Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Arbeid, Medezeggenschap & Pensioen

Hoge Raad: Slapend dienstverband mag niet meer

Rick van Herk

8 november 2019 - 2 minuten leestijd

Eerder hebben wij al meerdere keren geblogd over de problematiek van de slapende dienstverbanden (onder meer in mei 2019 en juli 2019). Vandaag heeft de Hoge Raad beslist dat werkgevers over het algemeen verplicht zijn om na twee jaar ziekte de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Oftewel: het slapend dienstverband moet worden beëindigd.

Wat is een slapend dienstverband?

Een ‘slapend dienstverband’ is een dienstverband waarbij een langdurig arbeidsongeschikte werknemer niet meer werkt voor de werkgever en geen loon meer ontvangt, maar door de werkgever toch in dienst wordt gehouden met als reden dat daardoor de wettelijke transitievergoeding niet hoeft te worden betaald.

Compensatie betaalde transitievergoeding

Met ingang van 1 april 2020 wordt de Wet compensatie transitievergoedingen ingevoerd, waardoor compensatie wordt geboden door het UWV aan werkgevers die wegens beëindiging van een arbeidsovereenkomst na twee jaar arbeidsongeschiktheid van de werknemer door ontbinding, opzegging of met wederzijds goedvinden een transitievergoeding hebben betaald.

Uitspraak Hoge Raad

De Hoge Raad heeft nu besloten dat werkgevers onder voorwaarden verplicht zijn om deze slapende dienstverbanden te beëindigen.

De Hoge Raad zegt hierover dat het uitgangspunt is dat een werkgever op grond van goed werkgeverschap gehouden is in te stemmen met een voorstel van de werknemer tot beëindiging van het slapende dienstverband met wederzijds goedvinden, onder toekenning van een vergoeding aan de werknemer ter hoogte van de wettelijke transitievergoeding.

Daarbij geldt dat die vergoeding niet meer behoeft te bedragen dan het bedrag aan transitievergoeding dat de werkgever verschuldigd zou zijn bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst op de dag na die waarop de werkgever wegens arbeidsongeschiktheid van de werknemer de arbeidsovereenkomst zou kunnen (doen) beëindigen. Dat is dus ofwel na twee jaar ziekte, ofwel na twee jaar ziekte plus een loonsanctie.

Uitzondering

De werkgever hoeft de arbeidsovereenkomst niet te beëindigen als de werkgever een gerechtvaardigd belang heeft bij instandhouding van de arbeidsovereenkomst. Zo’n belang kan bijvoorbeeld gelegen zijn in reële re-integratiemogelijkheden voor de werknemer. Bij werknemers met een IVA-uitkering zal dit niet snel aan de orde zijn.

Maar, zo merkt de Hoge Raad op, het feit dat de werknemer op het moment dat hij zijn beëindigingsvoorstel doet de pensioengerechtigde leeftijd bijna heeft bereikt, geldt niet als een gerechtvaardigd belang van de werkgever.

Voorfinancieren

Een veel gehoord argument is dat de werkgever bij een beëindiging de te betalen transitievergoeding moet voorfinancieren, en dat dat niet wenselijk of mogelijk is. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat dat geen reden is om af te zien van het beëindigen van de arbeidsovereenkomst en het betalen van de transitievergoeding. Als de werkgever aannemelijk kan maken dat die voorfinanciering leidt tot ernstige financiële problemen, kan de rechter beslissen dat betaling aan de werknemer in termijnen plaatsvindt of wordt opgeschort tot na 1 april 2020. Voorfinanciering zal echter altijd plaats moeten vinden, nu voor een aanvraag voor compensatie vereist is dat de volledige vergoeding aan de werknemer is voldaan.

Tot slot

Voor werkgevers betekent dit dat werk aan de winkel is. De werkgever zal over het algemeen tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst moeten overgaan als de werknemer dit verzoekt. Daarbij zal de wijziging van de berekening van de transitievergoeding per 1 januari 2020 maken dat de werkgevers en werknemers enige urgentie zullen voelen. Wij adviseren u graag over de aanpak en de wijze waarop u afspraken kunt vastleggen, zodat u uw recht op compensatie kunt veilig stellen.

Rick van Herk, advocaat Arbeid, Medezeggenschap & Pensioen

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?