Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
IT, IE & Privacy

Optreden tegen onrechtmatige publicaties: hoe zat het ook alweer?

Teun Pouw

19 september 2018 - 3 minuten leestijd

Eerder heb ik al eens geblogd over de mogelijkheden met betrekking tot optreden tegen onrechtmatige publicaties. Anno 2018 is het onderwerp nog altijd even actueel en zijn de belangen misschien wel nóg groter. Enkel in de afgelopen week heeft Sylvie Meis haar voormalig beste vriendin, Sabia Boulahrouz, aangeklaagd wegens onrechtmatige uitingen en heeft strafadvocaat Gerald Roethof zich beklaagd over de beperkingen die waren opgelegd in het kader van de spraakmakende zaak omtrent Nicky Verstappen. Volgens Roethof werd zijn cliënt (door de beperkingen) ‘als een monster neergezet’, omdat politie, justitie en de familie van Verstappen veel over de zaak naar buiten hebben gebracht, terwijl hij dat niet mocht. In deze zaken wordt weliswaar (nog) niet direct opgetreden tegen de vermeende onrechtmatige publicaties, maar zij weerspiegelen wel de actualiteit en het belang van dit onderwerp.

De rechtbank Midden-Nederland heeft recentelijk uitspraak gedaan in een zaak tegen een onrechtmatige publicatie. In de zaak vordert de eiser verbod en rectificatie van een uitzending van ‘opgelicht!’ (een programma van de AVROTROS). Tevens vordert hij schadevergoeding, omdat (volgens hem) zijn privacy is geschonden. Uit mijn vorige blog bleek dat de rechter alvorens het eventueel verbieden van een publicatie een afweging zal maken tussen het recht op eerbiediging van het privéleven (art. 8 EVRM) enerzijds en het recht op persvrijheid (art. 10 EVRM) anderzijds. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad is er geen hiërarchie tussen de genoemde grondrechten. In elk concreet geval zal de afweging gemaakt moeten worden welk grondrecht dient te prevaleren, rekening houdende met alle omstandigheden van het geval. Wel is een niet-limitatieve lijst samen te stellen van relevante omstandigheden die voortvloeien uit de rechtspraak. Enkele van deze omstandigheden komen ook  in de voornoemde uitspraak aan bod.

In de zaak stelt de eiser allereerst dat de uitzending onrechtmatig is, omdat hij hierin (meermaals) wordt beschuldigd van oplichting. Volgens hem vinden deze beschuldigingen onvoldoende steun in het beschikbare feitenmateriaal. De rechtbank gaat hier echter niet in mee, omdat eiser zelf heeft aangeboden om nadere informatie te verstrekken, maar dit vervolgens heeft nagelaten. AVROTROS heeft nog laten weten deze informatie graag te willen ontvangen in het kader van wederhoor. De uitlatingen worden niet als onnodig grievend gekwalificeerd, omdat het voldoende steun vindt in de feiten. Bovendien geeft AVROTROS alleen de meningen van anderen weer, zonder daarmee haar eigen mening te verkondigen.

Vervolgens stelt de eiser dat de uitzending onrechtmatig is, omdat er heimelijke opnames zijn gemaakt. Ook hierin gaat de rechtbank niet mee. De heimelijk opgenomen beelden duren niet langer dan twee seconden. Bovendien komt de eiser, in de uitzending, uitgebreid in beeld tijdens een (vrijwillig) interview. Ten slotte voert de eiser aan dat zijn privacy is geschonden, omdat in de uitzending een foto van zijn dochters wordt getoond. De rechtbank gaat hier wederom niet in mee. De foto werd (in de uitzending) getoond om inzicht te geven in de handelspraktijk van de eiser. Eiser had de foto immers toegestuurd naar een van zijn relaties om in te spelen op zijn gevoel. Met het zenden van de foto hoopte de eiser namelijk dat zijn relatie sneller over zou gaan tot betaling van een geldbedrag. Daar komt bij dat de gezichten van de dochters in de uitzending werden afgeschermd, waardoor zij niet snel zullen worden herkend. Met inachtneming van al deze omstandigheden, heeft de rechtbank geoordeeld dat het recht op vrije meningsuiting van AVROTROS zwaarder weegt dan het recht van de eiser op bescherming van zijn eer en goede naam, alsook zijn privacy.

Samenvattend

De vordering werd door de eiser ingesteld na de publicatie. Tegen een onrechtmatige publicatie kan echter ook vóór de publicatie in rechte worden opgetreden. Dan moet je uiteraard wel op de hoogte zijn van de aanstaande publicatie en de (te verwachten) inhoud. De slagingskans is steeds afhankelijk van de specifieke omstandigheden, waarbij aldus geen hiërarchie bestaat tussen de artikelen 8 en 10 EVRM. Derhalve zal de rechter iedere keer opnieuw een afweging moeten maken, waarbij hij rekening houdt met de omstandigheden van het geval. In de onderhavige zaak viel deze afweging aldus uit in het voordeel van het programma opgelicht! van AVROTROS.

Teun Pouw (advocaat IE/IT-recht en BMM-merkengemachtigde)

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?