Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Tuchtrecht

Partijdigheid (deel 2 blogserie: “Kernwaarden advocatuur”)

Vera Balvers

21 januari 2021 - 3 minuten leestijd

Partijdigheid is een bijzondere kernwaarde waarmee de advocatuur zich onderscheidt van andere togadragers. Het gerechtvaardigde belang van de cliënt staat voorop bij de wijze waarop een advocaat de zaak behandelt. Partijdigheid is de kernwaarde die in het tweede deel van de zesdelige blogserie over kernwaarden centraal staat.

Een advocaat is een partijdige belangenbehartiger, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een notaris of een accountant. Partijdige belangenbehartiging betekent dat de advocaat het partijbelang van zijn cliënt naar zijn beste vermogen tot uitdrukking moet brengen in een zaak en dat hij van niemand anders opdrachten mag ontvangen dan van zijn cliënt (zie gedragsregel 2 lid 2).

Partijbelang staat voorop

De advocaat is verplicht tegenover de cliënt te handelen met de zorgvuldigheid die van een goed opdrachtnemer verwacht mag worden (zie art. 7:401 BW).

De cliënt is immers de persoon die de advocaat om hulp heeft verzocht, degene die de opdracht heeft verleend. Partijdige belangenbehartiging moet worden gezien in de context van de fundamentele rechten op verdediging en op toegang tot het recht. Deze rechten kunnen vaak niet goed worden uitgeoefend zonder deskundige, partijdige bijstand van een advocaat. Partijdigheid draagt bij aan een evenwichtige waarheidsvinding door de rechter.

Vanwege die partijdigheid heeft een advocaat (in overleg met zijn cliënt) een ruime beleidsvrijheid bij de behartiging van de belangen van zijn cliënt. Daarop bestaan wel een aantal uitzonderingen.

Gerechtvaardigde belang cliënt vs. belang derde(n)

De opdracht tot partijdigheid is beperkt tot de gerechtvaardigde belangen van de cliënt. Oftewel: het belang van de cliënt staat voorop, maar er mag niet onder alle omstandigheden lichtzinnig aan de belangen van derden voorbij worden gegaan. Een advocaat behoeft in het algemeen niet af te wegen of de gebruikte middelen in het voordeel van zijn cliënt, opwegen tegen het nadeel dat de wederpartij wordt toegebracht. Dat is alleen anders wanneer de middelen ongeoorloofd zijn of geen noemenswaardig voordeel hebben voor de eigen cliënt, terwijl deze onevenredig nadeel toebrengen aan de wederpartij.

Equality of arms

Zo mag de advocaat de wederpartij bijvoorbeeld niet rauwelijks dagvaarden (zie gedragsregel 6). Van een behoorlijk advocaat mag worden verwacht dat hij de wederpartij van zijn cliënt niet rauwelijks dagvaardt, maar dat hij deze vooraf informeert en in de gelegenheid stelt om vrijwillig aan de vordering van de cliënt te voldoen, dan wel een regeling in der minne te treffen. Een voorbeeld waarbij de advocaat op de juiste wijze te werk was gegaan is hof van discipline 5 februari 2018, ECLI:NL:TAHVD:2018:29.

Een ander voorbeeld over het rekening houden met de belangen van derden volgt uit hof van discipline 24 september 2018, ECLI:NL:TAHVD:2018:184. De advocaat in die kwestie heeft belang van de wederpartij geschaad door onverwachts een contrarapportage in te brengen bij een onderhandelingsbijeenkomst. Partijen hadden afgesproken te onderhandelen aan de hand van een bij partijen vooraf bekend deskundigenrapport. De advocaat had ten minste vooraf uitdrukkelijk een voorbehoud moeten maken toen duidelijk werd dat zijn cliënt het niet eens was met de inhoud van het deskundigenrapport. Het handelen van de advocaat brengt een forse informatieachterstand en substantiële ongelijkwaardigheid van de wederpartij ten opzichte van zijn cliënt mee. Dit handelen leverde die advocaat een waarschuwing op.

Onnodig grievend uitlaten

Ook al is de advocaat partijdig en komt hij op voor de belangen van zijn cliënt, het is niet toegestaan om onnodige grievende opmerkingen te maken over de wederpartij (zie gedragsregel 7). Zo mogen zware beschuldigingen niet als vaststaande (strafbare) feiten worden gepresenteerd. De advocaat moet zich er van tevoren van vergewissen of voldoende grond bestaat voor het uitten van zware beschuldigingen zoals valsheid in geschrifte, diefstal en/of verduistering. Als er bijvoorbeeld alleen aangifte is gedaan van een strafbaar feit, mag niet worden gesteld dat degene tegen wie de aangifte is gedaan het strafbare feit ook heeft gepleegd. Vergelijk bijvoorbeeld hof van discipline 18 oktober 2019, ECLI:NL:TAHVD:2019:190.

Lees hier ook mijn eerdere blog over (onnodige) grievende opmerkingen.

Geen onjuiste informatie verstrekken

Een advocaat mag verder geen informatie verstrekken, waarvan hij weet of behoort te weten dat deze onjuist is (zie gedragsregel 8). Hetzelfde geldt voor het achterhouden van essentiële informatie die nodig is voor een goede oordeelsvorming van de rechter. De advocaat mag daarbij in het algemeen wel afgaan op het door de cliënt verstrekte feitenmateriaal. Als de advocaat het niet vertrouwt, zal hij de ontvangen stukken moeten verifiëren op juistheid. Vergelijk bijvoorbeeld raad van discipline Arnhem-Leeuwarden 25 maart 2019, ECLI:NL:TADRARL:2019:48.

Vragen?

Heb je een vraag over het toepassen van een bepaalde kernwaarde? Of loop je tegen een situatie aan waarin meerdere kernwaarden met elkaar botsen? Neem voor advies gerust contact op met Vera Balvers, advocaat Tucht- en klachtrecht.

Deze blog is deel 2 in de zesdelige blogserie “Kernwaarden advocatuur”.

Lees ook:

deel 1: Back to basics: kernwaarden advocatuur

deel 3: Onafhankelijkheid

deel 4: Deskundigheid

deel 5: Integriteit

deel 6: Vertrouwelijkheid 

Ook interessant?