Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu

Voor de instelling van een OR moeten verkiezingen worden georganiseerd. In de WOR zijn de nodige regels opgenomen omtrent de verkiezingen (artikel 9 WOR). De OR legt in het reglement vast hoe de verkiezingen plaatsvinden.

Bij de verkiezingen wordt onderscheid gemaakt tussen actief kiesrecht en passief kiesrecht (artikel 6 WOR). Actief kiesrecht houdt in dat de medewerker zelf mag stemmen voor de verkiezingen. Op grond van de WOR hebben personen die op de verkiezingsdatum ten minste drie maanden in de onderneming werkzaam zijn actief kiesrecht. Daarbij telt ook de tijd mee waarin deze persoon werkzaam is geweest binnen een andere onderneming binnen hetzelfde concern.

Passief kiesrecht betekent dat de medewerker zich verkiesbaar kan stellen. Passief kiesrecht komt toe aan personen die gedurende ten minste 3 maanden  in de onderneming werkzaam zijn. Uitzendkrachten gaan na 15 maanden medezeggenschapsrechten opbouwen in de onderneming van de inlener en verwerven na 18 maanden (15+3) actief en passief kiesrecht.

Daarnaast blijft het mogelijk in het OR-reglement (ten positieve) af te wijken van de wet, door nog kortere termijnen op te nemen. Wij adviseren geregeld dat te doen om een evenwichtige medezeggenschap mogelijk te maken als er veel flexkrachten werken in de onderneming. Ook blijft het mogelijk om de groep ‘in de onderneming werkzame personen’ uit te breiden met bijvoorbeeld uitzendkrachten die nog geen 15 maanden werkzaam zijn in de organisatie. De bestuurder en OR kunnen ook afspreken dat, naast de reeds kiesgerechtigde personen, ook andere personen binnen de organisatie actief of passief kiesrecht bezitten. Hierbij kan worden gedacht aan bepaalde flexwerkers. Hiervoor is vereist dat deze uitbreiding bevorderlijk is voor een goede toepassing van de WOR. De gemaakte afspraken kunnen worden vastgelegd in een convenant en worden verwerkt in het reglement.