Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Arbeid, Medezeggenschap & Pensioen

Minimumloon en minimumjeugdloon per 1 juli 2017 gewijzigd

Barbara van Dam

6 juli 2017 - 3 minuten leestijd

De Eerste Kamer heeft in januari van dit jaar het wetsvoorstel aangenomen dat de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) wijzigt. Te weten de verlaging van de leeftijd minimumloon, de verhoging van het minimumjeugdloon en enkele bepalingen omtrent stukloon en meerwerk. De eerste onderdelen van deze wetswijziging, die met name van belang zijn voor werkgevers in de flexbranche, zijn inmiddels in werking getreden. Wij hebben de belangrijkste wijzigingen voor u op een rijtje gezet.

Waarom deze wijzigingen van de WML?

In de praktijk bleken naleving en handhaving van de WML lastig, met als negatieve gevolgen onderbetaling van (groepen) werknemers en schijnconstructies. Hiermee werden eerlijke concurrentie op arbeidsvoorwaarden en het tegengaan van verdringing ondermijnd. Voor een betere handhaving van de WML zijn scherpe, heldere grenzen en begrippen nodig.

Wat is er veranderd?

Verlaging leeftijd minimumloon

De leeftijd waarop werknemers het volledige minimumloon krijgen wordt stapsgewijs verlaagd van 23 naar 21 jaar. Vanaf 1 juli 2017 is deze leeftijd al verlaagd van 23 naar 22 jaar. De hoogte van het minimumloon wordt tweemaal per jaar aangepast aan de gemiddelde stijging van de cao-lonen. Het wettelijk minimumloon bedraagt vanaf 1 juli 2017 voor werknemers van 22 jaar en ouder bij een volledig dienstverband:

  • het minimum maandloon: € 1.565,40;
  • het minimum weekloon: € 361,25; en
  • het minimum dagloon: € 72,25.
Verhoging minimumjeugdloon

Tegelijkertijd wordt de komende twee jaar het minimumjeugdloon voor werknemers van 18 tot en met 21 jaar verhoogd.

Let op! Mbo-leerlingen van 18- tot en met 20 jaar die een Beroepsbegeleide Leerweg (bbl) volgen, krijgen géén verhoogd minimumjeugdloon. Voor Mbo’ers van 21 en 22 jaar geldt de gewone verhoging.

Meer informatie en wat dit voor u betekent kunt u vinden op de ‘Factsheet minimumloon voor werkgevers’ van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid..

Het risico bestaat dat hogere loonkosten negatief zullen uitwerken op de werkgelegenheid van jongeren. Daar heeft de overheid over nagedacht en de volgende maatregelen getroffen:

  • Werkgevers krijgen tijd om in te spelen op de nieuwe situatie.
  • Werkgevers kunnen een deel van de loonkostenstijging van 21- en 22-jarigen terugkrijgen via de compensatieregeling: Lage-inkomensvoordeel (LIV).
  • Voor de hogere loonkosten van 18- tot en met 21-jarigen krijgen werkgevers compensatie via het minimumjeugdloonvoordeel. Deze regeling gaat in per 1 januari 2018 en geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 juli 2017.
Stukloon

Voor de vraag hoeveel loon de werknemer op grond van de WML dient te ontvangen, gaat het om de daadwerkelijk gewerkte uren die de werknemer heeft besteed aan de uitvoering van de arbeid. Werkgevers kunnen nog steeds op basis van stukloon betalen, mits zij ten minste het wettelijk minimumloon voor de gewerkte uren betalen. Werknemers kunnen zo nog steeds worden geprikkeld om door een hogere productiviteit meer te kunnen verdienen.

De minister van Sociale Zaken kan op verzoek van de Stichting van de Arbeid specifieke werkzaamheden in een bedrijfstak aanwijzen waarvoor stukloon op basis van een stukloonnorm kan worden betaald. Werkgevers- en werknemersorganisaties in de betreffende bedrijfstak moeten het dan wel eens worden over de stukloonnorm. Lukt dat niet of zijn er geen (geschikte) werknemersorganisaties beschikbaar om mee te onderhandelen, dan kunnen werkgeversorganisaties ook zelf een stukloonnorm aan de Stichting van de Arbeid verstrekken onder bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden. De desbetreffende ministeriële regeling is op 7 april 2017 in de Staatscourant (nr. 18600) gepubliceerd.

Meerwerk

Vanaf 1 januari 2018 verandert ook de wetgeving over meerwerk. Als er meer arbeid wordt verricht dan de geldende normale arbeidsduur (NAD) per week, dan moeten werkgevers de werknemers zo betalen dat zij gemiddeld minstens het minimumloon verdienen voor die gewerkte uren. Wanneer sprake is van een deeltijdcontract is sprake van meerwerk als de werknemer langer arbeid verricht dan de lagere overeengekomen arbeidsduur. Bij de bepaling van de NAD is overigens niet alleen bepalend wat in de individuele arbeidsovereenkomsten is opgenomen maar moet ook rekening worden gehouden met wat in overeenkomstige arbeidsverhoudingen in de desbetreffende branche of organisatie in de regel geacht wordt een volledige dienstbetrekking te vormen. Hierbij geldt een arbeidsduur van ten hoogste 40 uur per week. Omdat het vaststellen van de NAD niet altijd eenvoudig is worden de sociale partners opgeroepen hierover in de cao duidelijkheid te scheppen.

Artikel 6 lid 1a, dat bepaalt dat verdiensten uit overwerk niet vallen onder het begrip loon, wordt geschrapt. Dit om te voorkomen dat bijzondere verdiensten uit overwerk worden aangewend om tot het minimumloon te kunnen komen. Betekent dit vervolgens ook dat werkgevers voortaan vakantiebijslag over overuren moeten betalen? En hoe zit dat met meerwerk? Zijn de verdiensten uit meerwerk wel ‘loon’? Als daarover meer duidelijkheid bestaat, praat ik u graag bij.

Mits in de cao opgenomen of met de werknemer schriftelijk afgesproken, is het ook mogelijk extra uren te compenseren in betaalde vrije tijd. In de door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid opgestelde ‘Factsheet meerwerk voor werkgevers’ vindt u naast een rekenvoorbeeld een nadere toelichting op deze regeling.

Barbara van Dam, paralegal Arbeid, Medezeggenschap & Pensioen

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?

Een gewaarschuwd OR-lid…

6 november 2018 Een gewaarschuwd OR-lid…