Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Vastgoed, Overheid & Notariaat

Aanvangstijdstip lange verjaringstermijn; een bijzondere regeling voor opstallen

Per van der Kooi

25 april 2019 - 2 minuten leestijd

Een rechtsvordering, bijvoorbeeld een vordering tot schadevergoeding, verjaart door het verloop van vijf jaren, te rekenen vanaf de dag na die waarop een benadeelde bekend is geworden met zowel de schade als de aansprakelijke persoon. In ieder geval, aldus artikel 3:310 Burgerlijk Wetboek (BW), verjaart een vordering twintig jaar na de gebeurtenis waardoor de schade is veroorzaakt. De Hoge Raad heeft onlangs uitgelegd hoe deze regel moet worden gehanteerd bij schade door opstallen.

Wat was er aan de hand? Een parkeergarage had een Vereniging van Eigenaren (VvE) van een naastgelegen flatgebouw aansprakelijk gesteld voor schade aan een muur. De VvE had naast die muur een oprit aangelegd. Doordat geen grondkerende constructie was toegepast is de muur, onder invloed van rijbelasting, scheef komen te staan.

De VvE beriep zich op (zowel de ‘normale’ als) de ‘lange’ verjaringstermijn. Het gerechtshof kwam er niet uit. Volgens het hof was de schade niet ontstaan door de enkele aanleg van de oprit, ergens in 1974, maar door de aanwezigheid van een oprit zonder grondkerende voorziening én de gronddruk die door het gewicht en het gebruik van de oprit op de muur werd uitgeoefend. Een deskundige moest maar uitzoeken welk deel van de schade werd veroorzaakt door het gewicht en welk deel van de schade werd veroorzaakt door het gebruik van de oprit.

De Hoge Raad legt artikel 3:310 BW anders uit. Volgens de Raad heeft de wetgever met de schadeveroorzakende ‘gebeurtenis’ niet uitsluitend een handeling voor ogen gehad. De Hoge Raad overwoog verder dat een bezitter van een gebrekkige opstal die gevaar voor personen oplevert, aansprakelijk is als dat gevaar zich verwezenlijkt. Daar is niet per se een handelen van een persoon voor nodig, een bouwval kan ook ‘gewoon’, zonder actief handelen, instorten. Anders gezegd is die aansprakelijkheid (voor opstallen) gekoppeld aan een (schadeveroorzakende) toestand.

Een schadeveroorzakende toestand, zoals in deze kwestie, heeft een voortdurend karakter. De schade kan dus niet worden herleid tot één moment en dus ook niet tot een aanvangstijdstip. En dat, een objectief tijdstip, is voor verjaring juist essentieel. Om die reden moet volgens de Hoge Raad worden aangenomen dat de termijn van twintig jaar begint te lopen zodra de ‘gebeurtenis’ waardoor de schade is veroorzaakt, ophoudt te bestaan.

Een vordering tot schadevergoeding in een situatie als deze kan dus op een veel later moment verjaren dan eerder op grond van de wettelijke regeling mocht worden aangenomen.

Per van der Kooi

Advocaat bouw- en vastgoedrecht

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?

Airbnb en appartement

28 juni 2019 Airbnb en appartement