Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Franchiserecht

Incidentele strubbelingen geen gerechtvaardigde reden opzegging franchise

Ondernemingsrecht

Jan-Willem Kolenbrander

12 september 2017 - 2 minuten leestijd

Onlangs heeft de rechtbank Rotterdam een relevant vonnis gewezen waaruit wederom blijkt dat een franchisegever zeer terughoudend dient te zijn met het opzeggen van de franchiseovereenkomst. Al helemaal als er sprake is van een lange samenwerking tussen partijen. Dat er weleens strubbelingen zijn tussen partijen, is onvoldoende om een opzegging te rechtvaardigen.

Een franchisegever kan op grond van de franchiseovereenkomst weliswaar een bevoegdheid verkrijgen om de samenwerking met de franchisenemer tegen het einde van de looptijd van de franchise op te zeggen, maar zij dient zeer terughoudend te zijn met het aanwenden van die bevoegdheid. Zoals al eerder in deze blog aan de orde is gekomen, dient er ‘echt iets aan de hand te zijn’ voordat een franchisegever de samenwerking rechtsgeldig kan opzeggen. Te meer als partijen al langere tijd met elkaar samenwerken en ongeacht hoe ruim de opzeggingsbevoegdheid van de franchisegever is geformuleerd. Zie in dat kader deze eerdere blogs:

Afwijzen nieuwe franchiseovereenkomst geen grond opzegging

Franchisegever dient terughoudend te zijn bij beëindiging samenwerking

Onlangs heeft de rechtbank Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2017:6975 – klik hier voor het vonnis) een vonnis gewezen dat op dit uitgangspunt voortborduurt. De franchisegever had in deze zaak de samenwerking opgezegd tegen het einde van de looptijd van de franchiseovereenkomst. De franchisenemer was het daarmee niet eens en startte een bodemprocedure teneinde de franchisegever te dwingen de franchiseovereenkomst alsnog na te komen.

Er waren diverse redenen genoemd waarom de franchisegever de samenwerking wilde beëindigen, onder andere omdat de betreffende franchisenemer zich niet constructief zou opstellen ten aanzien van het ondertekenen van een nieuwe franchiseovereenkomst. Ook waren er kennelijk discussies over gestelde rayonbescherming en zou er sprake zijn van (te) veel klachten van klanten over de slechte kwaliteit van het eten en klantonvriendelijk gedrag.

De rechter oordeelt dat de franchisenemer zich inderdaad wat constructiever had kunnen opstellen tijdens de onderhandelingen over een nieuwe franchiseovereenkomst. Desalniettemin rechtvaardigde deze houding volgens de rechter niet de opzegging van de franchiseovereenkomst. Ook de discussie over de rayonbescherming is daarvoor onvoldoende. De klachten van de klanten zijn naar het oordeel van de rechter niet van dien aard dat daarmee de opzegging zou zijn gerechtvaardigd.

In rechtsoverweging 4.17 van het vonnis is een zeer treffende en juiste opmerking van de zijde van de rechter te lezen. De rechter merkt daar op dat het heel normaal en begrijpelijk is dat er in een zakelijke relatie van bijna twintig jaar weleens ‘strubbelingen’ voorkomen. Maar dat betekent niet automatisch dat de franchisegever direct de samenwerking met de franchisenemer kan (en mag) opzeggen.

Kortom, overweegt een franchisegever om de samenwerking met een franchisenemer op te zeggen dan dient haar innerlijke kompas te allen tijde richting ‘terughoudendheid’ te wijzen. Een te vlotte of voorbarige opzegging zal immers genadeloos afgestraft kunnen worden bij de rechter, met alle bijkomende negatieve gevolgen voor de franchisegever van dien.

Jan-Willem Kolenbrander, advocaat franchise recht

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?