Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Vastgoed, Overheid & Notariaat

Exoneratie van aansprakelijkheid. Wie draait daar voor op? 

Frank Eradus

19 maart 2019 - 3 minuten leestijd

Architecten, constructeurs en andere adviseurs in de bouw verklaren meestal de DNR 2011 (herziening 2013) op hun opdrachten van toepassing. Op grond van artikel 15 DNR 2011 is de schadevergoeding beperkt tot een bedrag gelijk aan de advieskosten voor de betreffende opdracht. Kan de aannemer zich jegens de opdrachtgever mede beroepen op een dergelijke beperking van aansprakelijkheid, of wel exoneratie?  Of draait hij op voor het leeuwendeel van de schade? Een lastige kwestie.

De architect die een ontwerpfout maakt, of de constructeur die een komma verkeerd zet in een draagconstructieberekening, is voor de schade aansprakelijk. Laat de aannemer na om niet tijdig tegen een dergelijke (evidente) fout te waarschuwen, dan is ook hij voor dezelfde schade aansprakelijk op grond van art. 7:754 BW.

Is er sprake van medeschuld, dan kan de opdrachtgever ieder der medeschuldigen hoofdelijk aanspreken voor de volledige schade (artikel 6:102 BW). De opdrachtgever hoeft daarbij niet aan te tonen welke partij voor welk deel van dezelfde schade aansprakelijk is. Dat moeten partijen onderling uitmaken (art 6:11 BW). In de praktijk lijdt dit nogal eens tot onbevredigende uitkomsten vooral wanneer de ene medeschuldige, bijvoorbeeld de constructeur, zijn aansprakelijkheid heeft beperkt (artikel 15 DNR 2011) terwijl de andere medeschuldige, de aannemer, dat niet heeft bedongen.

Want wat nu bijvoorbeeld in het geval de schadevordering (veel) hoger is dan het bedrag waarvoor de constructeur zijn aansprakelijkheid heeft beperkt? Het ligt voor de hand dat de opdrachtgever zijn schade volledig vergoed zal willen zien. Hij kan ervoor kiezen de aannemer voor de volledige schade aan te spreken en niet de constructeur. Gevolg daarvan zou kunnen zijn dat de aannemer, die zich niet op een exoneratie kan beroepen, een veel groter deel van de schade zou moeten vergoeden dan de constructeur. Dat wringt. De aannemer zou dan op grond van interne draagplicht wegens medeschuld verhaal kunnen zoeken op de constructeur. Echter, daardoor zou de laatste dan mogelijk geen beroep kunnen doen op zijn exoneratie. Ook dat wringt.

De oorzaak van dit probleem komt veelal voort uit de onderling verschillende inhoud van relevante bedingen in de overeenkomsten die de opdrachtgever sluit met de aannemer, de architect of  constructeur. Doorgaans wordt daarin niet of nauwelijks rekening gehouden met de gevolgen van medeschuld en inherente onderlinge aansprakelijkheids- en draagplichtperikelen. De vraag is dan of de opdrachtgever daarvan gebruik kan maken, bijvoorbeeld door niet de constructeur aan te spreken, maar de aannemer.

In een uitspraak van 17 mei 2017 heeft de Raad van Arbitrage dit onderkend en in dat specifieke geval opgelost. Er was hier sprake van een evidente rekenfout van de constructeur en waartegen de aannemer verzuimd had te waarschuwen. De totale schadevordering bedroeg € 600.000. Volgens de Raad waren de constructeur (rekenfout) en de aannemer (niet gewaarschuwd) ieder voor de helft aansprakelijk voor dezelfde schade. Op beiden rustte derhalve de plicht tot vergoeding van een schadebedrag van  € 300.000. De constructeur had zijn verplichting tot vergoeding van schade  beperkt tot € 90.000.

Op de totale schadevordering van € 600.000  van de opdrachtgever moest volgens de Raad daarom eerst het bedrag waarvoor de constructeur niét kon worden aangesproken van  (300.000 -90.000=) € 210.000 op de volledige schadevordering in mindering worden gebracht. Aldus kon de opdrachtgever de aannemer hoofdelijk nog maar aanspreken voor (600.000 -210.000 =) € 390.000. De aannemer werd weliswaar tot vergoeding van dat bedrag veroordeeld, maar dus niet tot betaling van het volledige schadebedrag. Als de aannemer met succes verhaal zoekt op de constructeur voor de € 90.000,-, dan heeft de aannemer per saldo niet meer vergoed dan waarvoor hij aansprakelijk was, namelijk de helft van de schadevordering op grond van medeschuld.

In dit geval werd de exoneratie van de constructeur daarmee in feite teruggelegd bij de opdrachtgever en pakte dit daarom niet eenzijdig in het nadeel van de aannemer uit. Een redelijke uitkomst. De opdrachtgever kon dus niet zomaar de exoneratie van de constructeur ontlopen door enkel de aannemer aan te spreken. Een algemene regel voor dit soort kwesties is evenwel niet te geven. Immers, elke kwestie zal binnen de kaders van de feitelijke en juridische context van het specifieke geval worden beoordeeld.

Wilt u meer weten over de mogelijkheden tot beperking van uw aansprakelijkheid? Neem dan gerust contact op. Mr F.A. Eradus

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?