Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
IT, IE & Privacy

Bitcoin-soap: Facebook moet nepadvertenties van haar platform verwijderen

Teun Pouw

15 november 2019 - 3 minuten leestijd

In een recente uitspraak van 11 november 2019 van de Rechtbank Amsterdam is besloten dat Facebook advertenties moet tegenhouden die het beeld of de naam van John de Mol gebruiken om tegen zijn wil bitcoins aan te prijzen. Behoeft, moet, en kan Facebook hieraan voldoen? Wat zijn de gevolgen van deze uitspraak voor grote techplatforms?

De advertenties laten een beeld van de Mol zien met de tekst ‘John de Mol maakt bitcoin-software publiekelijk beschikbaar’ of een vergelijkbare tekst. De Mol is overigens niet de enige die hier de dupe van is. Meer bekende persoonlijkheden zijn het onderwerp geweest van nepadvertenties. Een eerdere rechtszaak in het VK werd ingetrokken toen het op het platform mogelijk werd om nepadvertenties te rapporteren.

De echte slachtoffers zijn uiteraard de gebruikers die door de nepadvertenties om de tuin geleid zijn. Volgens de Fraudehelpdesk was eind april dit jaar een bedrag van € 1,7 miljoen aan schade gemeld door gedupeerden. Facebook stelt dat ze de advertenties niet hoeft, mag of kan tegenhouden.

1 Hoeft niet

Er bestaat een vrijwaringsbepaling voor neutrale (online) tussenpersonen. Facebook stelt als zo’n gevrijwaard neutraal doorgeefluik te handelen. Volgens de rechtbank valt Facebook hier niet onder. Daarvoor heeft het platform een te actieve rol. Het primaire verdienmodel van Facebook is het faciliteren van advertenties en het platform hanteert daarbij een uitgebreid advertentiebeleid in het weren van advertenties. Aan de hand van dat beleid bepaalt Facebook de voorwaarden tot toetreding van adverteerders tot haar platform en is Facebook zodoende gehouden om te waken over inbreuk op rechten van derden.

De vrijwaringsbepaling geldt alleen op voorwaarde dat de dienstverlener
1. niet daadwerkelijk kennis heeft van de onwettige activiteit of informatie of
2. zodra hij daarvan kennis heeft of besef krijgt, prompt handelt om de informatie te verwijderen of de toegang daartoe onmogelijk te maken.

2 Mag niet

“De lidstaten mogen dienstverleners geen toezichtverplichtingen van algemene aard opleggen”, aldus de considerans van de Richtlijn inzake elektronische handel. Volgens Facebook is een algemene monitorplicht zoals gevorderd op grond van deze considerans verboden. Het gevorderde: het treffen van maatregelen met betrekking tot “advertenties waarin de naam of het portret van [eiser] in de advertentie en/of de website waarnaar de advertentie doorklikt in verband wordt gebracht met Bitcoin of andere cryptovaluta”

Deze vordering is volgens de rechtbank genoeg toegespitst op het onderhavige geval, zodat zij niet is aan te merken als ‘toezichtverplichtingen van algemene aard’.

3 Kan niet

Facebook stelt al alles te doen wat van haar kan worden gevergd. Zij hanteert systemen waarbij schending van het advertentiebeleid (ook handmatig) wordt gecheckt en na rapportage door gebruikers wordt beoordeeld. Kwaadwillende adverteerders worden gedetecteerd en gebannen van het platform en het platform blijft deze strategieën uitbreiden.

Deze maatregelen zijn echter niet afdoende om de rechtbank te overtuigen. Gelet op de verantwoordelijkheid van Facebook voor haar eigen platform en de impact van de onrechtmatige advertenties mag het nodige van het platform worden verwacht, ook als het om dure of technisch ingewikkelde oplossingen gaat. Bovendien lijkt Facebook wel degelijk over de mogelijkheid te bezitten om iets aan de advertenties te doen. Sinds de dagvaarding is geen nep-advertentie van de Mol meer op het platform te vinden.

Wat is er bepaald?

De rechtbank heeft Facebook bevolen om (naar haar beste vermogen) elke illegale advertentie met betrekking tot het adverteren voor bitcoins met het beeld of de naam van de Mol te staken en gestaakt te houden, op straffe van een dwangsom van tien duizend euro per dag tot een maximum van 1 miljoen.

De rechtbank vindt het te ver gaan om de identiteit van de adverteerders te moeten opgeven. Hoe Facebook het probleem met nepadvertenties aanpakt is niet van belang, zolang de advertenties maar gestaakt blijven.

Conclusie: Wat betekent dit voor grote techbedrijven?

De uitspraak van de rechtbank zou een stap kunnen zijn richting de verruiming van de verantwoordelijkheid van grote techplatforms. Facebook en andere platforms kunnen zich niet beroepen op de kosten, complexiteit en onwetendheid betreffende nepadvertenties en dienen een pro-actieve(re) houding op zich te nemen bij het bestrijden van nepadvertenties. Facebook kan nog in hoger beroep.

Teun Pouw
Advocaat IT-/IE-recht en BMM-merkengemachtigde

Met dank aan Douwe Rienks

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?