Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
IT, IE & Privacy

Merchandise met iconische gebouwen: mag dit op grond van het auteursrecht?

Teun Pouw

5 maart 2020 - 3 minuten leestijd

Aan het exploiteren van merchandise met daarop afbeeldingen van iconische bouwwerken van een stad, zitten wat haken en ogen. De Euromast, Erasmusbrug en het Rotterdam Centraal station zijn de blikvangers van Rotterdam, het Eye-museum van Amsterdam en de Hof-toren van Den Haag, maar is het eenieder auteursrechtelijk toegestaan om merchandise met daarop uitgelichte afbeeldingen van bouwwerken te exploiteren? Wellicht bieden artikel 18 en artikel 18a van de Auteurswet een uitkomst.

De basis van het auteursrecht

Het auteursrecht is het uitsluitend recht van de maker van letterkunde, wetenschap of kunst, dat doorloopt tot 70 jaar na het overlijden van de maker. Een bouwwerk is een “werk” in de zin van de Auteurswet en geniet in principe dan ook bescherming. De architect van een bouwwerk is de maker en doorgaans de auteursrechthebbende. Indien een bouwwerk wordt beschermd via het auteursrecht, is het anderen zonder toestemming van de auteursrechthebbende niet toegestaan het werk openbaar te maken of te verveelvoudigen. In beginsel mag men dus geen afbeelding maken van het bouwwerk. Er bestaan echter een aantal uitzonderingen, die het gebruik van een beschermd werk wel toelaten: de beperkingen op het auteursrecht. Een van deze beperkingen, artikel 18 Auteurswet ziet speciaal op werken in openbare plaatsen (o.a. gebouwen):

“Als inbreuk op het auteursrecht op een werk (…), betrekkelijk tot de bouwkunde(…), dat is gemaakt om permanent in openbare plaatsen te worden geplaatst, wordt niet beschouwd de verveelvoudiging of openbaarmaking van afbeeldingen van het werk zoals het zich aldaar bevindt. Waar het betreft het overnemen in een compilatiewerk, mag van dezelfde maker niet meer worden overgenomen dan enkele van zijn werken.”

De voorwaarden van artikel 18 Auteurswet

Artikel 18 Auteurswet stelt dat het overnemen van een bouwwerk dat gemaakt is om permanent in openbare plaatsen te worden geplaatst, geen inbreuk oplevert op het auteursrecht van een rechthebbende. Men kan hierbij denken aan publiek vrijelijk toegankelijke plaatsen, waaronder bruggen en stationshallen. Daar komt bij dat het artikel slechts geldig is ten aanzien van (tweedimensionale) afbeeldingen. Voor driedimensionale artikelen, zoals een sleutelhanger van de Euromast, is altijd toestemming van de auteursrechthebbende vereist. Het is tevens van groot belang dat het moet gaan om een afbeelding van het werk “zoals het zich aldaar bevindt”. Op basis hiervan is het toegelaten om een afbeelding te maken van een bouwwerk in de context van zijn omgeving, omdat deze deel uitmaakt van het straat- of stadsbeeld. Daarentegen mag het bouwwerk niet uit zijn context worden gelicht en bovendien geen bewerking vormen. Artikel 18 Auteurswet staat het aldus niet toe dat een bouwwerk via merchandise zonder de toestemming van de auteursrechthebbende afzonderlijk, anders gezegd geheel zelfstandig van zijn omgevingscontext, wordt geëxploiteerd.[1] Het exploiteren van merchandise met daarop een afbeelding van een bouwwerk in zijn omgevingscontext kan – afhankelijk van de specifieke omstandigheden –  wél zijn toegestaan.

Incidentele verwerking: artikel 18a Auteurswet

Er bestaat nog een (mogelijke) beperking op het auteursrecht. Als een beschermd bouwwerk wordt opgenomen in een ander werk, maar daarin een ondergeschikte rol heeft, kan er op grond van artikel 18a Auteurswet geen sprake zijn van een inbreuk op het auteursrecht. Het artikel luidt als volgt:

“Als inbreuk op het auteursrecht op een werk van letterkunde, wetenschap of kunst wordt niet beschouwd de incidentele verwerking ervan als onderdeel van ondergeschikte betekenis in een ander werk.”

Het is van belang dat de verwerking incidenteel geschiedt. Daarbij is het bepalend voor de toelaatbaarheid van zo’n incidentele verwerking of het gebruik in een ander werk een ondergeschikte betekenis heeft.[2] Een voorbeeld bij dit artikel is het maken van een foto van de skyline van Rotterdam. Afhankelijk van de specifieke omstandigheden kan het wellicht verdedigbaar zijn dat elk bouwwerk dat wordt afgebeeld op de foto een ondergeschikte betekenis heeft en aldus incidenteel wordt verwerkt.

Conclusie

Het gebruik van (iconische) gebouwen voor bijvoorbeeld merchandise is in principe niet toegestaan.  Dit is slechts anders als voldaan wordt aan de uitzonderingen die artikel 18 en 18a Auteurswet meebrengen. Deze artikelen brengen echter strenge voorwaarden mee. Aangezien in geval van auteursrechtinbreuk volledige winstafdracht kan worden gevorderd, is het verstandig hier niet lichtvaardig mee om te gaan.

Teun Pouw
Advocaat IT-/IE-recht en BMM-merkengemachtigde  

Met dank aan Olivia Colbeth

[1] Kamerstukken I 2003/04, 28 482 C, p. 6.

[2] Kamerstukken II 2002/04, 28 482, nr. 5, p. 37.

Ook interessant?