Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Overzicht Delen
Arbeid, Medezeggenschap & Pensioen

Eerder stoppen met werken: het kan!

Caroline Mehlem

17 september 2020 - 3 minuten leestijd

Al jaren wordt gesproken over plannen voor een nieuw pensioenstelsel. Onderdeel van deze discussie is de vraag hoe men het steeds langer moeten doorwerken ook daadwerkelijk kan volhouden. Door de stapsgewijze verhoging van de AOW- en pensioenleeftijd wordt dit steeds moeilijker, met name in fysiek zware beroepen.

AOW-leeftijd stijgt

De AOW-leeftijd is in 2021 66 jaar en 4 maanden. Daarna wordt die 66 jaar en 7 maanden in 2022, 66 jaar en 10 maanden in 2023 en 67 jaar in 2024 en 2025. Daarna zal de verhoging van de AOW-leeftijd gekoppeld worden aan de levensverwachting. Hoe ouder we worden, hoe later de AOW zal ingaan.

Vut-regeling weer deels mogelijk

In het pensioenakkoord van juli 2019 is een aantal maatregelen opgenomen waardoor werknemers eerder met pensioen kunnen gaan of makkelijker de pensioendatum kunnen halen. Zo wordt het makkelijker om werknemers een regeling aan te bieden om hen in staat te stellen eerder te stoppen met werken. Bijna 15 jaar geleden is de VUT afgeschaft (Regeling voor vervroegde uittreding) en sindsdien worden ‘verkapte’ vut-regelingen flink beboet. Het treffen van een vertrekregeling die vervroegd pensioen voor een medewerker mogelijk maakt (ofwel in de vorm van een ontslagvergoeding, dan wel in de vorm van afspraken over vrijstelling van werk tot aan het pensioen), kan op dit moment tot oplegging van een boete van maar liefst 52% door de Belastingdienst aan de (ex)werkgever leiden. Dit werpt nogal een hindernis op voor werkgevers die werknemers graag tegemoet willen komen om eerder te kunnen stoppen met werken. Bijvoorbeeld omdat sprake is van fysieke ongemakken bij zwaarder werk of als het gaat om oudere werknemers die niet meer helemaal goed kunnen meekomen op de werkvloer. In mijn praktijk moet ik werkgevers die graag zo’n vertrekregeling willen treffen regelmatig ‘terugfluiten’ door op het aanzienlijke bijkomende financiële risico te wijzen.

Door het pensioenakkoord is het de bedoeling dat de boete op vut-achtige regelingen per 1 januari 2021 komt te vervallen voor bedragen tot de hoogte van de AOW. Dat bedrag kunnen werkgevers vanaf drie jaar voor pensionering aan hun werknemers gaan uitbetalen. Per jaar zal een brutobedrag van ongeveer € 19.000 zijn vrijgesteld. De hoogte van deze vrijstelling is gekoppeld aan de netto-AOW.  Let echter op: dit is een tijdelijke versoepeling! Deze regeling moet ingaan in 2021 en geldt tot en met 2025.

Verlofsparen

Ook wordt het voor werknemers mogelijk vanaf 1 januari 2021 (meer) zelf te sparen voor vervroegd pensioen. Op dit moment is het mogelijk om – belastingvrij – tot 50 weken verlof op te sparen. Over het meerdere moet de werkgever loonheffing betalen. Het is de bedoeling dat het belastingvrije verlof vanaf 2021 100 weken wordt. Het gaat dan dus om verlofdagen gedurende welke de werknemer – doorbetaald – in dienst van de werkgever blijft. Dit geldt trouwens voor alle werknemers, dus ook voor jongere werknemers die voor bijvoorbeeld een sabbatical willen sparen, of voor langdurend zorgverlof dan wel mantelzorg.

Uitzondering voor zware beroepen

In de komende jaren krijgen werkgevers en werknemers de gelegenheid om afspraken te maken over vervroegd pensioen voor mensen met zware beroepen. De overheid bepaalt overigens niet om welke beroepen het gaat. Het is de bedoeling is dat werkgevers en werknemers in de diverse sectoren dit samen bepalen. Sectoren kunnen subsidie aanvragen voor duurzame inzetbaarheid en voor eerder uittreden.

Volgens het pensioenakkoord moeten mensen met zware beroepen zelf meer invloed hebben op de wijze waarop ze het laatste deel van hun loopbaan inrichten. Zo kunnen ze eerder stoppen met werken, is er een mogelijkheid voor deeltijdpensioen en arbeidsduurverkorting en kan het pensioen eerder ingaan. Zo kunnen mensen in zware beroepen drie jaar voor hun AOW-leeftijd een uitkering van hun werkgever krijgen ter hoogte van de AOW. Deze verkapte Vut-regeling besprak ik hierboven al, alleen in het geval van werknemers met een zwaar beroep zal het niet gaan om een tijdelijke versoepeling.

Tot slot

Het pensioenakkoord geeft al duidelijk aan in welke richting de oplossingen gezocht worden. Een en ander dient natuurlijk nog wel in wetgeving te worden uitgewerkt. In ieder geval zal dit er toe leiden dat vervroegde pensionering weer deels mogelijk wordt gemaakt. Een naar mijn mening broodnodige ingreep. Niet alleen voor al die oudere medewerkers voor wie de verhoging van de pensioenleeftijd als een onaangename verrassing kwam, maar ook voor een soepele arbeidsmarkt.

Caroline Mehlem, advocaat Arbeid & Pensioen

Ook interessant?