Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Franchiserecht

Rechtbank wijst prognose claim af maar op grond van het juiste arrest?

Ondernemingsrecht

Jan-Willem Kolenbrander

11 oktober 2017 - 2 minuten leestijd

Recent heeft de rechtbank Noord-Holland een uitspraak gedaan in een prognose – kwestie tussen een franchisegever en een franchisenemer. Aldus de rechtbank was er geen sprake van een ondeugdelijke prognose of onrechtmatig handelen, maar heeft zij daarbij wel de juiste toetsingscriteria toegepast?

In de betreffende rechtszaak (ECLI:NL:RBNHO:2016:11505 – klik hier voor het vonnis) was sprake van een supermarkt franchisenemer die wisselde van franchiseformule, te weten van de ‘C1000’-formule naar de ‘Albert Heijn’-formule. Voorafgaand aan het ondertekenen van de franchiseovereenkomst had de (nieuwe) franchisegever een exploitatieprognose verstrekt aan deze franchisenemer, welke zij overigens zelf (intern) had opgesteld.

Volgens de franchisenemer was deze prognose echter om diverse redenen ondeugdelijk en had de franchisegever onrechtmatig jegens hem gehandeld. De rechtbank is echter van mening dat er geen sprake is van een ondeugdelijke prognose. Ook is er volgens de rechtbank geen sprake van onrechtmatig handelen en wel om de volgende redenen:

5.9. (…) Van onrechtmatig handelen is sprake indien AHF bij het aangaan van de franchiseovereenkomst heeft gehandeld in strijd met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betamelijk is. Daarvoor is niet alleen nodig dat de prognose op ondeugdelijke wijze tot stand is gekomen, maar tevens dat AHF wist dat de prognose ernstige fouten bevatte en zij [gedaagden] daarop niet heeft gewezen.

Voornoemde redenering lijkt rechtstreeks te verwijzen naar het ‘Paalman’ – arrest van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2002:AD7329 – klik hier voor het arrest). Daarin oordeelde de Hoge Raad immers dat een franchisegever die een exploitatieprognose aan een franchisenemer verschaft onrechtmatig handelt als zij weet dat de prognose ernstige fouten bevat en zij de franchisenemer niet op deze fouten opmerkzaam heeft gemaakt. Het ging daarbij om een prognose die door een derde was opgesteld.

In de rechtszaak bij de rechtbank Noord-Holland was echter sprake van een prognose die was opgesteld door de franchisegever zelf. Sinds het ‘Street One’-arrest van begin dit jaar weten we dat in dergelijke gevallen een franchisegever al onrechtmatig kan handelen als zij een ondeugdelijke prognose verstrekt die ernstige fouten bevat. Het is dan niet relevant of de franchisegever wist dat deze prognose ernstige fouten bevat (zie ook deze blog over ‘Street One’).

Eén en ander doet dus vermoeden dat de rechtbank Noord-Holland ten onrechte de toetsingscriteria van het ‘Paalman’-arrest heeft toegepast in plaats van de criteria van het ‘Street One’-arrest. Daarmee is overigens niet gezegd dat de juiste toepassing van het juiste arrest automatisch tot een ander eindresultaat zal leiden, maar een rechtzoekende mag uiteraard wel verwachten dat de juiste rechtspraak wordt toegepast in zijn zaak. Ook zal een afwijzend vonnis beter geaccepteerd kunnen worden als blijkt dat in ieder geval de juiste toetsingscriteria door de rechter zijn toegepast. Het is dus te hopen dat ‘Street One’ alsnog snel gemeengoed wordt bij de rechterlijke macht.

Jan-Willem Kolenbrander, advocaat franchise recht

P.S. Een (flinke) nuancering van deze blog is op haar plaats. Terecht ben ik er op gewezen dat de rechtbank Noord-Holland het ‘Street One’-arrest ook niet kon toepassen, omdat dit arrest is gewezen nadat voornoemd vonnis is gewezen. Het oordeel van de rechtbank Noord-Holland is dan ook volledig in lijn met de eerdere jurisprudentie met dien verstande dat enkele maanden later is gebleken dat deze lijn juridisch onjuist is volgens de Hoge Raad.

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?