Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Overzicht Delen
Vastgoed, Overheid & Notariaat

Verhuiskostenvergoeding bij renovatie: niet snel een noodzaak tot verhuizing

Per van der Kooi

29 april 2020 - 2 minuten leestijd

Een huurder heeft recht op een verhuiskostenvergoeding indien een verhuizing noodzakelijk is vanwege een voorgenomen renovatie. Van een noodzaak tot verhuizing is echter niet snel sprake…

In een eerdere blog schreef ik al dat de wettelijke verhuiskostenvergoeding bij renovatie (toch) niet steeds verschuldigd was. Kort gezegd moet sprake zijn van renovatie (werkzaamheden waardoor het woongenot wordt bevorderd) en moet de verhuizing juist vanwege die werkzaamheden noodzakelijk zijn en niet, bijvoorbeeld, vanwege tegelijkertijd uitgevoerd onderhoud.

In een (pas) onlangs gepubliceerde uitspraak  heeft de Rechtbank Midden-Nederland zich nader uitgelaten over de noodzaak tot verhuizing.

Noodzaak

Een noodzaak tot verhuizing bestaat alleen als de renovatiewerkzaamheden niet kunnen worden uitgevoerd wanneer de huurder in de woning blijft wonen. Dat kan het geval zijn door de aard van de werkzaamheden, eventueel in combinatie met persoonlijke omstandigheden van de huurder, zoals de gezinssamenstelling of zijn gezondheid.

In de betreffende uitspraak was sprake van renovatie van een flat. Zowel de binnenkant van de woningen als de buitenkant van de flat is ingrijpend verbouwd. Een huurder had gedurende de werkzaamheden twee keer in een logeerwoning verbleven en maakte aanspraak op de wettelijke verhuiskostenvergoeding wegens renovatie (artikel 7:220 lid 5 Burgerlijk Wetboek).

De verhuurder stelde (en de huurder sprak dat niet tegen) dat het overgrote deel van de huurders tijdens de werkzaamheden op dit project niet was verhuisd. Omdat in alle woningen min of meer dezelfde werkzaamheden zijn uitgevoerd, was naar het oordeel van de rechtbank “niet zonder meer sprake van een situatie waarin in het algemeen een noodzaak bestond om te verhuizen”.

De eerste keer had de huurder bovendien in de logeerwoning verbleven omdat hij veel last had van de werkzaamheden buiten zijn woning maar (de aard van) die werkzaamheden maakten een verhuizing niet noodzakelijk (hij had, terwijl de werkzaamheden werden uitgevoerd, gewoon in de woning kunnen blijven wonen).

Huurder stelde dat er een medische noodzaak bestond voor de tweede tijdelijke verhuizing. In het verleden had hij onder meer een herseninfarct gehad en was hij door niet aangeboren hersenletsel verminderd belastbaar. De rechtbank onderkent dat het voorstelbaar is dat de huurder extra veel last heeft gehad van de bouwwerkzaamheden en dat dit mogelijk tot stress heeft geleid, maar zonder verdere onderbouwing blijkt uit deze informatie niet dat een verblijf in de wisselwoning niet volstond en dat er een noodzaak bestond om tijdelijk te verhuizen.

Verhuizen

Onder verhuizen wordt dan verstaan het verhuizen van de inboedel naar een tijdelijke woning, het inrichten van die tijdelijke woning en het terugverhuizen van de inboedel naar de oude gerenoveerde woning. Van een verhuizing is geen sprake bij een verplaatsing naar een wisselwoning met medeneming van slechts enkele persoonlijke spullen. Dat laatste was hier het geval.

Van een noodzaak tot verhuizing is dus niet zonder meer sprake. En niet ieder verblijf in een wisselwoning kwalificeert als verhuizing.

Per van der Kooi 

Advocaat vastgoed- en huurrecht

Ook interessant?