Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
AanbestedingenIT, IE & Privacy

Minicompetitie: digitale handtekening verlopen, dan maar een natte?

Menno de Wijs

1 september 2020 - < 1 minuut leestijd

Onder de paraplu van een gegunde raamovereenkomst houdt Rijkswaterstaat een minicompetitie. Enkele dagen voor het sluiten van de inschrijvingstermijn ontdekt een inschrijver dat haar digitale handtekening is verlopen. Tijdige vernieuwing is niet haalbaar. Zij vraagt daarom aan Rijkswaterstaat of zij de inschrijving fysiek mag indienen voorzien van een natte handtekening.

De inschrijver krijgt toestemming om fysiek in te dienen en wint de minicompetitie. Twee minicompetities volgen en de inschrijver dient wederom fysiek in. De inschrijver vertrouwt daarbij op de eerdere toestemming. Terecht zo blijkt, want Rijkswaterstaat accepteert de inschrijvingen.

De derde keer gaat het fout. Rijkswaterstaat legt de inschrijving ter zijde. Reden: inschrijvingen dienen immers te worden voorzien met een ‘gekwalificeerde elektronische handtekening’ en de inschrijver had inmiddels meer dan voldoende tijd gehad om haar digitale handtekening te vernieuwen.

Het standpunt van de inschrijver laat zich eenvoudig voorspellen: zij vertrouwde op de eerder verleende toestemming, zij meende dat dit een ‘algemene’ toestemming betrof, en dat die toestemming daarom ook zou gelden voor toekomstige minicompetities. Dat vertrouwen werd gesterkt door het feit dat ook de twee aansluitende minicompetities de fysieke inschrijvingen zonder bezwaar of opmerking waren toegelaten.

Oordeel rechter

De voorzieningenrechter benadert de zaak logischerwijs juridisch en grijpt terug op de beginselen van het aanbestedingsrecht (klik). De rechter merkt op dat het gelijkheidsbeginsel, waaruit voortvloeit dat op de in de aanbestedingsdocumenten voorgeschreven wijze moet worden ingeschreven, prevaleert boven het vertrouwensbeginsel.

Slechts in uitzonderlijke gevallen mag het gelijkheidsbeginsel wijken voor het vertrouwensbeginsel. Een dergelijke situatie doet zich niet voor. Het feit dat na de verkregen toestemming nog twee maal fysiek is ingeschreven, is volgens de rechter niet meer dan: ”het gevolg geweest van onachtzaamheid van de zijde van Rijkswaterstaat.”

Menno de Wijs, advocaat aanbestedingsrecht

Ook interessant?