Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Arbeid, Medezeggenschap & Pensioen

Platformisering in het arbeidsrecht

Arbeid, Medezeggenschap & Pensioen

Joost Kokje

29 januari 2018 - 3 minuten leestijd

Platformisering is een betrekkelijk nieuw fenomeen in het arbeidsrecht. Goederen en diensten worden aangeboden via platforms op het internet door bedrijven als Uber en Thuisbezorgd. De economie verandert in een zogeheten ‘Collaborative Economy’, dat weer uiteenvalt in ‘deeleconomie’ (delen van goederen) en ‘Gig Economy’ (organiseren van diensten). Door deze veranderingen wijzigt de manier van werken door de werknemer ook. Sluit het Nederlandse arbeidsrecht daar nog wel voldoende bij aan of is verandering geboden?

Ontwikkeling naar een Collaborative Economy

Nieuwe en snelle techbedrijven ontwikkelen in een razend tempo nieuwe manieren om de Collaborative Economy een boost te geven. Werk of klusjes ‘on demand’ verrichten staat daarbij centraal. Deze ontwikkeling is slechts mogelijk door een hoge mate van platformisering en digitalisering van het aanbod en de vraag naar werk. Dat kan goed door een onlineplatform te ontwikkelen. Binnen het platform kunnen vervolgens banen, diensten of klussen worden aangeboden aan onafhankelijke opdrachtnemers. Het platform koppelt vervolgens vraag en aanbod aan elkaar via bepaalde ingestelde algoritmen. Op economisch gebied groeit de markt voor dergelijke platforms snel en diensten zoals die van Uber, maar bijvoorbeeld ook Helping, WithLocals en Werkspot vinden gretig aftrek. Hoe moeten we deze ontwikkeling evenwel zien in het licht van het huidige (Nederlandse) arbeidsrecht? De inmiddels bij velen bekende Uber-rechtszaken in de UK geven deze problematiek goed weer.

De Uber-chauffeur: werknemer of niet?

De discussie of een Uber-chauffeur moet worden aangemerkt als werknemer is eerst in de VS en daarna in de UK ter sprake gekomen. In 2016 heeft Britse rechter geoordeeld dat de Uber-chauffeur niet ‘slechts’ als zelfstandige mag worden beschouwd. Door de rechter werd de chauffeur aangemerkt als ‘worker’; een categorie tussen zelfstandige en werknemer. Deze uitspraak heeft de discussie nog verder aangejaagd. Immers, volgens de Britse rechter hebben de chauffeurs in ieder geval recht op een bepaalde arbeidsrechtelijke basis, zoals minimumloon; iets waar Uber niet blij mee was. Immers, Uber beweerde slechts een softwarebedrijf te zijn en geen werknemers in dienst te hebben.

Wat maakte nu dat de Britse rechter tot deze voor Uber negatieve uitspraak kwam? Volgens de rechter was de gezagsverhouding tussen Uber en de chauffeur en het gedwongen karakter daarvan evident. Niet alleen werd per algoritme bepaald welke chauffeur een rit mocht doen, maar de chauffeurs moesten ook de meest efficiënte route nemen. Daarnaast hanteert Uber een bepaald beoordelingssysteem dat (in het geval van een door de klant gegeven negatieve score) uiteindelijk zelfs kan leiden tot ‘deactivatie’; beëindiging van de samenwerking dus. Het betoog dat Uber zich nauwelijks bemoeit met zijn chauffeurs en er geen sprake is van een gezagsverhouding, was dan ook moeilijk vol te houden, zo vond de Britse rechter.

Komen we in Nederland tot eenzelfde conclusie?

Zoals aangegeven kennen we in Nederland het begrip ‘worker’, zoals gebruikt in de UK, niet. In de regel kunnen we kiezen tussen het aangaan van een arbeidsovereenkomst (met alle bijkomende rechten en verplichtingen voor werknemers en werkgever) of niet. Om te bepalen of er naar Nederlandse maatstaven sprake is van een arbeidsovereenkomst, zijn niet alleen de criteria uit de wet (gezag, arbeid, loon) van leidend, maar bijvoorbeeld ook hoe partijen uitvoering hebben gegeven aan de samenwerking (vlg. Groen/Schoevers-arrest). Dit zorgt voor een sterk casuïstische benadering van het al dan niet bestaan van een arbeidsovereenkomst. Een probleem dat bij veel opdrachtgevers- en nemers na invoering van de Wet DBA maar al te bekend is.

De verdergaande platformisering zal het e.e.a. verder bemoeilijken. Dit, terwijl de bedrijven die een dergelijk vernieuwend platform leven inblazen en de mensen die via die platforms werken juist (juridische) duidelijkheid nodig hebben. Immers, als een platform achteraf wordt geconfronteerd met bijvoorbeeld ontslagbescherming en doorbetaling bij ziekte van de medewerkers, kan dat tot forse en mogelijk zelfs onoverkomelijke kosten leiden. En hoe bijvoorbeeld om te gaan met wetgeving aangaande uitzendkrachten? Is er bij de driehoeksverhouding tussen het platform, de opdrachtnemer/werknemer en de derde die de diensten afneemt eigenlijk niet gewoon sprake van een uitzendconstructie?

Conclusie

Aan de wetgever de schone taak om mee te gaan met de tijd. Juridische, arbeidsrechtelijke kwalificaties dienen te worden geactualiseerd en tegelijkertijd is het mijns inziens noodzakelijk dat Nederland, net als de UK, een juridische tussenvorm creëert waar platformwerkers in de regel onder vallen.

De Collaborative Economy is de toekomst. Wij volgen de ontwikkelingen nauw op de voet. Blijf op de hoogte via onze blogs.

Joost Kokje, advocaat Arbeid, Medezeggenschap & Pensioen

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?