Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
FranchiserechtOndernemingsrecht

Wet Franchise aangenomen! En hoe nu verder…?

Jan-Willem Kolenbrander

26 juni 2020 - 4 minuten leestijd

Inleiding

Op dinsdag 16 juni 2020 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel Wet Franchise met algemene stemmen aangenomen (zie deze link – vanaf blz. 11). De Eerste Kamer heeft reeds aangegeven dat zij het wetsvoorstel als een ‘hamerstuk’ beschouwd en voornemens is om het op 30 juni a.s. te accorderen (zie hier).

Dat betekent automatisch dat de Wet Franchise vanaf 1 januari 2021 kracht van wet krijgt in Nederland. Zoals bekend (zie ook hier) zullen er door deze nieuwe franchise wet nieuwe rechten en verplichtingen gaan gelden voor franchisegevers en franchisenemers. De vraag is: wat gaat dat betekenen voor de franchisebranche? Het korte antwoord: veel!

Wanneer?

De wijzigingen voor de franchisebranche, waarvan hierna enkele zullen worden benoemd, worden per 1 januari 2021 van kracht. Franchisegevers, franchisenemers en de (inhoud van) franchiseovereenkomsten zullen dus per 1 januari 2021 volledig moeten voldoen aan de Wet Franchise. Dat geldt zowel voor op dat moment bestaande als nieuwe overeenkomsten. Een zeer belangrijke datum dus voor franchisegevers om rekening mee te houden. Per 1 januari 2021 moeten de overeenkomsten simpelweg voldoen aan de wet. Er wordt franchisegevers dus (zeer) weinig tijd gegund om zich aan te kunnen passen aan de nieuwe realiteit. Dat is natuurlijk bijzonder ongelukkig gezien de huidige corona-crisis die al de nodige energie en aandacht opeist.

Voor franchiseovereenkomsten die op 1 januari 2021 al waren aangegaan, wordt een uitzondering gemaakt voor wat betreft enkele specifieke bepalingen. Te weten de ‘goodwill’-vergoeding, het postcontractuele non-concurrentiebeding en het instemmingsvereiste voor wijzigingen in de franchiseformule. Voor deze specifieke bepalingen geldt een overgangstermijn van 2 jaar waarbinnen bestaande overeenkomsten alsnog moeten voldoen aan de nieuwe wet.

Let wel: Deze overgangstermijn van 2 jaar betreft dus bestaande franchiseovereenkomsten en enkel bepaalde bepalingen. Voor de rest moeten dus ook bestaande overeenkomsten per 1 januari 2021 voldoen aan de Wet Franchise. Nieuwe overeenkomsten moeten uiteraard direct volledig voldoen aan de wet.

Wet Franchise en impact

De wet zoals die vanaf 1 januari a.s. gaat gelden in Nederland (klik hier voor de inhoudelijke tekst van Wet Franchise) kent enkele  speerpunten, zoals :

  • De precontractuele uitwisseling van informatie tussen franchisegever en franchisenemer;
  • De inhoud van de franchiseovereenkomst zelf;
  • De tussentijdse wijziging van een lopende franchiseovereenkomst (instemming);

De impact van de wet op de franchisebranche, met name franchisegevers, zal waarschijnlijk aanzienlijk zijn omdat op diverse (wezenlijke) punten in de samenwerking nu voldaan moet worden aan wetgeving. Dat is een groot verschil met de huidige situatie waarbij de contractsvrijheid van partijen in beginsel zeer groot is. Aan deze vrijheid gaat tot een bepaalde hoogte dus een einde komen vanwege de Wet Franchise.

De precontractuele fase

De franchisegever zal tijdens contractsonderhandelingen met een kandidaat-franchisenemer verplicht zijn om tijdig bepaalde – en in de wet benoemde – informatie te verstrekken. Denk daarbij aan het concept van de franchiseovereenkomst, een weergave van de te betalen franchise fees, financiële gegevens met betrekking tot de beoogde locatie van de franchiseonderneming, et cetera. Ook moet de franchisegever ‘alle overige informatie’ verstrekken waarvan zij ‘weet of redelijkerwijs kan vermoeden’ dat deze van belang is voor het sluiten van de franchiseovereenkomst.

De informatieverplichting ten aanzien van het verstrekken tot financiële gegevens heeft tot de nodige discussies geleid. In eerste instantie leek het er immers op alsof franchisegevers op grond van de Wet Franchise verplicht zouden gaan worden om aan elke kandidaat-franchisenemer een exploitatieprognose te verschaffen. Terwijl er op grond van vaste rechtspraak van de Hoge Raad juist géén verplichting bestaat voor een franchisegever om een exploitatieprognose te verschaffen aan een kandidaat-franchisenemer. In de Memorie van Toelichting op de Wet Franchise is echter bevestigd dat er op de franchisegever geen verplichting rust om een exploitatieprognose te verschaffen. Een m.i. verstandige keus omdat franchisegevers die er bewust voor kiezen om geen prognose te verschaffen – om aansprakelijkheden te voorkomen (zie deze blogs) – niet verplicht zullen worden om dat alsnog te doen.

Met het oog op 1 januari a.s. zullen franchisegevers dus nu al moeten gaan inventariseren of – en hoe – zij hun werving en selectie van kandidaat-franchisenemers zullen moeten gaan aanpassen. En hoe dat opgenomen dient te worden in de franchiseovereenkomst. Daarnaast zullen franchisegevers in elk specifieke geval goed moeten afwegen of er nog sprake kan zijn van ‘overige informatie’ die redelijkerwijs gedeeld moet worden met de kandidaat-franchisenemer om overtreding van de wet te voorkomen.

Inhoud van de franchiseovereenkomst

Zoals hiervoor aangegeven, hebben partijen op dit moment grote contractsvrijheid ten aanzien van de inhoud van de franchiseovereenkomst. In de Wet Franchise staan echter bepaalde randvoorwaarden waaraan de inhoud van een franchiseovereenkomst in ieder geval dient te voldoen vanaf 1 januari 2021.

Eén van die randvoorwaarden die in het oog springt, is die van de ‘goodwill’-vergoeding. Tot op heden bestaat er geen verplichting voor een franchisegever aan het einde van de samenwerking om ‘goodwill’ te betalen aan een franchisenemer. De wet wil echter bevorderen dat, als de franchisegever een gefranchisede onderneming overneemt, daarvoor een redelijke goodwill wordt betaald aan de franchisenemer. De wetgever laat aan partijen om te bepalen of er inderdaad sprake is van goodwill. Maar stellen partijen vast dat er goodwill is, dan moet ook een bepaling opgenomen worden in de franchiseovereenkomst wat de omvang daarvan is.

Postcontractuele non-concurrentiebeding

Een gevolg van de grote contractsvrijheid is dat er soms postcontractuele non-concurrentiebedingen zijn opgenomen in franchiseovereenkomsten die bijvoorbeeld 5 jaar geldig zijn of voor de gehele wereld gelden (zie deze blogs). De wet maakt daar nu een einde aan: non-concurrentiebedingen moeten onder meer beperkt blijven tot één jaar na het einde van de samenwerking en mogen slechts gelding hebben in het gebied waarbinnen de franchise ook is geëxploiteerd. Ruimere concurrentiebedingen zijn dus niet meer geldig.

Tussentijdse wijziging van de franchiseovereenkomst (instemming)

Een andere verandering voor de franchisebranche zal de in de Wet Franchise opgenomen bepaling zijn ten aanzien van wijzigingen binnen de franchiseformule. In de franchiseovereenkomst moet een concreet drempelbedrag opgenomen worden. Heeft een wijziging binnen de formule als gevolg dat (bijvoorbeeld) sprake is van omzetderving of een extra investering aan de kant van franchisenemers die boven dat drempelbedrag uitkomt dan dient de meerderheid van de franchisenemers daar mee akkoord te gaan, dan wel alle franchisenemers die geraakt worden door deze wijziging. Er zal dus goed geïnventariseerd dienen te worden wat een redelijke en werkbare hoogte van dit drempelbedrag dient te zijn.

Kortom

Na vele jaren van onduidelijkheid over de komst van franchisewetgeving of zelfregulering met betrekking tot franchise is de spreekwoordelijke ‘kogel’ nu echt ‘door de kerk’. Gezien de relatief korte periode die (met name franchisegevers) is gegund om tijdig te kunnen voldoen aan de nieuwe wetgeving is een proactieve houding van de branche om de wijzigingen tijdig door te voeren zeer wenselijk, nee – zelfs noodzakelijk – om (juridische) ongelukken vanaf volgend jaar te voorkomen.

Jan-Willem Kolenbrander, advocaat franchise recht

Ook interessant?