Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
AanbestedingenIT, IE & Privacy

IT-aanbestedingen 2019 (1): beoordelingscommissies (baanbrekend!)

Menno de Wijs

6 januari 2020 - 2 minuten leestijd

Na afronding van het jaar 2019 blikken wij terug op uitspraken binnen het IT-aanbestedingsrecht die wij het meest interessant vonden. Voor u hebben wij vier uitspraken geselecteerd die wij in een vierluik zullen publiceren.

Rechters toetsen de handelwijze van beoordelingscommissies behoorlijk terughoudend. Echter, in een op 13 juni 2019 gepubliceerde uitspraak greep de rechtbank Amsterdam hard in (ECLI:NL:RBAMS:2019:4206). Waar ging het om?

De gemeente Amsterdam had een aanbesteding ‘Scannen en Printen’ uitgeschreven op basis van de Best Value-benadering. Bij Best Value wordt niet in detail voorgeschreven aan welke voorwaarden de inschrijving moet voldoen, maar wordt de inschrijvers zo veel mogelijk ruimte geboden voor een eigen invulling van de aanbieding. Net als bij iedere gunningsbeslissing geldt ook bij Best Value-procurement dat de gunningsbeslissing moet worden gemotiveerd. Dat is immers vastgelegd in de Aanbestedingswet (artikel 2.130).

De verliezende inschrijver vond dat de gunningsbeslissing onvoldoende was gemotiveerd. Zij stelde dat het volstrekt onduidelijk was waarom haar inschrijving op verschillende onderdelen ‘maar’ met een zes werd beoordeeld. De mededeling dat haar beantwoording onvoldoende SMART was, was volgens de inschrijver niet concreet genoeg. De rechtbank herhaalde eerst de standaardoverweging die de afgelopen jaren in de jurisprudentie is neergezet: de rechter heeft slechts een beperkte beoordelingsruimte. Echter, daarna nam de rechtbank Amsterdam een andere afslag en oordeelde:

“(…) dat indien sprake is van zodanige onjuistheden of onduidelijkheden in de motivering van de gunningsbeslissing dat redelijk handelende en redelijk deskundige beoordelaars deze niet mochten laten ontstaan en de aanbesteder deze niet voor zijn rekening mocht nemen, plaats is voor ingrijpen door de rechter. Voor rechterlijk ingrijpen is dus niet slechts aanleiding in geval van evidente onjuistheden.”

Dat was hier het geval. De verliezende inschrijver was in casu namelijk niet in staat om de wijze van beoordeling te toetsen. Daarmee was de motiveringsplicht geschonden. De gegeven motivering, dat ‘beantwoording onvoldoende SMART is’, kon niet door de beugel.

Dat was namelijk een constatering en veronderstelde een nadere motivering waarom zulks onvoldoende was. Die nadere motivering ontbrak. De gemeente Amsterdam moest daarom overgaan tot herbeoordeling door een nieuwe beoordelingscommissie. Deze uitspraak dwingt aanbestedende diensten om zeer zorgvuldig naar hun motivering te kijken, ook waar het het oordeel van zijn beoordelingscommissie betreft. Ondanks dat het slechts één uitspraak betreft, hechten wij veel waarde aan de overwegingen van de rechtbank. De rechter die de zaak behandelde, is namelijk de voormalig vicepresident van de Hoge Raad, die de laatste jaren voor zijn pensioen nog eens voorzieningenrechter wilde zijn.

Menno de Wijs en Jeroen van Helden, advocaten IT-aanbestedingsrecht. Deze blog maakt deel uit van een serie. Deel 2 kunt u hier (klik) vinden.

Ook interessant?