Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu

De navraagplicht voor advocaten en notarissen in de Wwft

Robert Sanders

25 oktober 2022 - 4 minuten leestijd

Om witwassen nog effectiever aan te kunnen pakken sturen de ministers van Financiën en Justitie en Veiligheid een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer waarin onder meer een ‘navraagplicht’ is opgenomen voor zogeheten poortwachters. Na wijziging van de Wwft zijn ook advocaten en notarissen onder bepaalde omstandigheden verplicht te onderzoeken of aan een cliënt eerder door eenzelfde beroepsbeoefenaar diensten zijn verleend of dat de cliënt is geweigerd. In dat geval moet een advocaat of notaris dan bij die eerdere dienstverlener navraag doen met doorbreking van de geheimhoudingsplicht.

Het voorstel voor de Wet plan van aanpak dat naar de Tweede Kamer wordt gezonden heeft tot doel de barrières tegen witwassen (verder) te verhogen en shopgedrag van criminelen tussen dienstverleners te voorkomen. Zo zal een verbod worden ingevoerd voor bepaalde handelaren in goederen om transacties vanaf € 3.000 in contacten te verrichten en wordt gezamenlijk monitoren van transacties door banken mogelijk gemaakt.

Voor beroepsbeoefenaren die als instelling reeds voor bepaalde dienstverlening onder de Wwft vallen, zoals advocaten en notarissen, springt de in te voeren ‘navraagplicht’ in het oog. Die plicht houdt kort gezegd in dat een instelling in bepaalde gevallen waarin Wwft-plichtige werkzaamheden worden verricht, moet onderzoeken of een andere instelling in dezelfde categorie aan een cliënt diensten verleent, heeft verleend of heeft geweigerd. Indien dat het geval is moet de instelling bij haar voorganger navraag doen naar geïdentificeerde risico’s op witwassen of het financieren van terrorisme. De instelling die zo’n verzoek ontvangt is op haar beurt verplicht om onverwijld die gevraagde gegevens te verstrekken aan de verzoeker.

Inspanningsverplichting

De onderzoeksplicht is volgens de memorie van toelichting een inspanningsverplichting. Dat betekent dat de instelling redelijke maatregelen moet hebben getroffen om na te gaan of een cliënt eerder bij een andere instelling uit dezelfde categorie diensten heeft afgenomen. Wat redelijk is, hangt dan af van de context van het specifieke geval; bijvoorbeeld het nagaan bij de cliënt bij welke andere instellingen deze momenteel of in het verleden soortgelijke diensten heeft afgenomen en het raadplegen van openbare bronnen en informatiebronnen die instellingen tot hun beschikking hebben.

Binnen dezelfde beroepsgroep

Het gaat dan wel om navraag bij een dienstverlener die behoort tot dezelfde beroepsgroep: een advocaat doet dus alleen onderzoek en navraag bij eerdere dienstverlening door andere advocaten, en hetzelfde geldt voor notarissen. De gegevensuitwisseling waartoe de betrokken dienstverleners zijn verplicht is ook beperkt tot gevallen (i) waarbij een zakelijke relatie of transactie naar haar aard indicaties van een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme meebrengt, (ii) wanneer er sprake is van de risicofactoren genoemd in bijlage III van de vierde anti-witwasrichtlijn of (iii) in het kader van een verscherpt cliëntenonderzoek. De verplichting geldt dus altijd als onderdeel van het verscherpt cliëntenonderzoek.

Bij navraag mag de verzoekende instelling uitsluitend de bij wet genoemde gegevens verstrekken. Zo gaat het om informatie die heeft geleid tot de conclusie dat de handelingen van de cliënt niet passen binnen het risicoprofiel. Ook zal de verzochte instelling NAW-gegevens moeten verstrekken omtrent de cliënt om er zeker van te zijn dat beide instellingen dezelfde cliënt voor ogen hebben. FIU-meldingen vallen weer niet onder de verplichting om gegevens te delen, vanwege het tipping off-verbod.

De gevraagde gegevens moeten zo snel mogelijk na ontvangst van het verzoek worden verstrekt. De instelling die de gegevens ontvangt kan deze informatie gebruiken voor haar eigen afweging ten aanzien van de risico’s. Die informatie dient echter als hulpmiddel en mag niet in de plaats komen van de eigen afweging van de verzoekende instelling ten aanzien van de risico’s bij een bepaalde cliënt.

Geheimhoudingsplicht

Instellingen dienen hun cliënten voorafgaand aan de dienstverlening over de verplichting met betrekking tot het verstrekken van informatie aan een andere instelling te informeren. Ook bestaande cliënten dienen hierover geïnformeerd te worden, individueel of door middel van een wijziging in de algemene voorwaarden.

Het voldoen aan de verplichting om cliëntgegevens te verstrekken is voor advocaten en notarissen in beginsel strijdig met het beroeps- en ambtsgeheim. Het wetsvoorstel voorziet in dat geval in een doorbreking van de wettelijke geheimhoudingsplicht van artikel 11a van de Advocatenwet en artikel 22 van de Wet op het notarisambt. Die geheimhoudingsplicht is dan niet van toepassing bij het voldoen aan een verzoek om informatie van een instelling. Gegevens die verband houden met de zogeheten procesvrijstelling uit de Wwft mogen echter niet gedeeld worden. De verplichtingen gelden dus ook alleen bij dienstverlening waarop de Wwft van toepassing is.

Geen terugwerkende kracht

Indien de Wet plan van aanpak wordt ingevoerd zal dat niet met terugwerkende kracht zijn. De onderzoeksplicht zal gelden voor nieuwe cliënten en bestaande cliënten in het kader van actualisering van Wwft-dossiers. Bij navraag mogen enkel gegevens worden verstrekt waar de instelling na inwerkingtreding van de wet de beschikking over heeft gekregen. De inspanningsverplichting om onderzoek te doen naar eerdere dienstverlening gaat terug tot dienstverlening die uiterlijk vijf jaar geleden is beëindigd bij de instelling die een verzoek ontvangt.

Handhaving

Bij overtreding van onder andere de navraagplicht kan de bevoegde toezichthouder een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete opleggen. Naleving van de Wwft voor advocaten en notarissen is ook toetsbaar door de tuchtrechter. Het niet naleven van de verplichting om onderzoek te doen naar eerdere dienstverlening bij andere instellingen in geval er sprake is van een hoger risico op witwassen en financieren van terrorisme wordt via de Wet op de economische delicten bovendien strafbaar gesteld.

 

Heeft u vragen naar aanleiding van dit onderwerp? Neem dan contact op met Robert Sanders, advocaat tuchtrecht en beroepsregulering