Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Overzicht Delen
CoronaHerstructureringenOndernemingsrecht

Baanbrekend: rechter voorkomt COVID-19 faillissement

Menno de Wijs

24 februari 2021 - 2 minuten leestijd

Afgelopen week is de eerste uitspraak gedaan op grond van de Whoa (Wet homologatie onderhands akkoord die feitelijk onderdeel is van de Faillissementswet). Deze wet is per 1 januari 2021 in werking getreden en bevat diverse instrumenten om ondernemingen in moeilijkheden te helpen. Na een ontstaansgeschiedenis van acht jaar komt deze wet precies op tijd.

Op grond van deze nieuwe wetgeving is het mogelijk om ondernemingen in financieel zwaar weer lucht te geven. Bijvoorbeeld door beslagen van schuldeisers op te heffen, een time-out te geven aan schuldeisers (art. 376 Faillissementswet), of een overeenkomst te beëindigen (art. 373 Faillissementswet). In bepaalde situaties kan dit ervoor zorgen dat een onderneming weer levensvatbaar wordt en faillissement wordt voorkomen.

Sinds de inwerkingtreding van de nieuwe wetgeving begin dit jaar is door rechters het nieuwe instrumentarium diverse keren toegepast. Zo is:

  • een afkoelingsperiode toekend zodat schuldeisers twee maanden op afstand moesten blijven (klik);
  • zijn beslagen opgeheven (klik);
  • meerdere keren een herstructureringsdeskundige aangewezen (klik, klik en klik).

Overigens geldt dat door rechters uiteraard steeds strikt wordt gekeken of aan alle voorwaarden is voldaan. Is dat niet het geval, dan wordt het verzoek afgewezen (klik).

Baanbrekend: eerste succesvolle dwangakkoord

Echter, nog niet eerder was onder deze wet met succes afgedwongen dat een groot deel van de schulden moesten worden kwijtgescholden. Tot afgelopen week. Toen deed de Rechtbank Haarlem uitspraak waarmee zij afdwong dat alle schuldeisers een korting van 84% moesten geven (klik).

Casus

Het ging om een ontwerp en adviesbureau op het gebied van lichtinstallaties. De onderneming met 25 medewerkers verloor sinds de uitbraak van de coronacrisis 99% van haar omzet. Geen evenementen, geen omzet.

Voorwaarden

Belangrijkste voorwaarde is dat 2/3e van de schuldeisers moet instemmen met de voorgestelde betalingsregeling (art. 383 lid en 381 lid 7 Fw). Om daar te komen moet eerst een overzicht van de schulden worden gemaakt, waarbij de schuldeisers in klassen worden ingedeeld. Binnen iedere klasse moeten de schuldeisers hetzelfde percentage aangeboden krijgen.

Aan de schuldeisers wordt vervolgens gevraagd of zij bereid zijn in te stemmen. In dit geval stemde 74 schuldeisers voor en 7 schuldeisers tegen de regeling. Vandaar dat aan de rechter is gevraagd om de regeling af te dwingen.

De rechter toetst vervolgens of sprake is van één van de negen afwijzingsgronden die zijn opgenomen in artikel 384 Fw. Daaronder valt onder andere of alle schuldeisers naar behoren in kennis zijn gesteld van het voorgestelde akkoord, of zij hebben kunnen stemmen, of de verstrekte informatie toereikend is geweest, of de opgenomen vorderingen juist zijn en of de indeling in de klassen correct is. Het dossier moet compleet en helder zijn.

De rechtbank overweegt ook uitdrukkelijk dat deugdelijk is onderbouwd en is gedocumenteerd dat de onderneming volledig is stilgevallen als gevolg van de Corona-crisis. Daarmee legt de rechtbank het akkoord dwingend op aan alle schuldeisers.

Als gevolg van de nieuwe wetgeving volgt geen faillissement en kan de onderneming deze crisis overleven. Deze regeling kan voor zeer veel ondernemingen – die op dit moment hard worden geraakt door de lockdown – de redding zijn.

Menno de Wijs, advocaat

Ook interessant?