Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Arbeid, Medezeggenschap & Pensioen

Geheime videosurveillance: strijdig met de privacy maar wel toegestaan als bewijs

Barbara van Dam

22 februari 2017 - 2 minuten leestijd

Het Europees Hof voor de rechten van de mens heeft onlangs in een verzekeringskwestie uitspraak gedaan over de voorwaarden waaronder geheime videosurveillance mag plaatsvinden.

Het ging in deze zaak om een Zwitserse werkneemster, mevrouw Vukota-Bojic, die als gevolg van een motorongeluk arbeidsongeschikt is geraakt. Mevrouw Vukota-Bojic en de verzekeraar die verantwoordelijk is voor uitbetaling van arbeidsongeschiktheidsuitkering verschillen van mening over de mate van arbeidsongeschiktheid. De verzekeraar heeft een privédetective ingehuurd die binnen een tijdsbestek van 23 dagen een aantal video-opnames van mevrouw Vukota-Bojic op de openbare weg heeft gemaakt. Omdat uit de videobeelden en de rapportage van de privédetective blijkt dat mevrouw Vukota-Bojic niet arbeidsongeschikt is, weigert de verzekeringsmaatschappij tot uitkering over te gaan. De verzekeraar stelt dat zij op grond van het Zwitserse socialezekerheidsrecht op eigen initiatief noodzakelijke onderzoeksmaatregelen mag treffen. Mevrouw Vukota-Bojic meent echter dat de verzekeraar haar oordeel niet op de videobeelden mocht baseren omdat deze onrechtmatig en in strijd met artikel 8 EVRM zijn verkregen. De verzekeraar krijgt in Zwitserland gelijk, waarna mevrouw Vukota-Bojic zich tot het EHRM heeft gewend.

En wat vindt het Europese hof?

Omdat geheime videosurveillance een inbreuk op de privacy oplevert, is artikel 8 EVRM (het privacy artikel), van toepassing. In de Zwitserse wet is niet voldoende duidelijk geregeld aan welke voorwaarden een dergelijke videosurveillance door een privédetective moet voldoen. Zo is niet duidelijk wanneer surveillance mag worden ingesteld en voor welke duur, op welke wijze de gegevens mogen worden verkregen en opgeslagen en hoe wordt voorkomen dat derden toegang tot die gegevens krijgen. Het hof oordeelt dat artikel 8 EVRM is geschonden.

Vervolgens moet het hof oordelen over de vraag of het Zwitserse hof in strijd met artikel 6 EVRM heeft gehandeld door het uit de  geheime surveillance onrechtmatig verkregen bewijs als bewijs toe te staan. Het Europese hof meent dat géén sprake is van schending van artikel 6 EVRM, omdat de uitspraak van het Zwitserse rechter niet alleen is gebaseerd op de uit de videosurveillance verkregen beelden maar ook op andere bewijsmiddelen zoals medische rapporten.

Dit is in lijn met Nederlandse jurisprudentie, waaruit blijkt dat onrechtmatig verkregen bewijs in het arbeidsrecht meestal toch wordt toegestaan.

Deze uitspraak is ook voor Nederlandse werkgevers van belang, nu ook zij regelmatig gebruik maken van verborgen camera’s en privédetectives om hun werknemers te controleren. Uit deze uitspraak blijkt weer eens dat als zij gebruik willen maken van een dergelijk middel, zij zullen moeten aantonen dat sprake is van een ernstig vermoeden van een misstand, dat de inzet van het middel niet te lang zal duren en alleen gericht zal zijn op het verkrijgen van informatie over de vermeende misstand. Als de werkgever het extra zorgvuldig wil doen en minder risico wil lopen dan is het verstandig om een privacy-protocol op te stellen en daarin op te nemen onder welke voorwaarden bijvoorbeeld cameratoezicht (al dan niet verborgen) door de werkgever is toegestaan. De ondernemingsraad heeft op grond van de Wet op de ondernemingsraden een instemmingsrecht ten aanzien van een dergelijk protocol.

En vergeet niet na instemming van de ondernemingsraad dit protocol onder de aandacht van de medewerkers te brengen.

Voor vragen naar aanleiding van dit weblog, kunt u contact opnemen met Barbara van Dam (paralegal Arbeidsrecht, Medezeggenschap & Pensioen)

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?