Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Vastgoed, Overheid & Notariaat

Matiging van een contractuele boete; een (nadere) maatstaf

Per van der Kooi

26 maart 2019 - 2 minuten leestijd

In (koop-/)aannemingsovereenkomsten worden geregeld boetebepalingen opgenomen. Denk aan de contractuele boete wegens te late oplevering of de boete wegens schending van een garantiebepaling (bijvoorbeeld de garantie dat een perceel bouwgrond geen bodemverontreiniging bevat).

Die boetes dienen enerzijds als prikkel om een overeenkomst deugdelijk na te komen en anderzijds, vaak, als forfaitaire schadevergoeding. Veelal zijn die boetes dan ook behoorlijk hoog. De rechter heeft weliswaar op grond van de wet de bevoegdheid om een boete te matigen maar van die bevoegdheid wordt terughoudend gebruik gemaakt. Alleen ‘indien de billijkheid dit klaarblijkelijk eist’ is matiging toegestaan, aldus de Hoge Raad in een uitspraak uit 2007. In de praktijk is matiging alleen aan de orde indien toepassing van een boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarmee onaanvaardbaar resultaat leidt.

Zo heeft het Gerechtshof Den Haag in een arrest uit 2017  een boete gematigd omdat toewijzing daarvan tot een onaanvaardbaar resultaat zou leiden. In een koop(aannemings-)overeenkomst was, onder meer, een ‘schone grond-garantie’ en een boete van 10% van de koopprijs per dag opgenomen. De koopprijs bedroeg € 267.000,-. U raadt het al, de grond bleek niet schoon, de sanering duurde uiteindelijk 1144 dagen. De boete zonder matiging bedroeg ruim 30 miljoen Euro, koper/opdrachtgever vorderde daarvan ‘slechts’ 2 miljoen Euro. Naar het oordeel van het hof was (niettemin) sprake van een discrepantie tussen de gevorderde boete en de werkelijke schade (€ 20.000,-). De gevorderde boete stond ook niet in verhouding tot de koopprijs van het perceel, zelfs niet als daar de aanneemsom (van iets meer dan € 400.000,-) bij werd opgeteld.

Vorig jaar heeft de Hoge Raad een arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch bekrachtigd en daarmee een nadere maatstaf gegeven voor matiging van contractuele boetes. Dit hof had aanleiding gezien voor matiging van een boete omdat (i) één van de contractpartijen de overeenkomst had opgesteld, (ii) dat die partij (de partij aan wie de boete verschuldigd was) de hoogte van de boetes had bepaald, (iii) dat daarover niet was onderhandeld, (iv) dat die partij ook niet had aangegeven op grond waarvan zij de hoogte van de boetes had bepaald, (v) dat de verbeurde boetes buitensporig hoog zijn in verhouding tot de werkelijk geleden schade, (vi) dat de overtredingen slechts enkele incidenten uit het begin van de contractperiode betreffen en (vii) dat de boete bedoeld was om de tot de boete gerechtigde partij te beschermen tegen concurrentie en dat de beboete handelingen niet tot het verlies van klanten hebben geleid.

De partij die een boete verbeurt staat dus, mogelijk (want afhankelijk van de omstandigheden van het geval), een hele rij aan argumenten ter beschikking om een boete te (laten) matigen. Contractvrijheid -en daarmee de vrijheid om boetes overeen te komen- blijft echter het uitgangspunt. Matiging van een boete blijft daardoor nog altijd eerder uitzondering dan regel.

Per van der Kooi, Advocaat bouw- en vastgoedrecht

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?