Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Arbeid, Medezeggenschap & Pensioen

Slapend dienstverband: spoedige duidelijkheid van de Hoge Raad?

Caroline Mehlem

1 mei 2019 - 3 minuten leestijd

Als gevolg van de invoering van de WWZ in 2015 is ten aanzien van veel langdurige arbeidsongeschikte werknemers een onplezierige situatie ontstaan. Anders dan voorheen, moeten werkgevers ook na ommekomst van twee jaar loondoorbetaling tijdens arbeidsongeschiktheid, bij ontslag een vergoeding (namelijk de wettelijke transitievergoeding) aan zieke werknemers betalen. Omdat dit een extra kostenpost oplevert, kiezen veel werkgevers ervoor het dienstverband ‘slapend’ te houden. De langdurig zieke werknemer ontvangt tijdens zo’n slapend dienstverband geen salaris meer, maar blijft formeel wel in dienst.

“Onfatsoenlijk” betitelde minister Asscher het slapend houden van dienstverbanden als dit alleen gebeurt met het oog op het niet willen betalen van de transitievergoeding. Onfatsoenlijk is echter wat anders dan onrechtmatig. Nergens uit de wet volgt namelijk dat een werkgever gedwongen kan worden een dienstverband te beëindigen. Diverse langdurig arbeidsongeschikte werknemers die onbetaald in dienst worden gehouden zijn juridische procedures gestart om alsnog een ontslag met recht op de transitievergoeding af te dwingen. Meestal tevergeefs. De rechters oordeelden steevast dat het slapend houden van dienstverbanden niet strijdig is met het goed werkgeverschap, noch ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever oplevert.

Inmiddels is echter sprake van een aantal interessante ontwikkelingen, waarover mijn kantoorgenote al eerder blogde. Zo is, juist om slapende dienstverbanden tegen te gaan, de Wet compensatie transitievergoeding tot stand gekomen. Op grond hiervan kunnen werkgevers naar verwachting vanaf 1 april 2020, met terugwerkende kracht, aan langdurig zieke werknemers uitbetaalde transitievergoedingen gecompenseerd krijgen van het UWV.

Hoewel deze wet er aan komt, konden/kunnen diverse zieke werknemers hier niet op wachten. Inmiddels is een paar keer met succes geprocedeerd. In een arbitraal kort geding bij het Scheidsgerecht Gezondheidszorg is de werkgever veroordeeld tot het indienen van een ontslagaanvraag bij het UWV onder toezegging van betaling van de transitievergoeding. Het scheidsgerecht is tot deze uitspraak gekomen door te verwijzen naar het goed werkgeverschap en de Wet compensatie transitievergoeding. Ook de rechtbank Den Haag oordeelde op 28 maart 2019 (ECLI:NL:RBDHA:2019:3109) dat het slapend dienstverband van een terminaal zieke werkneemster strijdig is met het goed werkgeverschap. Daarbij moet echter wel worden opgemerkt dat het ging om een statutair directeur, waarvan het statutaire ontslag al een feit was en van wie alleen de arbeidsovereenkomst nog bestond. Die was natuurlijk inmiddels een ‘lege huls’ geworden. Volgens de Haagse rechter is het gelet op de Wet compensatie transitievergoeding niet langer vol te houden dat slapende dienstverbanden geen strijd kunnen opleveren met goed werkgeverschap. Of het aanvaardbaar is of niet, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval.

Deze uitspraak vormt echter een uitzondering: de lijn in de rechtspraak is toch dat het slapend houden van een dienstverband niet kan strijden met het goed werkgeverschap en ook geen ernstig verwijtbaar handelen kan opleveren. Zie recentelijk nog de in voormelde blog van mijn kantoorgenote uitgebreid behandelde uitspraak van de rechtbank Overijssel op 21 maart 2019 (ECLI:NL:RBOVE:2019:1021). Hierin oordeelde de rechter dat er eenvoudigweg geen wettelijk verplichting bestaat tot het beëindigen van een arbeidsovereenkomst van een langdurig zieke werknemer. De Wet compensatie transitievergoeding maakt dit niet anders omdat nog niet 100% zeker is dat deze per 1 april 2020 zal worden ingevoerd. Daarom oordeelde deze kantonrechter dat de werkgever niet ernstig verwijtbaar handelde. Ook de rechtbank Limburg oordeelde in uitspraken van 3 en 4 april 2019 langs deze lijn (ECLI:NL:RBLIM:2019:3068 en ECLI:NL:RBLIM:2019:3208).

Tegenstrijdige uitspraken dus, wat de rechtszekerheid natuurlijk niet ten goede komt. Reden waarom de rechtbank Limburg op 20 april 2019 (ECLI:NL:RBLIM:2019:3331) is ingegaan op het verzoek van de langdurig zieke werknemer om de vraag of en onder welke omstandigheden de werkgever gedwongen kan worden tot ontslag onder betaling van de transitievergoeding voor te leggen aan de Hoge Raad. Dit zijn zogenoemde prejudiciële vragen. Wat hier bijzonder is, is dat de vragen gaan over het al dan niet bestaan van een verplichting voor de werkgever om een redelijk voorstel van de werknemer tot beëindiging van het dienstverband te accepteren. Hier wordt het dus over een andere (juridische) boeg gegooid. In dit geval had de werknemer aangeboden de transitievergoeding te beperken tot hetgeen de werkgever van het UWV te zijner tijd gecompenseerd zou krijgen op grond van de Wet compensatie transitievergoeding.

Aangezien er een groot maatschappelijk belang bestaat bij spoedige duidelijkheid, is de verwachting dat de Hoge Raad deze vragen met prioriteit zal beoordelen. Met een beetje geluk weten we over ongeveer een half jaar hoe met een slapend dienstverband moet worden omgegaan. Wordt dus – hopelijk zo snel mogelijk – vervolgd!

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?