Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Overzicht Delen
IT, IE & Privacy

E-commerce blogreeks (deel 4): Wijzigingen in het consumentenrecht vanaf 1 januari 2022

Michelle Wijnant

7 juli 2021 - 4 minuten leestijd

Vanaf 1 januari 2022 veranderen de regels voor het consumentenrecht. In de voorgaande blogs van deze e-commerce blogreeks is ingezoomd op de basisregels gelden voor B2C webshops,  B2B webshops en op de basis privacyregels. In deze laatste blog zullen we inzoomen op de nieuwe consumentenregels.

Europese richtlijnen

Op 20 mei 2019 zijn twee nieuwe Europese richtlijnen aangenomen die vanaf 2022 effect gaan hebben op het huidige consumentenrecht, namelijk:

Om deze richtlijnen door te laten werken in het nationale recht, moeten de lidstaten implementatiewetgeving maken. Dit zal betekenen, dat de consumentregels in het Burgerlijk Wetboek en in de Wet handhaving consumentenbescherming zullen wijzigen. Het doel van beide richtlijnen is maximumharmonisatie. Dit houdt in dat het de lidstaten, op enkele uitzonderingen na, niet is toegestaan om van de inhoud van de richtlijnen af te wijken. Binnen Europa zullen de consumentenregels dan ook vanaf 1 januari 2022 meer gelijk gaan worden.

Onderwerp van de Europese richtlijnen

Richtlijn 2019/770 bevat regels voor de levering van digitale inhoud (zoals games en applicaties) en digitale diensten (zoals streamingsdiensten). Richtlijn 2019/771 bevat regels over de verkoop van goederen en over de verkoop van goederen met digitale elementen (zoals een smartwatch, smartphone of smart-tv). Beide richtlijnen zien op de verkoop door een professionele partij aan een consument (B2C). Het verschil tussen beide richtlijnen, is dat richtlijn 2019/770 ziet op de verkoop van software als product (welke ook op een materiële drager[1] of als maatwerk mag worden geleverd) en dat richtlijn 2019/771 ziet op producten waarvan software een ondergeschikt onderdeel kan zijn. Inhoudelijk, zijn de regels in beide Europese richtlijnen ongeveer gelijk.

Verschillen met de huidige consumentenregels

In hoofdlijnen blijven de regels van het consumentenrecht vergelijkbaar. Toch zullen er een aantal zaken veranderen, naast dat digitale elementen, inhoud en diensten nu expliciet worden geadresseerd. Een aantal opvallende toekomstige veranderingen zijn:

  • Conformiteitseis

De conformiteitseis (voldoet iets aan de verwachtingen) wordt gedetailleerder uitgewerkt. Zo wordt gespecificeerd dat de conformiteit ziet op kenmerken als de hoeveelheid, kwaliteit duurzaamheid, functionaliteit, compatibiliteit maar ook op updates (waaronder beveiligingsupdates) en overeenstemming met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).

Kortom, er komen dus strengere eisen over de omschrijving van producten en de verwachtingen die consumenten bij producten mogen hebben. Daarbij valt het recht dat consumenten op updates krijgen, op.

  • Non-conformiteit

Onder de nieuwe situatie is geen sprake van non-conformiteit als een consument bij het aangaan van de overeenkomst uitdrukkelijk de afwijking heeft aanvaard (zoals het aanvinken van een vakje waarbij staat ‘Ik accepteer dat er geen beveiligingsupdates worden doorgevoerd’). Onder de huidige situatie, is er geen sprake van non-conformiteit als het gebrek redelijkerwijs bekend was of kon zijn (een stuk soepeler dus).

Qua termijnen, bedraagt de huidige termijn voor non-conformiteit zes maanden. Als een gebrek zich binnen zes maanden na aflevering van het product openbaart, bestaat het vermoeden dat het product ten tijde van de levering niet conform was. Onder de nieuwe richtlijn, wordt deze termijn verlengd tot minimaal één jaar (lidstaten mogen er ook twee jaar van maken). Gedurende dit jaar ligt de bewijslast bij de verkoper om aan te tonen dat het product wel conform was. Voor goederen met digitale inhoud die continue worden geleverd, zoals online games, geldt dat de bewijslast voor conformiteit ligt bij de verkoper als het gebrek gedurende de gehele periode dat het product wordt geleverd aan het licht komt.

Qua termijn van een kennisgevingsverplichting bij een non-conformiteit kan ook wat veranderen. Zo kunnen de lidstaten, op basis van Richtlijn 2019/771, de termijn voor een consument om een beroep te doen op een gebrek beperken tot twee maanden na ontdekking. Deze tijdsbeperking mag niet gelden voor digitale inhoud en digitale diensten op basis van Richtlijn 2019/770.

Kortom, de regels rondom non-conformiteit worden strikter voor de webshophouder, de termijn van non-conformiteit wordt verlengd en de termijn van beroep na ontdekking van een gebrek mag worden beperkt.

  • Prijs verlagen of ontbinden

Op dit moment heeft een consument het recht om een overeenkomst bij non-conformiteit te ontbinden of de prijs te verlagen. Voordat een consument dit kan doen, moet deze de verkoper eerst vragen om het product te herstellen of te vervangen. Pas als dat niet kan of niet gebeurt, heeft de consument recht op ontbinding van de overeenkomst of prijsvermindering. Onder de nieuwe situatie kan een consument bij een ernstige tekortkoming direct de overeenkomst ontbinden of de prijs verminderen. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer antivirussoftware wordt geleverd welke besmet is met een virus.

  • Aansprakelijkheid verkoper

Op dit moment kennen we in Nederland geen vaste periode waarbinnen een consument een verkoper aansprakelijk kan stellen voor conformiteitsgebreken. In de nieuwe situatie, is echter aangegeven dat een er een verjaringstermijn geldt van twee jaar. Als het product echter langer wordt geleverd, zoals streamingsdiensten, dan is de verkoper aansprakelijk gedurende de gehele tijd dat het product wordt geleverd.

  • Betalen met persoonsgegevens

Richtlijn 2019/770 ziet ook op situaties waarop de consument niet betaalt met geld, maar met zijn/haar persoonsgegevens. In dergelijke gevallen gaat de consument een overeenkomst aan, met als contractuele tegenprestatie het geven van toestemming voor de verwerking van diens persoonsgegevens. Dit betreft dan persoonsgegevens die niet nodig zijn voor de uitvoering van de (koop)overeenkomst.

Volgens de Autoriteit Persoonsgegevens (AP, Nederlandse privacy toezichthouder) kleven hier risico’s aan. Denk aan consumenten die minder te besteden hebben en dus eerder geneigd zullen zijn om hieraan mee te werken. Daarbij biedt de AVG geen effectieve remedie als de toestemmingsvraag simpelweg voldoet, terwijl de verwerking mogelijk wel als onredelijk zou kunnen worden beschouwd.

Conclusie

In hoofdlijnen zullen de belangrijkste verschillen onder de nieuwe situatie zijn gelegen in het feit dat meer specificatie is toegepast voor producten met digitale inhoud en producten met digitale elementen. Deze specificatie is o.a. terug te zien in de voorwaarden voor conformiteit, mogelijkheden van consumenten om bij non-conformiteit hier tegen te ageren en de mogelijkheid die wordt erkend dat wordt betaald met persoonsgegevens in plaats van met geld.

Op dit moment is het wetsvoorstel voor de Nederlandse implementatie van de Europese richtlijnen nog in behandeling bij de Tweede Kamer. Het is dan ook nog even wachten wat de Europese richtlijnen precies voor het Nederlandse consumentenrecht zullen betekenen. Deze blog bevatte voor nu alvast een observatie van opvallende zaken.

Inhoud van de blogreeks

Dit was de vierde en laatste blog van deze e-commerce blogreeks.

Wilt u meer weten over de regels die gelden voor webshops of wenst u een juridische check van uw webshop? Neem dan gerust contact op.

Michelle Wijnant, Legal Counsel IT, IE & Privacy

[1] Voor het startpunt van de bedenktijd maakt het wel verschil of software op een materiële drager (zoals een CD of USB-stick) wordt geleverd, of niet. Bij géén materiële drager, is dat vanaf het moment dat de overeenkomst wordt gesloten. Bij wel een materiële drager, is dat vanaf het moment dat de consument de materiële drager ontvangt.

 

Ook interessant?