Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Arbeid, Medezeggenschap & Pensioen

Besluit onvoldoende gemotiveerd? Dit kan verstrekkende gevolgen hebben!

Barbara van Dam

1 november 2019 - 3 minuten leestijd

De laatste stap in een adviestraject is het definitieve besluit van de ondernemer. Wijkt de ondernemer in dit besluit af van het advies van de OR dan moet hij dat goed motiveren. Doet hij dat niet, dan kan dit verstrekkende gevolgen hebben.

Zo heeft de ondernemingskamer (OK) in een uitspraak van 23 april dit jaar niet alleen geoordeeld dat de Stichting Volksbond Streetcornerwork door niet voldoende gemotiveerd af te wijken van het advies van de OR in redelijkheid niet tot haar besluit heeft kunnen komen, maar heeft hij ook de door de OR gevraagde voorzieningen toegewezen. Concreet betekende dit dat het besluit moest worden ingetrokken en dat de benoemingen van twee personen tot de leden van de raad van bestuur en de daarmee samenhangende benoeming in de functie van directeur ongedaan moest worden gemaakt.

Wat was er aan de hand?

In 2016 zijn drie stichtingen gefuseerd tot de Stichting Volksbond Streetcornerwork. De OR heeft in dit adviestraject positief geadviseerd. In het kader van dit adviestraject hebben de ondernemer en de OR afgesproken dat na een periode van twee jaar in beginsel een éénhoofdige raad van bestuur zou worden ingevoerd. De Stichting heeft zich niet aan die afspraak gehouden en heeft de OR vervolgens gevraagd te adviseren over een voorgenomen besluit met betrekking tot een tweehoofdig raad van bestuur van 1 fte met daaronder een tweehoofdige directie van 1 fte. Omdat er in de praktijk geen werkelijk onderscheid tussen directie- en bestuurstaken is, werd er zo in feite gekozen voor een raad van bestuur van 2 fte. De OR heeft hierover negatief geadviseerd. Ondanks dit negatieve advies heeft de bestuurder zijn besluit niet gewijzigd. De OR is naar de OK gestapt.

Wat vorderde de OR?

De OR verzocht de OK voor recht te verklaren dat de Stichting bij afweging van alle belangen in redelijkheid niet haar besluit heeft kunnen nemen. Daarnaast heeft de OR de OK verzocht de volgende voorzieningen te treffen:

  • de Stichting moet het besluit intrekken en mag het besluit dus ook niet uitvoeren;
  • de gevolgen van het besluit moeten ongedaan worden gemaakt.

De OK stelde de OR in het gelijk

In beginsel is het de ondernemer toegestaan in zijn definitieve besluit af te wijken van een negatief advies van de OR. Voorwaarde is dan wel dat hij dat goed motiveert. De OK oordeelde dat de bestuurder zijn definitieve besluit op een aantal punten niet goed had gemotiveerd:

  • Onduidelijk was waarom de Stichting voor een tweedeling tussen bestuur en directie en de keuze voor het aantal van 2 fte heeft gekozen;
  • De taakverdeling tussen de raad van bestuur en de directie was onvoldoende duidelijk;
  • Uit het besluit blijkt onvoldoende waarom de Stichting geen alternatieven voor de inrichting van de bestuursstructuur heeft onderzocht;
  • De motivering met betrekking tot de overheadkosten schoot te kort.

De OK oordeelde dan ook dat de Stichting het besluit niet in redelijkheid had kunnen nemen. Ook de door de OR gevraagde voorzieningen werden toegewezen.

Verstrekkende gevolgen oordeel OK

Wanneer een OK de door een OR verzochte voorlopige voorzieningen toewijst, kan dat grote gevolgen hebben. Daarbij komt dat een voorziening van de OK door derden verworven rechten kan aantasten. Voorlopige voorzieningen kunnen dan ook alleen door de OK worden toegewezen wanneer daar zwaarwichtige belangen voor zijn. In dit geval leidde het ongedaan maken van de gevolgen van het besluit er onder meer toe dat het bestuursreglement inzake de taken en bevoegdheden van het bestuur en directie van de Stichting niet had mogen worden vastgesteld en dat de benoemingen van de leden van de raad van bestuur en de directie ongedaan moest worden gemaakt. Het zwaarwegende belang van de OR bij het vorderen van die voorlopige voorziening was daarin gelegen dat volgens het addendum bij de arbeidsovereenkomsten van de benoemde directie – hoewel de uitkomst van deze procedure nog onzeker was – de benoeming geen voorwaardelijk karakter had. Bovendien waren beide bestuurders bij de besluitvorming over de inrichting van de topstructuur en hun eigen benoemingen betrokken geweest en waren zij voorafgaand aan die benoemingen op de hoogte gesteld van het door de OR bij de OK ingestelde beroep. Onder deze omstandigheden konden de directeuren zich niet beroepen op wettelijke derdenbescherming, zodat hun benoeming kon worden teruggedraaid.

Conclusie

Uitgangspunt is dat de ondernemer een grote mate van beleids- en beoordelingsvrijheid geniet bij het vormgeven van zijn organisatie. Hij is dan ook niet verplicht het advies van de OR te volgen. Wijkt zijn definitieve besluit echter af van het advies van de OR, dan moet hij dat goed motiveren. In een eventuele procedure bij de OK zal de rechter marginaal toetsen. Hij zal niet op de stoel van de ondernemer zitten. Wel zal hij toetsen of het medezeggenschaptraject zorgvuldig is verlopen en of  de rol van de OR als gelijkwaardige gesprekspartner daarbij is geborgd. Die toetsing vindt met name plaats op basis van het advies van de OR. Het is dan ook belangrijk dat de OR zijn advies zeer zorgvuldig formuleert en al zijn bezwaren expliciet in zijn advies opneemt. Voor de bestuurder is het vervolgens zaak in het definitieve besluit goed gemotiveerd te reageren op alle onderdelen van het advies van de OR.

Hulp nodig bij het OK-proof formuleren van uw advies of besluit? Wij kijken graag met u mee.

Barbara van Dam-Keuken paralegal Arbeid, Medezeggenschap & Pensioen

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?