Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
AanbestedingsrechtIT, IE & Privacy

IT-aanbestedingen 2019 (3): rechtsverwerking in IT-aanbestedingen

Menno de Wijs

10 februari 2020 - 2 minuten leestijd

In deel 3 van ons vierluik over opvallende uitspraken uit 2019 op het gebied van IT-aanbestedingen, staan wij stil bij rechtsverwerking. Een belangrijk aspect waar ook in 2019 veel over is geprocedeerd.

Voor een aanbestedende dienst kan het een hele uitdaging zijn om een volledig en eenduidig PvE op te stellen. Zeker bij IT-aanbestedingen kan de achterliggende materie complex zijn. Een server is zo een voorbeeld. Een leek denkt daarbij aan grote behuizing met daarin een rij harde schijven. Voor het opstellen van een PvE zijn echter veel eisen van belang, denk aan hoe de storage omgeving wordt ingericht, het soort schijven (SAS of SSD) en de verhouding tussen die soorten, het aantal storage tiers, maar ook de verhouding tussen dynamische en statische tiers. En wat als een inschrijver een betere oplossing wenst aan te bieden zoals een all-flash oplossing? Vervalt dan de eis dat automatische tiering is vereist? Als alle schijven even snel zijn, dan heeft het immers geen nut meer om data die vaak wordt aangesproken op een snelle tier te plaatsen.

Gelet op de complexe materie kan een PvE bij IT-aanbestedingen dus eenvoudig tot de vraag leiden ‘was het PvE eenduidig’? Als eisen niet voldoende duidelijk zijn, dan ligt immers heraanbesteding op de loer.

Uitspraak

Precies die vraag werd in juli 2019 voorgelegd aan de voorzieningenrechter. In deze kwestie stonden wij met succes de winnende inschrijver bij. De rechter oordeelde dat het PvE ondanks de zeven NvI’s niet voldoende eenduidig was. De antwoorden uit de NvI’s hadden echter ten minste reden moeten zijn om over het opgeworpen aspect te twijfelen. De rechter oordeelt dan ook dat de verliezende inschrijver hierover vragen had moeten stellen. Door geen vragen te stellen, heeft de verliezende inschrijver zijn recht om te klagen verwerkt.

De rechter geeft in zijn uitspraak nog een kort college over het algemene kader dat geldt bij rechtsverwerking:

De voorzieningenrechter overweegt dat uit vaste jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie volgt dat van een adequaat handelend inschrijver/gegadigde mag worden verwacht dat hij zich proactief opstelt bij het naar voren brengen van bezwaren in het kader van een aanbestedingsprocedure. De eisen van redelijkheid en billijkheid die de inschrijver/gegadigde jegens de aanbestedende dienst in acht heeft te nemen, brengen mee dat hij zijn bezwaren duidelijk naar voren brengt en in een zo vroeg mogelijk stadium aan de orde stelt, zodat eventuele onregelmatigheden desgewenst kunnen worden gecorrigeerd met zo min mogelijk consequenties voor het verdere verloop van de aanbestedingsprocedure. Een inschrijver/gegadigde die bezwaren heeft maar er (te lang) mee wacht om die te melden, heeft het recht verwerkt om hierover te klagen.”

Deze uitspraak laat zien dat bij IT-aanbestedingen, waar complexe oplossingen worden gevraagd, het snel kan gebeuren dat een PvE onvoldoende eenduidig is. Gelukkig is er voor de winnende inschrijver en de aanbestedende dienst dan het leerstuk van rechtsverwerking. Het is dan van essentieel belang om te kijken of de aanbestedingsdocumenten de vraag hadden moeten oproepen of een bepaalde eis duidelijk was. In deze zaak lag de sleutel in het feit dat onderverdeling in tiers geen nut heeft bij een all-flash oplossing. Iedere IT-deskundige had dit moeten opmerken. Zeker bij rechtsverwerking geldt dus dat feiten de zaak maken (of kraken).

Menno de Wijs en Jeroen van Helden, advocaten IT-aanbestedingsrecht.

Deze blog maakt deel uit van een serie. Deel 1 (klik) en deel 2 (klik) werden eerder gepubliceerd.

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?