende toestemming vragen. Krijgt de ondernemer die toestemming niet en voert hij zijn plannen vervolgens toch (stiekem) uit, dan kan de OR vervolgens de nietigheid van het besluit roepen en eventueel in een kort geding procedure de kantonrechter vragen de ondernemer te verbieden het besluit uit te voeren.

Op grond van artikel 36 lid 1 WOR kan iedere belanghebbende verzoeken te bepalen dat de ondernemer of de OR gevolg dient te geven aan de WOR ten aanzien van de instelling van een OR, het reglement, de verkiezingen of de agenda’s en verslagen van vergaderingen. Met belanghebbende kan worden gedacht aan de ondernemer, de OR en de werknemers, maar ook een vakorganisatie kan belanghebbende zijn.

Op grond van artikel 36 lid 2 WOR kunnen de OR en de ondernemer de kantonrechter verzoeken te bepalen dat de andere partij gevolg dient te geven aan de aan de WOR. Dit kan ook op andere onderwerpen zien dan de hierboven genoemde onderwerpen.