Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Ondernemingsrecht

Bestuurders: let op de administratieverplichting!

Eveline Bakker

5 februari 2020 - 2 minuten leestijd

Op grond van de wet zijn bestuurders van rechtspersonen gehouden een deugdelijke administratie te voeren. Daar hoort bij dat bij de administratie horende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze worden bewaard dat daaruit op elk moment de rechten en verplichtingen van de rechtspersoon kunnen worden gekend. Deze boeken en bescheiden dienen in ieder geval zeven jaar te worden bewaard (de bewaarplicht).

Al eerder is vastgesteld dat de verplichting een deugdelijke administratie te voeren niet alleen geldt voor formele bestuurders, maar ook voor feitelijk bestuurders. Daarmee wordt de persoon bedoeld die het beleid van de rechtspersoon (mede) heeft bepaald, als ware hij bestuurder. De gevolgen van het niet voldoen aan deze wettelijke administratieplicht kunnen groot zijn, bijvoorbeeld indien de rechtspersoon failleert. In dat geval wordt niet alleen aangenomen dat sprake is van onbehoorlijke taakvervulling, maar ook dat dit een belangrijke oorzaak is geweest van het faillissement.

Op 24 september 2019 (ECLI:NL:GHARL:2019:7801) oordeelde het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over een kwestie waarin de administratieverplichting ter discussie stond. In deze kwestie was sprake van een moedervennootschap en twee dochtervennootschappen. Nadat de vennootschappen failleerden, verklaarden de (indirect) bestuurders aan de curator dat de aangetroffen boekhouding niet compleet was, een chaos was en bovendien verkeerd was ingevoerd. Daarnaast verklaarden zij dat sprake was van spookfacturen en spookcrediteuren. Op basis hiervan is geoordeeld dat de administratie van de rechtspersoon geen correct beeld heeft gegeven van de stand van de crediteuren, debiteuren en liquiditeiten. Kortom: de rechten en verplichtingen van de rechtspersoon konden niet uit de administratie worden afgeleid en aan de administratieverplichting was niet voldaan.

Nu de rechtspersoon was gefailleerd, stond daarmee onbehoorlijke taakvervulling van het bestuur wegens het schenden van de administratieverplichting vast. Op grond van de wet was het vervolgens aan de bestuurders aannemelijk te maken dat andere feiten en omstandigheden een belangrijke oorzaak van het faillissement zouden zijn geweest. Gelet op de verklaringen die zij al eerder hadden afgelegd, zijn de betreffende bestuurders hier echter niet in geslaagd. Het Gerechtshof oordeelde dat de (indirect) bestuurders aansprakelijk zijn voor de tekorten van het faillissement.

Heeft u vragen over de administratieverplichting? Neem dan contact op met Eveline Bakker.

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?