Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu

In artikel 22 WOR is geregeld dat de kosten die de OR en zijn commissies redelijkerwijze moeten maken om hun taak te kunnen vervullen, voor rekening van de ondernemer komen. Het gaat daarbij om verschillende kosten:

  1. Vergaderingen van de OR

    In de eerste plaats kan gedacht worden aan kosten als administratiekosten, telefoonkosten, kopieervoorzieningen, secretariële ondersteuning, reiskosten, vakliteratuur en dergelijke.

  2. Deskundigen (artikel 22 lid 2 WOR)

    Kosten voor het raadplegen van deskundigen komen eveneens voor rekening van de ondernemer. Voor deze kosten geldt echter een aanvullende regeling. Deze kosten komen alleen voor rekening van de ondernemer wanneer deze kosten vooraf aan hem zijn medegedeeld. Of de door de OR opgegeven kosten voor het raadplegen van een deskundige redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor de vervulling van de taak van de OR, hangt af van de volgende factoren:

    • Het belang en de aard van het onderwerp;
    • De hoogte van de kosten; en
    • De financiële draagkracht van de ondernemer.

    Ook voor deze kosten geldt dat een eventueel geschil aan de Bedrijfscommissie of rechtstreeks aan de kantonrechter (artikel 36 WOR) kan worden voorgelegd.

  3. Het voeren van rechtsgedingen (artikel 22 lid 2 WOR)

    Kosten voor het voeren van rechtsgedingen (zoals bijvoorbeeld kosten voor bemiddeling en advies van de Bedrijfscommissie, kosten van rechtsbijstand door advocaten, griffierechten, kosten door het horen van getuigen en deskundigen) komen voor rekening van de ondernemer. Ook voor deze kosten geldt de hiervoor genoemde aanvullende regeling dat deze kosten alleen voor rekening van de ondernemer in aanmerking komen, wanneer deze kosten vooraf aan hem zijn medegedeeld.

  4. Proceskosten (artikel 22a WOR)

    In rechtsgedingen tussen de ondernemer en de OR kan de OR niet in de proceskosten worden veroordeeld.

  5. Scholing

    Voor wat betreft de kosten voor scholing van de OR is in artikel 22 lid 3 WOR geregeld dat de werkgever nadrukkelijk verantwoordelijk is voor adequate scholing van OR-leden, die van voldoende kwaliteit moet zijn.