Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
AanbestedingsrechtIT, IE & PrivacyVastgoed, Overheid & Notariaat

Is het ontbreken van een Uniform Europees Aanbestedingsdocument een herstelbaar gebrek?

Per van der Kooi

28 november 2018 - 2 minuten leestijd

In het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) moet, onder meer, worden aangegeven of een inschrijver beroep doet op de draagkracht van een onderaannemer. Onder ‘draagkracht’ wordt niet alleen financiële draagkracht verstaan maar ook, bijvoorbeeld, technische bekwaamheid en het bezit van een certificaat. Als dat het geval is moet voor de onderaannemer een afzonderlijk UEA worden ingediend.

In een door de gemeente Amsterdam gehouden aanbestedingsprocedure heeft een inschrijver in de inschrijving aangegeven dat hij beroep doet op de draagkracht van een derde, in dit geval: het bezit van een certificaat. Het certificaat wordt ook overgelegd. In het UEA wordt echter aangegeven dat geen beroep wordt gedaan op de draagkracht van een derde. Voor deze derde wordt (dan ook) geen afzonderlijk UEA overgelegd. Wel wordt aangegeven dat een deel van de opdracht aan een derde in onderaanneming wordt gegeven. De gemeente stelt de (winnende) inschrijver in de gelegenheid alsnog een UEA van de onderaannemer in te dienen. Dat is tegen het zere been van de verliezende inschrijver. Die stelt dat dit gebrek niet kan worden hersteld.

Volgens vaste (Europese) rechtspraak kan een inschrijving na de inschrijfdatum alleen nog worden verbeterd of aangevuld in geval deze een klaarblijkelijke eenvoudige precisering behoeft of als het om het rechtzetten van een kennelijke materiële fout gaat. Een dergelijke wijziging mag er echter niet toe leiden dat in werkelijkheid een nieuwe inschrijving wordt gedaan.

De rechtbank Amsterdam oordeelde in deze kwestie dat de winnende inschrijving door het geboden herstel niet ontoelaatbaar is aangevuld. Uit de inschrijving bleek al dat (wel) een beroep werd gedaan op de draagkracht van een onderaannemer. Van die onderaannemer was ook het certificaat, waarop een beroep werd gedaan, overgelegd. Uit de inschrijving bleek dus niet alleen dat de inschrijver een vraag in het UEA foutief had beantwoord maar ook wat, “naar haar uit dat stuk kenbare bedoeling” het juiste antwoord had behoren te zijn (namelijk dat wel beroep op de draagkracht van een derde werd gedaan). Uit deze fout vloeide vervolgens voort dat geen afzonderlijk UEA was overgelegd. Onder de gegeven omstandigheden mocht dit door de gemeente worden aangemerkt als een evidente fout die kon worden hersteld. Door dit herstel werd geen nieuwe inschrijving gedaan en was evenmin sprake van concurrentievervalsing of strijd met het gelijkheidsbeginsel.

Per van der Kooi, Advocaat Aanbestedingsrecht

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?