Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Overzicht Delen
FranchiserechtOndernemingsrecht

Geen getekende franchiseovereenkomst – franchisenemer gebonden of niet?

Jan-Willem Kolenbrander

14 december 2020 - 3 minuten leestijd

Het is een situatie die in de praktijk vaker voorkomt: een kandidaat-franchisenemer krijgt van zijn aanstaande franchisegever een franchiseovereenkomst ter ondertekening voorgelegd. Zonder dat deze overeenkomst formeel wordt ondertekend, beginnen partijen feitelijk de franchise. Na enige tijd ontstaat er een geschil tussen partijen en komt ook de niet getekende franchiseovereenkomst weer in de spotlights te staan. Kan de franchisenemer gehouden worden aan deze overeenkomst of niet?

Het komt vaker voor (zie ook deze blog) dat een franchisegever en kandidaat-franchisenemer een (concept) franchiseovereenkomst met elkaar wisselen zonder daadwerkelijk tot ondertekening over te gaan. Of dat slechts één van beide partijen de overeenkomst ondertekent. Hoe om te gaan met een niet getekende franchiseovereenkomst?

In een recente kwestie bij de Rechtbank Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2020:11356 – klik hier voor het volledige vonnis) had de franchisegever via DocuSign een vijftal franchiseovereenkomsten gestuurd naar een kandidaat-franchisenemer ten behoeve van het exploiteren van een vijftal pizza-restaurants. Op deze wijze kon de franchisenemer eenvoudig deze overeenkomsten digitaal ondertekenen, maar van dat laatste is het nimmer gekomen. Wel werd feitelijk de exploitatie gestart van de pizza-restaurants onder de vlag van de formule.

Gaandeweg constateerde de franchisegever diverse tekortkomingen aan de zijde van de franchisenemer, waaronder het niet (volledig) betalen van de afgesproken entree fees. Er werd een schriftelijke ingebrekestelling van de zijde van de franchisegever gestuurd waarin werd gerefereerd naar allerlei artikelen in de franchiseovereenkomst. Toen de franchisenemer niet volledig aan deze sommatie voldeed, ontbond de franchisegever de franchiseovereenkomsten en startte zij een gerechtelijke procedure om alsnog betaling van de openstaande posten te verkrijgen. De franchisenemer betwistte de rechtsgeldigheid van de ontbinding en bleef de pizza-restaurants exploiteren. In die procedure werd – bij wijze van voorlopige voorziening – dan ook aan de rechter gevraagd om de franchisenemer een verbod op te leggen om nog langer gebruik te maken van de intellectuele eigendomsrechten van de franchisegever.

Tijdens de behandeling van die voorlopige voorziening wierp de franchisenemer op dat de franchiseovereenkomsten nimmer (door zijn bestuurders) waren ondertekend. De niet getekende franchiseovereenkomsten zouden dan ook nooit door de franchisenemer zijn aanvaard. Omdat de inhoud van de overeenkomsten niet was aanvaard, kon de franchisenemer naar eigen zeggen daarin ook niet tekortschieten. Wel waren er volgens de franchisenemer mondelinge franchiseovereenkomsten tot stand gekomen tussen partijen waarvan de inhoud door middel van uitleg bepaald moest worden.

De rechtbank ziet dat anders. Ondanks de stellige betwisting van de ondertekening van de franchiseovereenkomsten kan de franchisenemer toch aan de overeenkomsten worden gehouden. Een overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding. De franchisegever heeft door toezending van de franchiseovereenkomsten een aanbod gedaan aan de franchisenemer onder welke voorwaarden zij de franchise wilde vormgeven. De franchisenemer heeft vervolgens uitvoering gegeven aan die overeenkomsten door de pizza-restaurants te gaan exploiteren. Toen op een later moment door de franchisegever is gewezen op nakoming van diverse bepalingen in de franchiseovereenkomsten heeft de franchisenemer niet (duidelijk) kenbaar gemaakt dat hij daaraan niet was gebonden, omdat hij de overeenkomsten nooit zou hebben aanvaard. Uit het feit dat de franchisenemer in ieder geval bepaalde betalingen heeft gedaan kan volgens de rechtbank eveneens worden afgeleid dat de franchisenemer de inhoud van de overeenkomsten wel degelijk heeft aanvaard. De franchisenemer is daardoor gehouden om alle overeenkomsten integraal na te komen volgens de rechtbank.

Het voorgaande betekent dat een kandidaat-franchisenemer, die niet akkoord is met één of meer bedingen in de (concept) franchiseovereenkomst die hem is voorgelegd, duidelijk (en bij voorkeur schriftelijk) moet protesteren daartegen. Dat hij dat niet of niet duidelijk genoeg dan kan dat later tegen hem werken. Alleen wijzen op een niet getekende franchiseovereenkomst kan dan onvoldoende zijn.

Als de Wet franchise overigens van toepassing zou zijn geweest zou de uitkomst van deze zaak naar alle waarschijnlijkheid niet veel anders zijn geweest. De Wet franchise vereist immers niet dat een franchiseovereenkomst door beide partijen wordt ondertekend.

Jan-Willem Kolenbrander, advocaat franchise recht

Ook interessant?