Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Ondernemingsrecht

Handelingen curator verricht na vernietiging faillietverklaring bindend

Eveline Bakker

13 maart 2017 - 3 minuten leestijd

Eerder besprak ik in de blog: “Na mededeling pandrecht pandhouder bevoegd faillissement aan te vragen” het arrest van de Hoge Raad d.d. 9 december 2016 (ECLI:NL:HR:2016:2833). Ik gaf aan dat de Hoge Raad daarin oordeelde dat ook de pandhouder wiens pandrecht aan de schuldenaar was medegedeeld het faillissement van de schuldenaar kan aanvragen. Maar wat indien je hoger beroep hebt ingesteld tegen een faillietverklaring en de curator verkoopt ondertussen de voor jouw onderneming essentiële goederen?

Algemeen

Een faillietverklaring geldt vanaf de dag dat de rechter het faillissement van een onderneming uitspreekt en alleen de curator is dan nog bevoegd te handelen. Het staat de failliet echter vrij om binnen acht dagen na de faillietverklaring hoger beroep in te stellen. Het is goed mogelijk dat de curator in de tussentijd al is gestart met de afwikkeling van de boedel. Onlangs oordeelde de Hoge Raad in ECLI:NL:HR:2016:2577 dat als de failliet in hoger beroep gaat en de faillietverklaring wordt vernietigd, de handelingen die de curator heeft verricht na de vernietiging van het faillissement door het gerechtshof bindend zijn voor de niet langer gefailleerde onderneming.

Wat was het geval?

Op 20 augustus 2014 is Boekbinderij Letterboer door de rechtbank failliet verklaard. Boekbinderij Letterboer gaat in hoger beroep en op 9 oktober 2014 wordt de faillietverklaring vernietigd. Tegen dit arrest van het gerechtshof is cassatie ingesteld, maar ook in cassatie blijft de vernietiging overeind. Resultaat: Boekbinderij Letterboer is niet langer failliet. Het geval wil echter dat de curator, nadat de faillietverklaring in hoger beroep is vernietigd, nog enkele handelingen heeft verricht. Zo is hij overgegaan tot verkoop van voorraden, inventaris en de computerserver van Boekbinderij Letterboer.

Boekbinderij Letterboer start een procedure en vordert daarin de afgifte van de door de curator verkochte goederen. Zij stelt zich op het standpunt dat de curator, na vernietiging van de faillietverklaring door het gerechtshof, niet langer bevoegd was de goederen te verkopen en dat deze goederen haar toebehoren.

Oordeel

De Hoge Raad oordeelt dat de curator bevoegd was de goederen te verkopen, ook na de vernietiging van de faillietverklaring door het gerechtshof. De faillissementstoestand treedt in met het uitspreken van het faillissement en blijft ook bestaan na het instellen van een rechtsmiddel (zoals bijvoorbeeld hoger beroep). De onderneming blijft in staat van faillissement verkeren, totdat het vonnis van faillietverklaring is vernietigd en de uitspraak waarin de faillietverklaring wordt vernietigd “in kracht van gewijsde is gegaan”. Met dit laatste wordt bedoeld dat tegen een rechterlijke beslissing, zoals een vonnis, geen rechtsmiddelen meer open staan.

Pas wanneer tegen de rechterlijke beslissing geen rechtsmiddelen meer openstaan, verkeert de onderneming niet langer in staat van faillissement. De vernietiging van het faillissement heeft – in tegenstelling tot het uitspreken van het faillissement – dus geen onmiddellijke werking en de curator was bevoegd te handelen tot het arrest in kracht van gewijsde was gegaan.

De Hoge Raad voegt hier aan toe dat wel van een curator mag worden verwacht dat hij met de nodige terughoudendheid gebruik maakt van zijn bevoegdheden in een situatie als deze. Wanneer de curator dat niet doet, kan het belang van de schuldenaar door ingrijpende maatregelen, zoals het verkopen van voor de onderneming essentiële goederen, onnodig worden geschaad. In die gevallen dat de gevolgen van de uitoefening van een bevoegdheid onomkeerbaar zijn, zoals nu het geval bij Boekbinderij Letterboer, dient de curator de toepassing van deze bevoegdheden te beperken tot die situaties waarin dat in het belang is van de boedel en uitstel in de gegeven omstandigheden niet kan worden geduld. Daarvan kan bijvoorbeeld sprake zijn wanneer de uitoefening van de bevoegdheid noodzakelijk is voor de voortzetting van de onderneming.

Gevolgen

De uitkomst voor Boekbinderij Letterboer is niet best. Weliswaar heeft zij haar faillietverklaring succesvol kunnen aanvechten, maar de verkochte goederen is zij kwijt. Met betrekking tot de laatste overweging van de Hoge Raad kan de vraag worden opgeworpen of in het geval van Boekbinderij Letterboer de uitoefening van de bevoegdheid – het verkopen van de voorraden, inventaris en computerserver – van dusdanig groot belang was dat uitstel niet kon worden geduld.

De weg die Boekbinderij Letterboer zou kunnen bewandelen is het aansprakelijk stellen van de curator. In de jurisprudentie is immers al eerder bepaald dat een curator bij de uitoefening van zijn taak rekening dient te houden met de gerechtvaardigde belangen van de schuldenaar. Daarbij is relevant of de curator heeft gehandeld als een curator die over voldoende inzicht en ervaring beschikt en die zijn taak met nauwgezetheid en inzicht verricht tot een vergelijkbare handelswijze was gekomen.

Voor vragen naar aanleiding van deze blog of over dit onderwerp kunt u contact opnemen met onze ondernemingsrechtsectie.

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?