Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Franchiserecht

Franchisenemer wordt geconfronteerd met nieuwe franchisenemer om de hoek

Jan-Willem Kolenbrander

18 mei 2018 - 2 minuten leestijd

Het is gangbaar bij franchise dat een franchisenemer een specifiek gebied van de franchisegever toebedeeld krijgt waarin hij of zij de gefranchisede onderneming moet gaan exploiteren. In dat specifieke gebied mag de franchisegever geen andere franchisenemers plaatsen dan wel zelf de franchise gaan exploiteren. Dit specifieke gebied wordt ook wel ‘exclusief rayon’ genoemd. Het doel van een dergelijk exclusief rayon is om te voorkomen dat de franchisenemer hinder ondervindt van concurrentie vanuit de eigen formule. Inbreuk op een exclusief rayon kan immers uiterst onplezierig zijn voor een franchisenemer.

Onlangs heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2018:4395 – lees hier het volledige arrest) een uitspraak gewezen waarbij onder meer een exclusief rayon aan de orde was. Een franchisenemer had op 23 februari 2012 een franchiseovereenkomst gesloten met de franchisegever. In een bijlage van de franchiseovereenkomst was opgenomen dat het exclusieve rayon zich uitstrekte in een straal van 300 meter rondom de vestiging. Op 8 november 2012 werd op een afstand van 380 meter van deze vestiging een tweede vestiging geopend van dezelfde formule.

De franchisenemer stelde dat zij er niet van op de hoogte was dat er al op zulke korte termijn een tweede vestiging in haar buurt zou worden geopend. Aldus de franchisenemer had zij daardoor onder een onjuiste voorstelling van zaken de franchiseovereenkomst getekend (dwaling). Eveneens was de franchisenemer van mening dat de franchisegever onrechtmatig jegens haar had gehandeld door daarover in de precontractuele fase niets te zeggen, dan wel er niet op te wijzen wat de consequenties waren van de opening van de tweede vestiging. Daarmee zou de franchisegever haar mededelingsplicht hebben verzaakt.

Tijdens de gerechtelijke procedure komt echter niet vast te staan dat de franchisenemer inderdaad niet wist dat er een tweede vestiging zou worden geopend in de buurt. Er waren diverse conflicterende getuigenverklaringen op dat punt waardoor de franchisenemer haar bewijs niet sluitend kreeg. Het beroep op dwaling wordt om die reden dan ook afgewezen.

Ook het beroep op de onrechtmatige daad wordt niet gehonoreerd door het gerechtshof. Omdat de franchisenemer geen cijfers overlegt van de omzetten vóór en na de opening van de tweede vestiging kan het hof niet vaststellen in hoeverre de onderneming van de franchisenemer inderdaad te lijden heeft gehad onder de opening van de tweede vestiging. De vraag of er sprake is van een onrechtmatige daad blijft daardoor onbeantwoord.

Een discussie over een exclusief rayon is niet goed voor de betrokken partijen. Duidelijke schriftelijke afspraken maken over de aard en omvang van het exclusieve rayon zijn dan ook een must. Daarnaast zal de franchisegever de belangen van de zittende franchisenemer in de gaten moeten houden en moeten voorkomen dat er onaanvaardbare kannibalisatie optreedt tussen de beide vestigingen. Bij twijfel dient men niet in te halen, want één tevreden franchisenemer is doorgaans meer waard dan twee morrelende franchisenemers.

Jan-Willem Kolenbrander, advocaat franchise recht

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?