Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Ondernemingsrecht

Incassobureau draagt geïncasseerd geld niet af: bestuurder aansprakelijk

Tim de Vries

4 november 2019 - 2 minuten leestijd

In een eerdere blog ben ik ingegaan op de aansprakelijkheid van een bestuurder die aan de vennootschap betaalde voorschotten wegsluisde. In een recente uitspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2019:5636) ging het om een incassobureau dat geïncasseerd geld niet afdroeg aan de opdrachtgever. Volgens de opdrachtgever is sprake van bestuurdersaansprakelijkheid.

Wat is er gebeurd?

Een autobedrijf geeft in 2011 aan een incassobureau de opdracht om openstaande vorderingen van het autobedrijf op derden te incasseren. Op briefpapier dat het incassobureau gebruikt, staat dat zij gebruik maakt van een derdenrekening. In 2017 zegt het autobedrijf de overeenkomst van opdracht op. Zij verzoekt het incassobureau de lopende dossiers over te dragen en het geïncasseerde geld dat het incassobureau onder zich houdt af te dragen. Het gaat om een bedrag van ongeveer € 40.000,-. Als het incassobureau hier geen gehoor aan geeft, gaat het autobedrijf over tot dagvaarding.

Juridisch kader

Het autobedrijf vordert betaling van zowel het incassobureau als van de bestuurder. Volgens vaste rechtspraak geldt dat indien een vennootschap tekortschiet in de nakoming van een verbintenis of een onrechtmatige daad pleegt, uitgangspunt is dat alleen de vennootschap aansprakelijk is voor daaruit voortvloeiende schade. Onder bijzondere omstandigheden is evenwel, naast aansprakelijkheid van die vennootschap, ook ruimte voor aansprakelijkheid van een bestuurder van de vennootschap. Voor het aannemen van bestuurdersaansprakelijkheid is vereist dat die bestuurder ter zake van de benadeling persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Van een persoonlijk ernstig verwijt kan sprake zijn als de bestuurder betaling en verhaal frustreert.

Wat oordeelde het hof?

In dit geval had de bestuurder de bedragen die zij voor het autobedrijf had geïncasseerd gebruikt voor de eigen bedrijfsvoering. Personeel werd betaald en tekorten in de bedrijfsvoering werden aangezuiverd. De bestuurder voerde aan dat het een bestuurder van een rechtspersoon in beginsel vrij staat om te kiezen welke schuldeiser van gelijke rangorde eerst wordt betaald en welke later en dat het belang van de onderneming mee kan brengen dat eerst die schuldeisers worden betaald die nodig zijn om het voortbestaan van de vennootschap te waarborgen. Het hof geeft aan dat dit betoog in het algemeen juist is, maar dat de bestuurder in dit geval die keuzevrijheid niet had. De geïncasseerde gelden vormden namelijk geen omzet die het incassobureau had behaald in de zin van een beloning voor verrichte diensten, maar waren bestemd om – na aftrek van een incassovergoeding – aan het autobedrijf te worden afgedragen.

Bovendien heeft het incassobureau ten onrechte een derdenrekening op haar briefpapier vermeld. Een derdenrekening is een aparte bankrekening die via een stichting is afgescheiden van het vermogen van een vennootschap. Als het slecht gaat met de vennootschap, staan bedragen op de derdenrekening veilig en kunnen schuldeisers van de vennootschap zich daar niet op verhalen. Deze derdenrekening bleek het incassobureau niet te hebben, zodat het autobedrijf in de waan werd gelaten dat de geïncasseerde gelden waren afgescheiden van het vermogen van het incassobureau.

De slotsom is dat de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. De bestuurder wordt naast het incassobureau veroordeeld tot betaling van de schade van het autobedrijf.

Heeft u vragen? Neem contact op met Tim de Vries, advocaat ondernemingsrecht.

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?