Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
IT, IE & Privacy

Embedding op het internet: het Europese Hof doet een belangrijke auteursrechtelijke uitspraak

Teun Pouw

24 maart 2021 - 4 minuten leestijd

Het Europese Hof van Justitie (verder: ‘het Hof’) heeft op 9 maart 2021 een belangrijke uitspraak gedaan. Tot op heden was op basis van de jurisprudentie het gebruik van hyperlinks naar auteursrechtelijk beschermde werken op andere websites toegestaan. Nu stond de vraag centraal of deze redenering anders is als partijen afspraken hebben getroffen die het delen van een webpagina technisch gezien onmogelijk (moeten) maken. Het Hof heeft deze vraag bevestigend beantwoord.[1]

Mededeling aan het publiek

Het auteursrecht geeft makers van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst (een auteursrechtelijk beschermd werk) het alleenrecht om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen. In dit verband wordt ook wel gesproken van een ‘mededeling aan het publiek’.[2] Een mededeling aan het publiek levert auteursrechtinbreuk op, indien er sprake is van een ‘nieuw publiek’: dit is een publiek dat voorafgaand aan deze mededelingshandeling nog niet bij het werk kon. U kunt hier bijvoorbeeld denken aan het kopen van een e-book. Het boek is pas na de aankoop voor u beschikbaar. Of denk aan een abonnement op Netflix: pas na betaling krijg je toegang tot het filmaanbod.

Eerdere uitspraken van het Hof

Met de komst van het internet doen zich veel situaties voor waarbij het onduidelijk is of nou wel of geen sprake is van een “mededelingshandeling” c.q. een “nieuw publiek”. Een van deze situaties is ‘embedden’, ook wel ‘framen’ genoemd. Dit is het laten zien van een andere website op een eigen website zonder de content te verplaatsen.[3] Het is hierbij voor de gebruiker veelal niet duidelijk dat een andere website wordt getoond. Het Europese Hof van Justitie heeft zich hier in een reeks uitspraken al eerder over uitgelaten.

Op 13 februari 2014 deed het Hof uitspraak in de Svensson-zaak. Het ging in deze zaak om een website met aanklikbare links naar werken die op een andere website vrij beschikbaar zijn. Omdat deze werken vrij te bezoeken waren, kon het plaatsen van de links niet als een handeling van mededeling aan het publiek worden aangemerkt. Er ontbrak een ‘nieuw publiek’, aangezien het werk reeds vrij te bezoeken was voor iedereen.[4] Hieruit volgde dat hyperlinken geen auteursrechtinbreuk oplevert, ongeacht of dit gebeurt met een “normale” hyperlink dan wel met gebruikmaking van embedding.

In hetzelfde jaar, op 21 oktober, liet het Hof zich uit over een vergelijkbare situatie in de BestWater-zaak. In deze zaak leidde de link naar een illegaal geüpload werk. Volgens het Hof leidt deze situatie niet tot een andere uitspraak, want ook in dit geval werd geen nieuw publiek bereikt.[5] Nog steeds geen auteursrechtinbreuk dus.

Het Hof deed op 8 september 2016 uitspraak in een zaak tussen GeenStijl en Sonoma. GeenStijl had een hyperlink gepubliceerd die geïnteresseerden uiteindelijk naar een Australische site leidden waarop de Playboyfoto’s van Britt Dekker te zien waren.[6] Het Hof oordeelde dat het gebruik van een hyperlink naar materiaal dat illegaal online is gezet, toch inbreuk kan maken op het auteursrecht, wanneer de hyperlink wordt gebruikt om winst te genereren. Wanneer een hyperlink wordt geplaatst zonder een winstoogmerk kan ook sprake zijn van een inbreuk op het auteursrecht, indien wordt aangetoond dat de partij kennis had van het illegale karakter van het werk. In deze situatie is dus wél sprake van auteursrechtinbreuk bij het gebruik van hyperlinking.

Als u meer over deze zaken wilt lezen verwijs ik u naar mijn eerdere blogposts, hier en hier.

Beantwoording prejudiciële vragen

Nu is er weer een uitspraak bij. Het Hof blijft bij haar lijn dat embedding en vergelijkbare praktijken in beginsel geen mededeling aan een (nieuw) publiek vormen en dus geen inbreuk op het auteursrecht opleveren. Het geeft houders van een auteursrecht echter wel handvaten voor een sterke(re) rechtspositie.

Als houder van een auteursrecht kunt u namelijk strenge afspraken maken met de website waarop uw werk wordt gepubliceerd, waarbij de houder van de betreffende website garandeert dat zij hyperlinken en embedden (en andere technische mogelijkheden om toch uw werk te kunnen delen) actief tegengaat en onmogelijk maakt. Het Hof doelt hiermee op het aanbrengen van technische (veiligheids)voorzieningen die hyperlinking kunnen tegengaan.

Het Hof oordeelt namelijk dat er wel een mededeling aan het publiek plaatsvindt (en dus wel sprake is van auteursrechtinbreuk) als het betreffende werk vervolgens toch door middel van hyperlinking of embedding zichtbaar is op een website van een derde. Dan heeft de houder van het auteursrecht namelijk geen toestemming gegeven om zijn of haar werk te delen en maakt de betreffende website dus inbreuk op het auteursrecht.

Weer een stukje duidelijkheid over het gebruik van hyperlinks dus. Toch roept ook dit arrest weer nieuwe vragen op. De technologie verandert razendsnel en keer op keer worden manieren gevonden om beveiligde websites op het internet toch te kunnen delen. Eigenaren van websites krijgen hierdoor de lastige taak om altijd op hun hoede te zijn voor nieuwe, sluwe trucs waarmee derden de gepubliceerde auteursrechtelijke werken toch kunnen delen. De vraag is of dat in alle redelijkheid van iedereen kan worden verwacht. En aan welke eisen moeten de (technische) voorzieningen als bedoeld in dit arrest dan voldoen? Het Hof laat zich hier (nog) niet expliciet over uit. En zo blijft dit leerstuk in beweging.

Teun Pouw

Advocaat IT-/IE-recht en BMM-merkengemachtigde

 

met dank aan student-stagiaire Thessa Bennis

 

[1] HvJ EU 9 maart 2021, ECLI:EU:C:2021:181 (VG Bild-Kunst tegen SPK).

[2] Artikel 3 lid 1 van de Europese Richtlijn 2001/29.

[3] Rechtbank Noord-Holland, 1 oktober 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:8077. r.o. 4.1b.

[4] HvJ EU 13 februari 2014, C-466/12 (Svensson).

[5] HvJ EU 21 oktober 2014, C-348/13 (BestWater).

[6] HvJ EU 8 september 2016, ECLI:EU:C:2016:644 (GS Media/ Sanoma).

Ook interessant?