Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Ondernemingsrecht

Vervolg BG Retail – Intergamma: verzoek tot enquête afgewezen

Eveline Bakker

8 augustus 2019 - 2 minuten leestijd

In een eerdere blog gaf ik al aan dat BG Retail de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam had verzocht een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken bij Intergamma. BG Retail had aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat sprake was van een onvolledige, onjuiste en misleidende informatievoorziening, een onverantwoord beleid met veronachtzaming van belangen, tekortschietende taakvervulling en belangenverstrengeling van de Raad van Commissarissen en ernstig verstoorde verhoudingen.

De Ondernemingskamer heeft zich hier inmiddels over uitgelaten en geoordeeld dat de gronden die door BG Retail zijn aangevoerd, allen zijn terug te leiden naar een discussie over de uitleg van een tussen partijen gesloten overeenkomst. Het s niet aan de Ondernemingskamer dit vermogensrechtelijke geschil te beslechten. Uitsluitend indien de betreffende overeenkomst dient te worden uitgelegd zoals door BG Retail wordt betoogd, zou dat mogelijk gronden opleveren voor twijfel aan een juist beleid en een juiste gang van zaken. De Ondernemingskamer geeft – vooruitlopend op het vermogensrechtelijke geschil tussen partijen – echter wel een voorshands oordeel dat zij de uitleg die BG Retail aan de overeenkomst geeft niet aannemelijk acht. De Ondernemingskamer heeft het verzoek van BG Retail afgewezen.

Intergamma heeft op haar beurt bij de Ondernemingskamer voorts betoogd dat het verzoek van BG Retail niet op redelijke gronden zou zijn gedaan. Op grond van de wet bestaat dan de mogelijkheid dat een schadevergoeding wordt gevorderd. Hier gaat de Ondernemingskamer echter ook niet in mee. De Ondernemingskamer onderkent dat BG Retail met de verschillende arbitrageprocedures en het enquêteverzoek een aanzienlijke belasting in tijd en kosten heeft veroorzaakt voor Intergamma, maar daarmee is nog niet voldaan aan de strenge norm voor een mogelijke schadevergoeding. De Ondernemingskamer is echter wel van oordeel dat BG Retail bepaalde stellingen heeft ingenomen die niet waarschijnlijk lijken. Zo heeft BG Retail bijvoorbeeld betoogd niet op de hoogte te zijn geweest van het door de vennootschap jarenlang gevoerde beleid. Gelet op de nauwe betrokkenheid van functionarissen van BG Retail acht de Ondernemingskamer dit niet waarschijnlijk en zij stelt vast dat BG Retail heeft gehandeld in strijd met de verplichting de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. De Ondernemingskamer heeft BG Retail veroordeeld in de reële proceskosten aan de zijde van Intergamma, dit in tegenstelling tot de gebruikelijke proceskosten.

Meer weten? U kunt contact opnemen met Eveline Bakker

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?