Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Arbeid, Medezeggenschap & Pensioen

Goed werkgeverschap en slapend dienstverband

Joost Kokje

31 juli 2019 - 2 minuten leestijd

Nederland beschermt zieke werknemers goed. Als een van de weinige landen (of misschien wel het enige land) ter de wereld is de werkgever verplicht het loon van de werknemer tijdens ziekte minimaal twee jaar door te betalen. Met de invoering van de WWZ kwam daar nog eens bij dat de werkgever aan het einde van die tweejaarstermijn een transitievergoeding aan de zieke werknemer moest betalen. Deze verplichting is met name onder het MKB, maar ook bij grotere bedrijven slecht ontvangen. En tijdens ziekte moeten doorbetalen én nog eens een transitievergoeding betalen, is voor het bedrijfsleven moeilijk betaalbaar en/of voelt onrechtvaardig.

Bedrijven hebben gezocht naar een oplossing voor deze problematiek. De transitievergoeding is alleen verschuldigd als – kort weergegeven – de werkgever het initiatief neemt tot beëindiging van het dienstverband. Waarom dan beëindigen? Immers, de loondoorbetalingsverplichting tijdens ziekte stopt in beginsel na twee jaar, dus het in dienst houden van de werknemer na die twee jaar zou geen loon moeten kosten. Daarnaast hoeven werkgevers bij volledig zieke werknemers geen of beperkte re-integratie inspanningen te verrichten. Deze constructie heet ‘het slapend dienstverband’ en heeft tot gevolg dat de zieke werknemer voor onbepaalde tijd bij de werkgever in dienst blijft en zodoende geen transitievergoeding ontvangt.

De publieke opinie is verdeeld over deze constructie, maar rechters hebben in het verleden geoordeeld dat de werkgever niet kan worden gedwongen het slapende dienstverband te beëindigen[1]. Om die reden heeft de wetgever de wet ‘Compensatie transitievergoeding na 2 jaar ziekte’ ontworpen. Deze wet treedt per 1 april 2020 in werking en zorgt ervoor dat werkgevers na 1 juli 2015 aan zieke werknemer betaalde transitievergoedingen bij het UWV kunnen terugvragen.

Omdat deze regeling de werkgever compenseert voor de transitievergoeding, zijn er op dit moment geen belemmering meer de arbeidsovereenkomst van de zieke werknemer te beëindigen. Uit onderzoek is echter gebleken dat verschillende werkgevers desondanks weigeren het dienstverband van de zieke werknemer te beëindigen. De kantonrechter in Arnhem heeft op 29 juli jl. over een dergelijke situatie geoordeeld. Uitkomst; het is slecht werkgeverschap als de werkgever (in dit geval Menzis) weigert het dienstverband van de zieke werknemer na twee jaar ziekte te beëindigen.

Kort weergegeven speelde de volgende omstandigheden in deze zaak een rol:

  • De werknemer was 35 jaar in dienst en sinds augustus 2015 volledig en duurzaam arbeidsongeschikt.
  • Per 1 augustus 2017 is aan de werknemer een IVA-uitkering toegekend.
  • De werknemer heeft meerdere malen aan Menzis verzocht haar dienstverband te beëindigen en haar een transitievergoeding te betalen.
  • Per 18 november 2019 bereikt de werknemer de pensioengerechtigde leeftijd, waardoor zij geen recht meer heeft op een transitievergoeding.
  • Menzis heeft geen goede argumenten aangedragen die het slapend houden van het dienstverband ondersteunen. Het argument dat het moeten betalen van de transitievergoeding mogelijk zou leiden tot een premieverhoging voor Menzis, achtte de kantonrechter onvoldoende zwaarwegend.

Een op het eerste oog opvallende uitspraak, gelet op de eerder benoemde vaste jurisprudentie, waaruit volgt dat werkgevers niet kunnen worden gedwongen het dienstverband van de twee zieke werknemer te beëindigen. In het licht van de wet Compensatie transitievergoeding na 2 jaar ziekte is het oordeel van de kantonrechter Arnhem mijns inziens echter wel begrijpelijk.

Naar aanleiding van prejudiciële vragen van de kantonrechter Roermond in een andere, vergelijkbare kwestie, buigt de Hoge Raad zich momenteel over het concept van het ‘slapende dienstverband’. Van de uitkomst daarvan houden we u uiteraard op de hoogte.

Joost Kokje, advocaat team Arbeid, Medezeggenschap & Pensioen


[1] Kleine selectie: Hof Den Haag 14 oktober 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:3036; Hof Arnhem-Leeuwarden 27 juli 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:6140. Sommige rechters merkten overigens wel op het fatsoenlijk te vinden als de werkgever de arbeidsovereenkomst zou beëindigen.

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?